Brando, of Bud: filmikoon en vrouwenidool

Marlon Brando, die eergisteren overleed, bracht met zijn natuurlijke, inlevende manier van acteren een revolutie teweeg. De legendarische acteur, volgens velen ongeëvenaard, was ook een lastpak en een macho.

Met optredens in films als 'A Streetcar Named Desire', 'The Wild One' en 'On The Waterfront' groeide hij uit tot de meest invloedrijke acteur van de jaren vijftig, de 'beatnik'-generatie. Met zijn latere rollen in 'The Godfather', 'Last Tango in Paris' en 'Apocalypse Now' werd hij definitief bijgeschreven in het pantheon van Hollywood-grootheden. Brando leefde lang genoeg om zijn eigen optreden in 'The Godfather', als mafiabaas Don Vito Corleone, te parodiëren.Marlon Brando was een vrouwenidool, zonder meer. Een prachtige jongen die op 27-jarige leeftijd zijn grote doorbraak beleefde in de Tennessee Williams-verfilming 'A Streetcar Named Desire'. Daar was ie opeens, in 1951: brede torso in hagelwit shirt, strak genoeg om de biceps in volle glorie te tonen. Frons in het voorhoofd, een rauwe, emotionele blik en een lichaam dat elk moment tot explosie leek te komen. Brando blies met zijn panter-achtige verschijning leven in de rol van Stanley Kowalski, en was in staat om die panter in de loop van 'A Streetcar Named Desire' ook daadwerkelijk los te laten.

Op het plotselinge bezoek van zijn schoonzus Blanche DuBois (gespeeld door een prachtig neurotische Vivien Leigh) reageert hij in de film vol argwaan, vol onderhuidse woede over haar leugenachtige voorkomen. Met Brando als middelpunt wordt 'A Streetcar Named Desire', geregisseerd door de vorig jaar overleden Elia Kazan, een van de broeierigste driehoeksverhoudingen in de filmgeschiedenis.

En twee jaar later, in 1953, is het opnieuw raak: met zijn optreden in 'The Wild One', als leider van een motorbende. Een strak leren jackie, een pet scheef op het hoofd en het beweeglijke lichaam nonchalant om een grote motor gekruld. Johnny, gewoon Johnny, en goed genoeg om een van de gezichten te worden op het Beatles-album 'Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band', samen met Marilyn Monroe en vele andere ikonen.

Met 'On the Waterfront' (1953), zijn derde roemruchte film uit de eerste helft van de jaren vijftig, is er dan ook de eerste Oscar voor beste acteur. Brando, die zijn neus in werkelijkheid ook brak, speelt een voormalige prijsbokser, Terry Malloy, die als jonge arbeider op een scheepswerf in opstand komt tegen een corrupte vakbond. Een meeslepend arbeidersdrama, opnieuw van Elia Kazan, met de furieuze blik van Brando als middelpuntvliedende kracht.

Dat intense, fysieke acteren, waarbij de acteur zich helemaal inleeft in zijn rol en dat bekend staat als 'Method Acting', leerde hij in New York bij Stella Adler, in de beroemde acteerstudio van Lee Strasberg. Brando, die op 3 april 1924 werd geboren in Omaha (Nebraska) als zoon van een vertegenwoordiger en een actrice, was een onhandelbare tiener die door zijn vader naar een militaire academie werd gestuurd. Daar werd hij prompt ontslagen. Acteerlessen in New York boden de enige uitkomst, en na enkele Broadway-optredens werd de weg vrijgemaakt voor Hollywood waar hij het Method Acting vervolmaakte. Daar kreeg hij discipelen als James Dean, Paul Newman, Robert De Niro, Al Pacino en Jack Nicholson.

In de jaren zestig begon voor Brando een nieuw avontuur. Hij maakte 'The Mutiny on the Bounty' en raakte totaal verslingerd aan het paradijselijke Tahiti waar de opnamen voor de film plaatsvonden. Hij trouwde (voor de derde keer inmiddels) met bijrolspeelster Tarita, vertolkster van 'het eilandmeisje', en ging zich vanaf die tijd ook bezighouden met de Native Americans. In 1973 leidde zijn obsessie met het lot van de oorspronkelijke inwoners van Amerika tot een Hollywood-schandaal, toen hij de Oscar voor zijn optreden in The Godfather liet ophalen door het indianenmeisje Sasheen Littlefeather. Met de bekroonde rol van Don Vito Corleone had Brando een schitterende oude, mummelende maffiabaas neergezet, Kleenex in de wangen, en opnieuw filmgeschiedenis geschreven.

Het erotisch getinte 'Last Tango in Paris', waarin hij tegenover een veel jongere Maria Schneider een verweduwde, seksueel losgeslagen Amerikaan in Parijs neerzette, volgde nog datzelfde jaar. Het laatste hoogtepunt maakte hij opnieuw met Francis Ford Coppola. De Vietnam-film 'Apocalypse Now' vatte zo'n beetje samen wat er van Brando, de ster, was geworden.

Hij had in 1966 al een Tahitiaans eiland gekocht, en had voor 'Apocalypse Now' een miljoen dollar op voorhand gevraagd. Bij de opnamen verscheen hij in beschonken toestand, met veertig kilo overgewicht. Het scenario had hij niet gelezen, het boek van Joseph Conrad evenmin. Brando is kolonel Walter E. Kurtz, losgeslagen in de Cambodjaanse jungle, acterend als oppergod van een lokale stam, en gezocht door het Amerikaanse leger.

'The Horror, The Horror!', zo fluistert hij aan het eind van de film waarin hij alleen als een soort schaduw is te zien. Angstaanjagend. Verpletterend.

Over Brando's priveleven kwam meer in de publiciteit dan hij zelf wenste. Zijn oudste zoon (hij heeft 9 kinderen, maar ook wordt wel beweerd dat het er 11 zijn) werd in 1990 gearresteerd en belandde voor zes jaar in de gevangenis, na de moord op de vriend van zijn halfzus. Deze Cheyenne op haar beurt pleegde in 1995 zelfmoord. Het is een van de horrorverhalen uit Brando's priveleven dat hij zo veel mogelijk afschermde van de buitenwereld, op zijn eiland in de Stille Zuidzee. Als icoon staat hij niettemin nog altijd overeind, wit shirt, gespannen, opstandig, als een losgeslagen panter. Een macho, soms een beetje zijïg, met zwoele lippen, en decennialang geïmiteerd door mannen die graag zo willen zijn als Brando, of Bud, zoals zijn moeder hem noemde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden