Breaking news uit Batavia: het is oorlog

Stel je voor dat er in 1947 televisie bestond, en dat het mogelijk was geweest om live verslag te doen van de Nederlandse aanval op de republiek Indonesië. Journalist Ad van Liempt waagde zich aan dit gedachtenexperiment.

Met evenveel ernst als warmte spreekt Maartje van Weegen het Nederlandse volk toe. "Goedenavond. Nederland is in oorlog met de republiek Indonesië. Vandaag zijn de troepen in Nederlands-Indië in beweging gekomen." Zo begint een tv-uitzending vol nieuws en achtergronden, waarvan de toon bedrukt is.

De regisseur schakelt met correspondenten in Washington, Den Haag en Batavia. Militair historicus Christ Klep toont op de kaart hoe de Nederlandse troepen oprukken. Het citaat waarmee Van Weegen afscheid neemt - 'Vaarwel, tot betere tijden' - herinnert oudere kijkers aan de radiouitzending van de Nederlands-Indische Radio Omroep bij de capitulatie in de strijd tegen Japan in 1942.

'Nederland Valt Aan' is vanavond op tv, precies vijfenzestig jaar na het begin van de politionele acties, en is bedacht door de ervaren journalist en televisiemaker Ad van Liempt (1949). Regelmatig heeft hij meegemaakt hoe breaking news om een live-programma schreeuwde. Stel je voor, dacht hij eens, dat er in 1947 televisie bestond, en dat het mogelijk was geweest om live verslag te doen van de Nederlandse aanval.

Toen het voormalig hoofd geschiedenis van NTR/VPRO bij zijn pensioen als cadeau van de Nederlandse publieke omroep de mogelijkheid kreeg om een programma naar keuze te maken, begon hij aan een draaiboek voor het type uitzending dat gewoonlijk drijft op improvisatie.

Precies twee jaar, twee maanden, en twee weken na het einde van de Tweede Wereldoorlog, valt Nederland zelf aan, zegt Van Weegen, om het programma duidelijk in de tijd te plaatsen. Toch brandt voor de zekerheid continu de datum in beeld: 21 juli 1947. Kijkers geloven al snel wat ze zien. Zo zorgde in 1997 het tv-programma 'Crisis', over de bestuurlijke reactie op een nagespeelde ramp, voor onrust in Twente. Een media-effect bekend van het hoorspel 'The War of the Worlds' van Orson Welles.

Op tafel antieke microfoons, aan de muur de landkaart van 1947. Ed van Westerloo staat op het Binnenhof, precies waar hij als Brandpunt-verslaggever premier Cals interviewde in de nacht van Schmelzer. Zijn broer Fons van Westerloo was in de jaren zeventig oorlogsverslaggever. In een zomers hemd staat hij nu voor het werkpaleis van landvoogd Van Mook in Batavia, en toont bijzondere kleurenbeelden van de strijd.

Charles Groenhuijsen meldt vanuit Washington hoe de Veiligheidsraad, een nieuwerwets overlegorgaan, zich kritisch uitlaat over de Nederlandse militaire missie. Joop Daalmeijer doet verslag van het geworstel van de PvdA. En Eef Brouwers, voorheen van de Rijksvoorlichtingsdienst, becommentarieert vanuit Den Haag de positie van koningin Wilhelmina.

Van Liempt koos zelf voor die oudgedienden van de journalistiek. Waarom geen hedendaagse BN'ers om jonge kijkers te trekken, die vast niet veel van Indië weten? "Veel volwassenen weten hier even weinig van", zegt hij. "Ik meen dat het programma geloofwaardiger is doordat deze correspondenten gevoel hebben bij dit deel van ons verleden. Ed van Westerloo interviewde bijvoorbeeld met Aad van den Heuvel president Soekarno vlak voor diens aftreden."

De vorm van het programma is experimenteel. Van Liempt wilde eens iets anders dan een documentaire of een vertellende verslaggever, zoals Adriaan van Dis of Rob Trip. "Met een mooie etalage trek je mensen naar binnen. En vorm kan ook vermaak in zichzelf zijn." Hij ziet dat experiment zo: "De geschiedenis kent meerdere versies. De krant bevat de eerste versie. Over een jaar of tien horen we wat er echt speelde in het Catshuis of rond Syrië, omdat betrokkenen dan geen belang meer hebben bij geheimhouding. In dit programma brengen we de laatste versie van een historische gebeurtenis, in de vorm die hoort bij het verse nieuws."

Te zien is hoe minister-president Beel op het vliegveld van Batavia landt. Journalist Willem van den Berge vraagt: "Excellentie, heeft u een goede reis gehad?" Beel antwoordt bevestigend, waarop de journalist vriendelijk afsluit: "Dank u wel." Het fragment bevestigt het beeld van de onderdanige journalistiek van toen. Maar kranten waren heel betrokken bij de kwestie Indië. Ze brachten primeurs en deden fikse uitspraken.

Een motorkoerier brengt de eerste edities naar de studio en Van Weegen houdt ze omhoog. Ook Trouw, de krant "die wekenlang gesmeekt heeft om een aanval", zegt ze.

In zijn juist verschenen boek 'Nederland valt aan' (bewerking van 'Een mooi woord voor oorlog', 1994) analyseert Van Liempt de krantenberichten in de aanloop naar de politionele acties. "Nog sterker dan ik mij kon voorstellen, had de verzuiling alles in zijn greep. Kranten waren partijorganen. Journalisten worstelden met een dubbele loyaliteit: naar de partij, en naar de waarheid."

Hij schrijft dat Trouw-hoofdredacteur en ARP-Kamerlid Bruins Slot zelf naar Indië reist. Vanuit Batavia gaat hij tekeer tegen de regering in Den Haag. 'Men moet in Nederland goed begrijpen dat alle vreedzame middelen uitgeput zijn. Men moet thans militair aanpakken", seint hij als hoofdartikel naar de redactie. Nederland moet het herstel van recht en orde ter hand nemen. "Dat is vanzelfsprekend, duidelijk, eerlijk en rechtvaardig.'

Het Parool is kritisch en onafhankelijker, en schrijft: 'Wapengeweld ginds zou niet alleen daar, doch ook hier, slechts tot chaos en ondergang leiden. Er moet een andere oplossing mogelijk zijn voor ons beider nood.'

Van Liempt begrijpt niet goed waardoor de voormalige verzetskranten in de Indische kwestie diametraal tegenover elkaar stonden. Lastig is ook de vraag waarom Nederland zichzelf niet als bezetter zag, en recht meende te hebben op Indië. "Bij geschiedschrijving verplaats je je in de geest en omstandigheden van de mensen destijds. Die kunst krijg je bijna niet onder de knie omdat je kennis en opvattingen van vandaag zo in de weg zitten. Dat maakt het ook spannend en interessant."

Naast het economisch belang zat er een religieuze kant aan het streven de kolonie te behouden. "Wij hadden daar een missie, we wilden de bevolking op een hoger zedelijk peil brengen. Dat klinkt nu als een cabaretnummer, maar toen was het de diepste overtuiging. Niet van gewetenloze ploerten maar van mensen die elkaar in het Latijn toespraken. Ik houd me al jaren bezig met deze kwestie, maar mijn verbazing is niet geluwd. Dat er niemand was, geen kracht of macht, die vroeg: wat zijn we eigenlijk aan het doen?"

Generaal Spoor vertelt in de uitzending dat hij zijn manschappen heeft duidelijk gemaakt dat beleefdheid het beste wapen is. Het vervolg is bekend, er heeft buitensporig geweld plaatsgevonden, en de foto's van een executie bij een greppel, onlangs gevonden in een fotoalbum in Enschede, voegen hoogstens een bladzijde toe aan dat verhaal, zegt Van Liempt.

"Verrassend zijn ze niet. Dat zulke foto's niet eerder zijn opgedoken, wijst vooral op de succesvolle censuur destijds. Als mensen zich nu toch overvallen voelen door deze beelden, zijn we in de val gelopen van de term 'politionele acties', met opzet gekozen om de buitenwereld te laten denken dat het wel meeviel. Het viel niet mee. Het was een grote en bloedige operatie." Daarom spreken ze in de uitzending van oorlog.

Omdat 'Nederland Valt Aan' niet alleen een geschiedenisles is maar ook een gedachtenexperiment over media, is de vraag verleidelijk: wat als die foto's in 1947 waren ontdekt en op televisie vertoond? "Onmogelijk te beantwoorden, omdat de hele samenleving anders was geweest. Als je alles omkeert, en het journalistieke klimaat van vandaag erbij neemt, zouden ze vast effect hebben gehad. Zoals de foto's van de Aboe Ghraib-gevangenis in Irak. Maar misschien hadden kijkers gezegd: 'Net goed, ze zullen het er wel naar gemaakt hebben. En moet je eens kijken wat de Duitsers bij ons hebben gedaan.'"

Van Liempt betwijfelt of media de invloed hebben die ze wordt toegedicht. "Vaak wordt gezegd dat foto's en televisiebeelden de Vietnam-oorlog hebben beëindigd. Maar dat was pas helemaal op het laatst. De Amerikaanse media zaten volledig in de modus van 'onze jongens', net als later in de Golfoorlog. Media houden vooral rekening met de sympathie van het publiek. Pas als ze ervan overtuigd zijn dat het helemaal fout is, durven ze om te gaan."

Twee voorbeelden uit zijn eigen carrière. "Aan het eind van de Golfoorlog in 1991 zaten de Koerden in de val tussen de Turkse grens en de Iraakse troepen. De satellietwagens waren klaar in Bagdad en reden naar dat berggebied om te laten zien dat dagelijks kinderen en ouderen stierven. Na al die berichtgeving werd een no fly-zone ingesteld, in twee dagen geregeld. De internationale journalistiek zag dat als enorm succes. Zie je wel: als wij maar laten zien wat er gebeurt, verandert de wereld. Maximale euforie."

Slechts vier jaar later werd de journalistiek overal buiten gelaten. "Voor de val zijn wij nooit in Srebrenica geweest. Duizend brieven schreven we bij 'Nova' aan de VN, maar ze lieten ons niet binnen. Met koffersatellietzenders konden we overal ter wereld verslag doen, maar een meneer met helm en mitrailleur stuurde ons terug. Dat was de ontnuchtering. De journalistiek op zijn plek gezet."

In een rapport van de Raad voor maatschappelijke ontwikkeling las hij dat journalisten geen besluiten nemen, maar het decor opbouwen waarbinnen politici hun rol spelen. "Zo is het wel: journalisten zijn geen acteurs maar decorbouwers."

'Nederland Valt Aan', vanavond om 20.50 uur op Nederland 2 bij de NTR. Het gelijknamige boek is verschenen bij uitgeverij Balans.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden