Brandnetel rukt op in Nederland

Beleid om fosfaten of verspreiding van mest terug te dringen, is niet succesvol. Algemene planten als de brandnetel rukken op.

Bioloog Wil Tamis verdiepte zich de afgelopen zes jaar in de Nederlandse flora. Hij onderzocht alle gegevens over bomen, planten, grassen en bloemen uit de 20ste eeuw en signaleert een aantal veranderingen. Behalve vermesting ziet Tamis een duidelijke verstedelijking, en met zijn onderzoek is ook weer eens bevestigd dat de klimaatverandering van grote invloed is op het groen.

Voorlopig heeft dat laatste nog een positief resultaat. Planten die van warmte houden -klein liefdegras, bijenorchis, late stekelnoot en zeevenkel- komen veel vaker voor. Tegelijk hebben de koudeminnende soorten nog niet het loodje gelegd, zodat de totale flora groeit.

Wil Tamis loopt van jongs af te kijken en te zoeken in de natuur. Het begon met vogels, maar al gauw werden het ook vleermuizen, schelpen, insecten en planten. “Vogelsoorten zijn er niet zo heel veel, terwijl je 1500 plantensoorten hebt“, verklaart hij zijn ommezwaai.

Voor zijn onderzoek hoefde hij niet zelf op pad. Zijn proefschrift was vooral bureauwerk, maar daarvoor had hij wel de gegevens nodig van honderden vrijwilligers, provincies en natuurorganisaties. Nederland is verdeeld in kilometercellen, op de kaart zijn dat 36000 hokjes van elk een vierkante kilometer. In het merendeel van die vakken lopen van voorjaar tot najaar mensen rond die van planten houden. En zij geven als officieel waarnemer alle soorten die ze tegenkomen door aan stichting Floron.

Het lijkt een onmogelijke opgave, al die plantjes herkennen in natuurgebieden, maar ook in parken of tussen stoeptegels. Volgens Tamis valt dat wel mee. “Meestal bezoek je een vast gebied. Als je weet welke soorten in een bepaalde biotoop voorkomen, leer je die snel kennen. Studenten biologie leren ook in twee weken tijd vierhonderd soorten herkennen. En je kunt altijd een plant plukken en thuis in een boek opzoeken welke het precies is.“

Bij het doormeten van de vele gegevens ontdekte Tamis ook dat exoten goed ingeburgerd zijn. Over de opmars van uitheemse planten wordt altijd beweerd dat ze de biodiversiteit achteruit helpen. Maar Tamis heeft niet kunnen constateren dat zij enig kwaad doen. “Het is ook maar hoe je ernaar kijkt en welke tijd je als referentie neemt. Twee derde van alle soorten is hier pas ingeburgerd na 1500. Korenbloem, klaproos en tamme kastanje komen oorspronkelijk ergens anders vandaan.“

Bijzondere soorten als klokjesgentiaan gaan hard achteruit, omdat ook voedselarme gebieden, als heidevelden, verdwijnen. Als onderzoeker aan de Universiteit Leiden trekt Wil Tamis conclusies, maar hij laat het aan beleidsmakers over om te bepalen of veranderingen erg zijn of niet. “Je kan je afvragen of je veel overheidsgeld moet steken in het klimopklokje, een relict uit de ijstijd, als dat neerkomt op trekken aan een dood paard vanwege de klimaatsverandering“, aldus de onderzoeker.

De grote brandnetel behoeft in ieder geval niet meer promotie. Die komt, dankzij de vermesting, in 94,3 procent van alle kilometercellen voor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden