Braziliaans leger moet op zoek naar zijn lijken

Brazilië durft eindelijk de zwartste episode uit zijn dictatoriale verleden onder ogen te zien. Het leger gaat volgende week ’verdwenen’ tegenstanders opgraven, die begin jaren zeventig zijn vermoord.

Stijntje Blankendaal

Het Braziliaanse leger gaat na 34 jaar op zoek naar de lichamen van ’verdwenen’ guerrillastrijders. Die kwamen om tijdens een guerrillastrijd in de Amazone tegen de militaire dictatuur (1964-1985).Brazilië is daarmee een van de laatste landen in Latijns-Amerika die de zwarte bladzijden uit het recente verleden onder ogen ziet, al is nog nooit officieel schuld bekend aan de verdwijningen en moorden tijdens de rechtse dictatuur.

De zoektocht start begin volgende week en moet helderheid brengen over de gebeurtenissen in de ’Guerrilla van Araguaia’. De strijd vond plaats tussen 1972 en 1975 in de omgeving van de rivier de Araguaia, in de Amazone-provincies Pará en Tocantins. Er kwamen 59 linkse strijders, veertien lokale mensen en elf soldaten om. Het waren de ’loodjaren’ van de politieke repressie onder generaal Medici.

De Hoge Raad bepaalde begin vorig jaar, na een proces dat in 1982 begon, dat Brazilië zijn archieven moet openen. Nabestaanden moesten duidelijkheid krijgen over de plek waar de strijders begraven liggen. Dat zal nu gebeuren.

44 Amazonebewoners kregen daarnaast afgelopen maand voor het eerst een schadevergoeding (twee minimumsalarissen per maand van in totaal 340 euro, en een eenmalig bedrag van maximaal 50.000 euro) voor geleden onderdrukking door het leger. Zo werden ze gemarteld om de plekken van de guerrillastrijders te verraden en gedwongen als gids te dienen.

Historici zijn ervan overtuigd dat tientallen guerrillastrijders nog ná hun gevangenneming door het leger zijn vermoord. Het ging om jonge leden van de verboden communistische partij, met name uit São Paulo.

Zij zagen in de tweede helft van de jaren zestig mogelijkheden voor de oprichting van een vrijstaat in het oerwoud. De journalist Elio Gaspari, die een serie over de jaren van de dictatuur schreef, concludeerde dat vanaf oktober 1973 van bovenaf de vrije hand is gegeven om de guerrillastrijders te vermoorden – niemand werd meer gevangen genomen. Dit is nooit officieel toegegeven.

Afgelopen maand opende een oud-majoor, Sebastião Rodrigues de Moura, een rode leren koffer met foto’s en verslagen voor de krant Estado de São Paulo. Daaruit blijkt dat het om 41 standrechtelijke executies ging.

Waar de lichamen van de slachtoffers, veelal onthoofd, zijn gebleven is echter nog steeds onduidelijk. Elio Gaspari vermoedt dat ze ofwel zijn weggerot in het tropische klimaat, ofwel in de oceaan zijn geworpen. De zoektocht wordt dan ook een mediaspektakel, denkt hij.

Filosoof en veelgevraagd criticaster van de Braziliaanse samenleving, Roberto Romano, vindt dat het leger eindelijk zijn verleden onder ogen moet zien: „Ze zoeken nu de lichamen, maar binnen het leger bestaat nog altijd heel veel weerstand. Alles wat maar in de richting lijkt te gaan van schadeherstel en verantwoording afleggen over de militaire dictatuur, zien de marine, leger en luchtmacht als wraak. Vergeet niet dat ook burgers, zakenlui en ambtenaren, mee hebben gedaan. Er moeten nog volop archieven bestaan.”

In tegenstelling tot Argentinië, Chili, Uruguay en recent Paraguay, waar in de jaren zestig en zeventig ook rechtse dictaturen aan de macht waren, heeft de Braziliaanse staat nog nooit zijn misdaden toegegeven. Een schandelijke misser, aldus Romano: „Die misdaden zijn in het geheim gepleegd, uit naam van ’het staatsbelang’. Zolang dat niet erkend wordt, hebben we een probleem. Ook binnen onze huidige politiek. Die wordt nog altijd gekenmerkt door geheime decreten en ongestrafte schandalen in het Congres.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden