Brandschoon Rwanda

Midden in een explosieve regio is het piepkleine Rwanda een oase van orde, veiligheid en vooruitgang. Terwijl er twintig jaar geleden nog een genocide was. Hoe echt is het paradijs?

Dames en heren, laat uw plastic zakjes alstublieft achter in het vliegtuig. Het is verboden ze in te voeren in Rwanda. Wij wensen u een prettig verblijf."

Welkom in het aangeharkte Kigali, de keurigste stad van Afrika. Misschien wel van de wereld. Een stad waar inderdaad nergens plastic zakjes te bekennen zijn. Uit winkels en supermarkten in de Rwandese hoofdstad loopt iedereen - op z'n eco-hips - met bruine papieren zakken naar buiten over de brandschone straten. Een peuk langs de stoeprand, kauwgum vergroeid met het trottoir; het zou opvallen.

Wie in een restaurant naar het toilet moet, kan de bezittingen onbeheerd achterlaten. "Dit is Kigali, geen mens die het durft te pakken", is het commentaar van een jolige douanier. Westerse expats kuieren 's avonds zorgeloos alleen over straat of springen achterop een motortaxi. Het is in verstopte Afrikaanse steden de snelste manier om je te bewegen, maar de bestuurders staan bekend als snelheidsduivels die gerust een heel gezin achterop nemen. Niet in Rwanda: slechts één passagier, en die moet de verplichte extra helm op.

Al het groen - en dat is er veel in het heuvelachtige Rwanda - is strak gesnoeid. Straathonden en zwervers, een vertrouwd beeld in grote steden wereldwijd, zijn vrijwel onzichtbaar. "Iemand moet de politie bellen", zegt een voorbijgangster, eerder bezorgd dan geïrriteerd, als bij hoge uitzondering een vrouw in lompen met kind in een plantsoentje ligt te slapen. Ze dragen geen schoenen, uitzonderlijk in Rwanda. Blootsvoets over straat gaan mag namelijk niet. Vanwege gezondheidsrisico's en omdat het 'gewoon niet waardig' is, legt een lokale journalist uit.

Waardigheid lijkt als een rode draad door het beleid van de Rwandese regering te lopen. Het is zelfs de letterlijke vertaling van het patriottistische ontwikkelingsfonds 'Agaciro'. Rwandezen in binnen- en buitenland kunnen storten in dat fonds. De teller stond vorige maand op omgerekend zo'n 23 miljoen euro.

'Corruptie ondermijnt uw integriteit', staat er op borden langs hoofdwegen, immer verlicht en voorzien van stoplichten met secondenteller. Hoe serieus de strijd tegen corruptie - een van de ergste kwalen in Afrika - in Rwanda is, blijkt als er bij overheidsinstanties geen geld wordt aangenomen. Voor vergunningen en andere diensten wordt rechtstreeks én gepast betaald bij de Rwandan Revenues Authority, een belastinginstantie. "U heeft 50 dollar, geen 30? Dan zult u moeten wisselen." Om te voorkomen dat iemand het wisselgeld in zijn zak steekt zit er geen cent extra in kas.

Gratis scholing

Het belastinggeld gaat naar gratis scholing, zorgverzekeringen voor iedereen, en naar technologie. Rwanda wil het 'Singapore van Afrika' worden. Op vierhonderd scholen draait het 'ieder kind een laptop'-programma.

Zelfs op het afgelegen Nkombo Island, ver van de winkelcentra en koffietentjes van Kigali, heerst orde en enige mate van vooruitgang. Terwijl deze 21 vierkante kilometer in het Kivumeer, met uitzicht op de Congolese stad Bukavu, volgens velen de minst ontwikkelde plek van Rwanda is. Zeker, er is nauwelijks werk. Door polygamie - verboden in Rwanda, maar "we voelen ons hier meer Congolees" - barst het eiland uit zijn voegen. En wegens een tekort aan schoon drinkwater is cholera een terugkerend probleem.

Maar ook hier is de overheid aanwezig. Er is beleid voor gezinsplanning, alle huishoudens worden voorzien van gratis waterzuiveringsmiddel, alle rieten daken zijn vervangen door tinnen daken en er is een ruim opgezette kliniek waar iedereen gratis terecht kan.

Midden in een explosieve regio - iets verderop in Oost-Congo is het constant oorlog - lijkt Rwanda ongestoord op succes af te stevenen. President Paul Kagame loodst het land als een micromanager richting voorspoed. Want niet alleen heerst er rust en orde, de economische groei behoort ook tot de hoogste van Afrika.

Een wereldprestatie. Helemaal als je bedenkt dat het land slechts twintig jaar geleden totaal verwoest was en bezaaid lag met lijken na 'de snelste genocide ooit'. In honderd dagen, vanaf april 1994, werden circa 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's vermoord.

En hoewel de moorden veelal met machetes en door doodgewone burgers werden gepleegd, gebeurde het op militaristisch georganiseerde wijze en ging er een uitgekiende indoctrinatie van haat jegens de voorheen machtige Tutsi-minderheid aan vooraf.

"De rivieren stroomden niet meer, door de duizenden lijken die erin waren gegooid", zo benadrukt een diplomaat de massaliteit van de slachtpartij. Bijna niemand is onaangetast; van de kapster die op haar zestiende weduwe en alleenstaande moeder werd tot de parlementariër die gebukt ging onder de schaamte dat zijn oom vele doden op zijn geweten heeft.

Hoe heeft deze getraumatiseerde samenleving vol daders en slachtoffers zich in twee decennia zo getransformeerd? 'We willen nooit meer terug naar die donkere dagen' en 'We zijn gedisciplineerd en erg gezagsgetrouw', is overal te horen. Iedereen spreekt graag over het 'wonder' Rwanda. Maar bij moeilijke vragen, over identiteit en etniciteit, klappen de meesten dicht of spreken in campagnetaal. Die verkondigt dat etniciteit er niet meer toe doet en dat iedereen Rwandees is. De genocide hangt nog als een sluier over alles en iedereen heen.

Angst

Er is ook echte angst om iets verkeerds te zeggen. In post-genocide Rwanda kun je al gauw voor 'divisionist' versleten worden; iemand die etniciteit misbruikt om verdeeldheid en haat te zaaien, zoals dat twintig jaar geleden op gruwelijke wijze gebeurde. Jaarlijks worden honderden voor 'divisionisme' opgepakt. Zelfs een populaire muzikant is daar onlangs voor aangehouden.

"Als je mijn naam opschrijft, mag je mijn kinderen te eten gaan geven", zegt een Rwandese politicoloog hard lachend. Maar dan, bloedserieus: "Want dan zit ik morgen in de gevangenis." De politicoloog, laten we hem Robert noemen, is geen ontevreden burger. "We hebben het in Rwanda goed. Kijk om je heen, wat een schoonheid", zegt hij in de tuin van een hotel op een van Rwanda's 'duizend heuvels'.

Wuivende palmbomen, nette straten, rust. "Maar", zegt Robert, "je moet je in Rwanda niet met politiek bemoeien." Mensenrechtenorganisaties beschuldigen Kagame van het muilkorven van pers en oppositie, het uitschakelen van dissidenten in het buitenland en oorlogsmisdaden in aangrenzend Oost-Congo.

Robert: "Kagame is een uniek figuur die onze samenleving totaal heeft veranderd. Maar hij duldt geen kritiek. Vooral niet van de elite. Voor het volk is hij gek genoeg niet bang."

Dat blijkt tijdens een van Kagame's tot in de puntjes georganiseerde bezoekjes aan het plattelandsdistrict Rulindo. "Uw excellentie, mijn huis is platgewalst voor de tinmijn. Maar ik ben nooit gecompenseerd", zegt een oudere vrouw door de microfoon, terwijl achter haar duizenden met vlaggetjes zwaaien. Als de president op bezoek komt mogen burgers hun klachten rechtstreeks tot hem richten.

Kagame noteert alles geduldig en vraagt de burgemeester zich ten overstaan van duizenden te verantwoorden voor de misstanden. De burgemeester stamelt als een schooljongen. Hij weet dat zijn baan hiervan afhangt. Alle ambtenaren - van administratief medewerker tot minister - werken op prestatiecontracten. Wie zijn doelen niet haalt, vliegt eruit. "Het gaat Kagame om vooruitgang", zo vat Robert de mentaliteit van de president samen. "Wie dat in de weg staat, mag vrees hebben."

Dictatoriaal

Kagame's wil - de ex-militair maakte met zijn guerrillaleger in 1994 een einde aan de genocide en is sinds 2000 de leider - wordt vaak wet. Iets wat hem in het Westen het bijvoeglijk naamwoord 'dicatoriaal' oplevert.

Robert: "Het lastige van die kritiek is dat de meeste veranderingen die hij doorvoert, positief zijn." Minstens 30 procent van het personeel in alle overheidsinstellingen, politieke partijen en het parlement moet vrouw zijn. Rwanda heeft het hoogste aantal vrouwelijke parlementariërs ter wereld: 65 procent. Ook besloot Kagame dat niet het Frans van de voormalige Belgische overheerser en de Fransen - die volgens Kigali betrokken waren bij de genocide - maar Engels de tweede taal zou worden. Robert: "Drie jaar geleden sprak ik alleen Frans en Kinyarwanda. Nu spreek ik vloeiend Engels. Ja, dat is me opgelegd, maar ik ben er blij om. In Burundi worstelen ze om economisch mee te komen in het Engelstalige Oost-Afrika, vanwege hun Frans."

Het valt op dat de Rwandezen die het Engels goed onder de knie hebben vaak Tutsi's zijn die tijdens de Hutu-overheersing (1959-1994) naar Oeganda of andere Engelstalige gebieden zijn uitgeweken, zoals ook Kagame.

Hoewel etniciteit er officieel niet meer toe doet, lijkt de samenleving tegenwoordig zelfs inter-etnisch verdeeld. Engelstalige Tutsi's hebben de meest felbegeerde posities in bedrijfsleven en politiek, al is de premier een Hutu. Veel kantoorbanen worden door de andere Tutsi's vervuld. De straatvegers, bewakers en motortaxi's zijn veelal Hutu. Maar wie die verdeeldheid benoemt, kan als divisionist bestempeld worden.

Etniciteit als taboe en wapen tegelijk. Zo lijkt Rwanda's succes toch ook het resultaat van angst. Vooral de grote Hutu-meerderheid (85 procent) houdt zich koest houdt, uit een mix van schuldgevoel en uit dankbaarheid dat grootschalige wraak van de Tutsi's na de genocide is uitgebleven.

De wreedheden tegen Hutu's door Kagame's strijdkrachten na de genocide zijn wel gedocumenteerd, maar onvoldoende onderzocht en in het verdomhoekje geplaatst. De verhoudingen zijn helder: de Tutsi's zijn de slachtoffers, de Hutu's de daders. Een ander narratief bestaat niet. Analisten waarschuwen voor een samenleving van winnaars en verliezers.

Benepen

Er zijn meer schaduwkanten aan succesverhaal Rwanda. Anonieme bronnen beweren dat mensen onder dwang storten in het Agaciro-fonds. Gratis onderwijs voor elk kind blijkt ook minder rooskleurig; wie geen geld heeft voor een uniform of transport blijft thuis. Door alle keurigheid komt het land ook wat benepen over; in restaurants spreekt men op gedempte toon, nergens zijn er uitspattingen van creativiteit of eigengereidheid. Die ene schreeuwlelijk op straat blijkt een fanatieke predikant met een bijbel.

Maar vertel dat eens aan de inwoners van de in bloed gedrenkte Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), niet zo ver van hier. Onder andere Rwandese troepen proberen daar de orde te bewaken. Vergelijkingen met de Rwandese genocide zijn al veel getrokken vanwege het geweld tussen de christelijke meerderheid en de moslimminderheid.

Niet voor niets waarschuwde secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon bij het begin van de twintigste herdenking van de Rwandese genocide onlangs voor opnieuw wegkijken van de internationale gemeenschap en kreeg hij uiteindelijk toezegging kreeg voor 12.000 blauwhelmen in CAR.

Politicoloog Robert: "De Centraal-Afrikanen zullen zeggen: Doe mij zo'n sterke leider als Kagame en zo'n kalme samenleving als Rwanda. Ook al ben ik het niet eens met het repressieve deel van zijn beleid, Kagame en zijn regime zijn onze beste optie."

'Het gaat niet om Hutu of Tutsi'

Celestine Shema (36), programmamanager van de christelijke organisatie Prison Fellowship Rwanda, meent dat er in Rwanda van alles wordt gedaan om Hutu's en Tutsi's nader tot elkaar te brengen. "Onze organisatie runt verzoeningsdorpen door het hele land, waar daders en slachtoffers met huisvesting geholpen worden als ze beloven vreedzaam met elkaar te leven. Zo zijn er talloze organisaties die aan eenheid werken. We leren elkaar begrijpen en via therapie proberen we schaamte uit te bannen."

Volgens Shema gaat de wrevel in Rwanda niet om Hutu's of Tutsi's. "De verdeeldheid begon om klasse, maar eindigde met etniciteit. Ja, Hutu's zijn vaker vuilnisjongen of motortaxi en minder vaak kantoormedewerker. Maar de Hutu's zijn de overgrote meerderheid, dus het zou gek zijn als Tutsi's het straatbeeld domineren. Daarbij hebben Tutsi's de betere banen, omdat velen onder betere omstandigheden in het buitenland studeerden tijdens de Hutu-overheersing. Vooral omdat ze, als vluchtelingen, gebrand waren op een betere toekomst."

"Ik ben Tutsi, maar heb mijn studie met veel pijn en moeite afgemaakt op wilskracht. Ik kreeg geen beurs zoals Hutu's die na de genocide konden profiteren van positieve discriminatie. Ik klaag daar niet over, het moest gebeuren. Maar sommige Hutu's hadden het voor de genocide slechter dan nu. Er waren destijds inter-Hutuconflicten, verdeeld naar regio."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden