breedveld / Pronk: een laatste Uyliaan als oude wijn in nieuwe PvdA

Is het toeval dat voor het voorzitterschap van de PvdA de namen circuleren van de oudgedienden Frans Leijnse (60) en Jan Pronk (67)? Twee oude rotten met genoeg ideologische lading om de partij tot in haar uithoeken te laten zinderen. Maar die wel door zoveel rivieren gewassen zijn, dat ze over de ervaring beschikken om binnen de sociaal-democratie de Wolga van de Mississippi te kunnen onderscheiden?

Willem Breedveld

Het is op zijn minst opmerkelijk. Decennialang was deze plek bij uitstek het domein voor aanstormend talent en/of geharnaste ideologische denkers, te beginnen bij André van der Louw, Ien van den Heuvel, Stan Poppe, Max van den Berg, Marjanne Sint, Felix Rottenberg, Marijke van Hees, en eindigend met Michiel van Hulten. Met Ruud Vreeman, Karin Adelmund, Marjet Hamer, Frits van Castricum en Ruud Koole in een wat onbestemde tussenpositie. Voor allen geldt dat de partij telkens een partijvoorzitter koos die geacht werd op dat moment het beste tegenspel te bieden aan Den Haag. In de residentie immers dreigden de partijprincipes te verwateren. Daar werd gepacteerd terwille van de macht. Dat mocht niet. Nog altijd staat het partijbureau van de PvdA in de hoofdstad.

Pronk en Leijnse passen wonderwel in die traditie, al zijn het geen aanstormende talenten. Beiden hebben de partij jarenlang op prominente plaatsen gediend. Beiden ook hebben buiten de partij hun sporen royaal verdiend. Leijnse als SER-lid, hoogleraar en voorzitter van de HBO-raad en Pronk als hoogleraar en VN-ambassadeur in Soedan en tevens aanvoerder van de grootste VN-missie daar. Beiden ook mankeert het niet aan ideologische lading. Integendeel. Jan Pronk wordt wel de laatste Uyliaan genoemd en zoals dat bij een Uyliaan past, is hij vanwege zijn passie en gedrevenheid zowel gehaat als geliefd. Ook Frans Leijnse kun je er niet op betrappen veel water in de ideologische wijn te doen. De partij ook is nog altijd dol op die wijn, maar tot dusverre achtte zij die het zuiverst in jeugdige staat. Denk aan de verkiezing van André van der Louw, Max van den Berg, Felix Rottenberg en ten slotte ook die van Michiel van Hulten.

Er moet dus wel iets bijzonders aan de hand zijn dat men nu terugvalt op oude, beproefde wijn. Cynisch zou je kunnen zeggen: er is domweg geen jonge wijn beschikbaar. Voor het aanstormende talent wordt verwezen naar succesvolle jonge wethouders. Zoals wethouder Jan Hamming van Tilburg, die heeft bedankt. Of Paul Depla van Nijmegen, twee jaar geleden al eens door Wouter Bos gepolst. Hij houdt een opvallende slag om de arm: dan moet het een deeltijdfunctie worden. Anders gezegd: het moet te combineren zijn met een interessante baan. Een partijvoorzitter wordt al gauw gemangeld tussen Den Haag en Amsterdam.

Het talent van nu heeft zich er op voorhand bij neergelegd dat tegenwicht bieden betekent: het onderspit delven, tegen Den Haag/Wouter Bos c.s. dus. Tegen die achtergrond is het verfrissend dat er binnen de partij kennelijk toch behoefte bestaat aan echt tegenwicht, van mensen die zich niet bij de pakken neerleggen. Het is bemoedigend dat het de Jonge Socialisten van Maastricht waren die daarvoor kozen: zij kandideerden Pronk; een laatste Uyliaan als oude wijn in een nieuwe Partij van de Arbeid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden