Brede scholengemeenschap niet 'Amerikaans'

De auteur is rector van het Martinuscollege (gymnasium-atheneum-havo-mavo-vbo-ivbo) te Grootebroek en lid van het bestuur van de Belangengroepering brede scholengemeenschappen.

Het schoolterrein lijkt dus veranderd in een grotestadsjungle. Op tv en in de dagbladen was kort na verschijning van de resultaten van het onderzoek een zelfde vertekend beeld te zien. Pakkende foto's, genomen op Amerikaanse scholen, moesten het schrikbeeld nog extra accentueren. Ieder mes is er één te veel, maar hier werd voor het gemak vergeten dat verreweg de meeste leerlingen in het voortgezet onderwijs heel gewone jonge mensen zijn met wie het plezierig is om te gaan.

Waar het mij hier vooral om gaat, is het verband dat in de discussies werd gelegd tussen de omvang van een school en het geweld. Ook in het rapport is weer vastgesteld dat er géén dwingend verband valt te constateren tussen de grootte van de school en vormen van crimineel gedrag. Toch kwam in de verslaggeving weer de hele trits van gemeenplaatsen tevoorschijn: leerlingen die verloren rondlopen in grote scholen, scholengemeenschappen als broedplaatsen van misdadigheid, 'Amerikaanse toestanden' die ook hier, en met name in de grote scholen, oprukken. Het slot van het artikel in de onderwijsbijlage van woensdag 19 oktober tendeert in deze richting. Over zorvuldigheid gesproken.

Persoonlijk

Scholen vormen een spiegel van hun maatschappelijke omgeving. Daarnaast wordt van de mensen die in het onderwijs werkzaam zijn sinds enkele decennia steeds meer verwacht. Onderwijs is meer geworden dan het doceren van een vak. Vanwege de complexiteit van onze samenleving, maar ook vanwege het feit dat hun eigen levensomstandigheden vaak knap ingewikkeld geworden zijn, vragen leerlingen in toenemende mate een persoonlijk gerichte aandacht.

Een paar voorbeelden van dat gewijzigde verwachtingenpatroon:

- TV en video confronteren jongeren dagelijks met geweld en het succes dat dat kan opleveren. In de superrealistische beeldentaal die daarbij gebruikelijk is, lijkt solidariteit met het slachtoffer van een andere wereld. Aan het onderwijs de taak leerlingen de kunst bij te brengen in normale bewoordingen te zeggen dat je het ergens niet mee eens bent.

- Goede opleidingen vormen geen garantie voor werk na school. Leerlingen weten dat, zoeken desondanks naar motivatie; en dat in een omgeving die slechts bewondering lijkt op te kunnen brengen voor materiële welvaart.

- Vrij veel leerlingen verkeren in problematische, perspectief-arme levensomstandigheden. Van docenten wordt verwacht dat ze daarop adequaat inspelen.

- Informatisering en computer-ondersteund onderwijs vallen binnen de scholen niet meer weg te denken. Integendeel, nieuwe investeringen zijn heel gewenst.

- De gangbare onderwijskundige organisatie zou op onderdelen vervangen moeten worden door een meer flexibel systeem waarbij onderwerpen geïntegreerd worden benaderd. De middelen daarvoor ontbreken nu nog grotendeels.

- Openheid naar andere levensbeschouwingen heeft de betrekkelijkheid laten zien van de eigen levensvisie. Leerlingen moet worden bijgebracht dat dit niet betekent dat eigen opvattingen er niet meer toe doen. Dat geldt des te meer, omdat normen en waarden vooral duidelijk blijken te worden in een dialoog tussen mensen. Datgene wat bindt, is dan niet langer een gemeenschappelijke ideologie, maar veel meer een gemeenschappelijk zoeken naar antwoorden op essentiële levensvragen. Een dergelijke constatering heeft verstrekkende consequenties voor het onderwijs.

Weerbarstig

Van docenten wordt verwacht dat ze de weerbarstige werkelijkheid van onze samenleving hanteerbaar maken voor jongeren. En dan gaat het niet om theoretische discussies over leerplannen of nieuwe onderwijskundige modellen, maar om de praktijk van alledag en de middelen die daarvoor nodig zijn.

Kortom, leerlingen zullen niet alleen in de functionele relatie leerling-leraar moeten worden benaderd. Van docenten wordt meer gevraagd dan een vakspecialisme. Die kundigheid komt iemand niet aanwaaien. Toch blijken velen in het onderwijs heel bekwaam met deze problemen te kunnen omgaan.

Een dergelijke vakbekwaamheid gedijt goed in een professionele omgeving, waar ervaringen kunnen worden uitgewisseld en getoetst aan een gezamenlijk beleid, waar kan worden ingehaakt op relevante projecten van buiten de school.

Tegen deze achtergrond vormen brede scholengemeenschappen een bij uitstek geschikte omgeving voor jongeren in ontwikkeling. Nieuwe wetgeving geeft daar de kaders voor en deregulering kan leiden tot een grotere beleidsruimte. Zo komt er op de scholen weer tijd beschikbaar om die eigenlijke pedagogische opdracht te ontwikkelen. Juist vele, nieuwe brede scholengemeenschappen, voortgekomen uit recente fusies, hebben deze uitdaging opgepakt. Zij beschikken werkelijk over de mogelijkheden en maken daar gebruik van. Opnieuw een paar voorbeelden:

- Binnen brede scholengemeenschappen kunnen de opleidingen beter op elkaar worden afgestemd. Zo kan er een grotere differentiatie in leerroutes worden aangeboden. Leerlingen kunnen daarvan profiteren, zonder dat ze van school hoeven te veranderen.

- Voorbereidend beroepsonderwijs wordt daardoor een volwaardig en reëel alternatief, naast of samen met mavo. Zo ontstaan extra opties als het diploma mavo-techniek, mavo-administratie, mavo-verzorging, als vooropleiding tot het middelbaar beroepsonderwijs.

- Binnen brede scholengemeenschappen kunnen gemakkelijker dan elders vormen van specifieke begeleiding ontwikkeld worden, gericht bijvoorbeeld op hoogbegaafde leerlingen, leerlingen met leerachterstanden, enz.

- Brede scholengemeenschappen kunnen zelf prioriteiten stellen waar het gaat om de aanschaf van leermiddelen. Vervolgens kunnen zij deze leermiddelen ter beschikking stellen van grotere groepen leerlingen dan het geval is in categoriale scholen.

- Onderwijs wordt steeds meer beschouwd als een onderdeel van maatschappelijke dienstverlening, waarvoor criteria worden ontleend aan de marktsector. De ontwikkeling van een, ook in deze zin goed opererende, organisatie vraagt deskundigheid. Functiedifferentiatie biedt daarvoor binnen brede scholengemeenschappen mogelijkheden.

Kleinschalig

Brede scholengemeenschappen hoeven niet per definitie grote scholen te zijn. Vele kennen nevenvestigingen, vaak in meerdere plaatsen, waardoor de afstand van huis naar school zo kort mogelijk wordt gehouden. In een nevenvestiging kan desgewenst een homogene voorziening (bijvoorbeeld een gymnasium-afdeling) worden gerealiseerd. Binnen brede scholengemeenschappen, al of niet met nevenvestigingen, is in de meeste gevallen sprake van scholen-in-de-school. Kleinschaligheid krijgt zo een concrete uitwerking.

Tenslotte, van wezenlijke betekenis is vooral dat de lijnen tussen school en gezin, leraar en leerling, zo kort mogelijk worden gehouden. Goed onderwijs valt of staat namelijk met de man of vrouw voor de klas. Zoals hierboven aangegeven, hebben kleine scholen bepaald niet het privilege van een goede opvang of begeleiding.

Brede scholengemeenschappen kunnen dan ook niet worden afgedaan met grove, ongerechtvaardigde typeringen of worden vergeleken met 'Amerikaanse toestanden'. Daarvoor zijn de mensen in deze scholengemeenschappen te waardevol.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden