Review

Bravo-geroep wint het bij nieuwe uitvoering 'Salome'

Opera ’Salome’ van Richard Strauss, bij De Nederlandse Opera. Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Stefan Soltesz. Regie: Peter Konwitschny. Herhaling t/m 5/12. Info: www.dno.nl

Dat het publiek van zich zou laten horen na de nieuwe enscenering van ’Salome’ van Richard Strauss door de controversiële Duitse regisseur Peter Konwitschny, stond vast. Een neuk- en zuipfestijn dat tegen het libretto in een happy end krijgt, dat zou de Strauss-puristen vast in het verkeerde keelgat schieten, vermoedde De Nederlandse Opera (DNO).

Maar het bravogeroep had dinsdag in het Amsterdamse Muziektheater ruim de overhand tijdens het stormachtige applaus. Die verhouding lag twee jaar geleden wel anders, toen Konwitschny zijn debuut maakte bij DNO met een geëngageerde ’Daphne’ van dezelfde componist. De nazi-symboliek en maatschappijkritiek lagen er daar soms erg dik bovenop.

Niet dat het er in ’Salome’ subtiel aan toe gaat: aan de lange gedekte tafel in de Untergang-bunker zonder uitgang wordt aan een stuk door geneukt, gepijpt, gezopen en gespoten; verder is ieder personage dronken, gek of gewoon toe aan psychotherapie. Herodes is bij Konwitschny een seksverslaafde heroïnejunk, de profeet Johannes (Jochanaan) roept niet vanuit een kerker maar heeft een papieren zak over zijn hoofd, Narraboth wordt na zijn zelfmoord door het hele gezelschap van achter genomen. Alleen de dans met de zeven sluiers bleef kuis.

Waande je je in het begin in een Spanga-productie, zo werkte de chaos in Konwitschnys regie gaandeweg net zo koortsig als Strauss’ muziek. Dat het zieke gedoe op de bühne je onder de huid kroop, merkte je in de momenten waarin de regisseur het vergrootglas even wegtrok: na de dood van Narraboth bevonden de drie vrouwelijke personages uit ’Salome’ zich ineens voor het gordijn.

En aan het eind verdween het decor met zijn dooien steeds meer naar achter; Salome en Jochanaan krijgen als liefdespaar op het lege toneel een nieuwe kans. „Dood! Dat mens moet dood!” riep een als publiekslid verklede acteur aan het eind, in plaats van Strauss’ Herodes.

Eigenlijk is Konwitschnys ’Salome’ te vergelijken met Pasolini’s verontrustende film ’Salò’: het van de buitenwereld afgesloten fort, de slachtoffers die hun beulen zoeken, de bijna lachwekkende perversiteiten en de omgekeerde verrekijkers die je af en toe dwingen de dingen op jezelf te betrekken. ’Salome’ als ’Salò’ met een nooduitgang.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelde Strauss’ muziek onder Stefan Soltesz als een overrompelende roes: ook in de vloedgolven van het meer dan honderdkoppige orkest hoorde je verrassend veel detail. De krachtige Annalena Persson was een vrijgevochten Salome met stiefels; Doris Stoffel zette haar moeder Herodias overtuigend neer als geil loeder; Marcel Reijans zong en acteerde Narraboth knap als complex karakter; Albert Dohmen was als omineuze profeet de trage ijsbreker tussen decadente hysterici.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden