Brandend zand

Het idee leek zo simpel: je poot een woestijn vol met zonnecollectoren, en hup, opgelost is het energieprobleem ..! Het ligt wat ingewikkelder.

Dit was het idee: Europese bedrijven bouwen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten enorme zonnekrachtcentrales om Europa goedkoop van elektriciteit te voorzien. Onafzienbare zandvlakten vol met zonnecollectoren en zonnespiegels. Desertec heette het kapitaalkrachtige conglomeraat van twaalf overwegend Duitse concerns dat op deze manier in 2050 15 procent van de Europese energievraag wilde gaan leveren.

Het kon haast niet misgaan. Ruimte zat, zon te over, succes verzekerd. Wat stroomkabeltjes trekken over de bodem van de Middellandse Zee en door de Straat van Gibraltar en de EU hoefde zich geen zorgen meer te maken over Poetins grillen rond de aanvoer van Russisch aardgas naar Europa. Met de onuitputtelijke Afrikaanse zonkracht zou in één klap de fossiele energievoorziening in Europa worden verduurzaamd.

Dát was begin deze eeuw het idee. De werkelijkheid is weerbarstiger, zegt de Nederlander Paul van Son, bestuursvoorzitter van Desertec, het samenwerkingsverband van overwegend Duitse multinationals als BASF, Siemens, RWE en E.ON. "Er is in Europa sprake van een grote overcapaciteit. Elektriciteitscentrales liggen stil, Duitsland kan geregeld zijn windenergie niet kwijt aan de eigen binnenlandse markt. De import van elektriciteit is daar nu niet aan de orde. Noord-Afrika zelf heeft een groot tekort aan energie. Daarom is het belangrijk dat juist in die regio een goede infrastructuur wordt opgezet. Daar zijn wij mee bezig. Desertec wilde vooral de markt laten zien dat het goed mogelijk is om daar rendabele wind- en zonprojecten te realiseren."

Misschien is in de beginfase een wat verkeerd beeld ontstaan, zegt Van Son. "Het is nooit onze bedoeling geweest zelf projecten op te zetten, al is dat in de beginfase wel gesuggereerd. Wij zijn de wegbereiders, kwartiermakers voor bedrijven, overheden en organisaties die in het Midden-Oosten en Noord-Afrika windparken en zonnekrachtcentrales willen opzetten." Dat is wat Desertec nu volop doet.

Maar het zonplan van Desertec sprak destijds zeker tot de verbeelding. Het kwam Van Son in 2011 en 2012 op riante posities in de Duurzame 100 van Trouw te staan: hij eindigde in 2011 op 49 en hij klom het jaar erna op tot plek 42. Daarna verdween zijn naam uit de duurzame gelederen. Van Son zit nog steeds bij Desertec in München. Het samenwerkingsverband heet inmiddels Dii - Desertec Industrial Initiative.

Tot dusver zijn er, met name in Marokko, Algerije, Egypte, Libanon, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten voor ruim 1600 megawatt aan wind- en zonneparken gerealiseerd. Het zonaandeel is nog beperkt, totaal ongeveer 260 MW, maar er zijn enkele forse projecten in ontwikkeling. Volgend jaar wordt in het immense gebied 4000 MW aan duurzame energie opgewekt, waarvan 940 MW afkomstig zal zijn van zonnekracht. Bij lang niet alle projecten is Desertec overigens betrokken.

Het is volgens Van Son een hardnekkig misverstand dat Desertec zich richt op de mogelijkheden voor export van zonnekrachtstroom naar Europa. "Dat is wat ons betreft voorlopig niet aan de orde. Misschien behoort export naar de EU over 20 tot 30 jaar tot de mogelijkheden." Er moet voor export van elektriciteit een kostbaar netwerk van kabels worden gelegd door Europa, waardoor de kosten van elders opgewekte zonne-energie fors stijgen.

Vorige week ontzenuwde Wim Sinke, hoogleraar duurzame energiesystemen, op deze plek in Trouw tien fabels over zonne-energie. De export van Sahara-stroom naar Europa zag hij niet als haalbaar. De onderhoudskosten van de systemen zijn hoog. Ook gaat bij transport van de stroom naar Europa veel energie verloren. Bovendien, naarmate zonnestroom goedkoper wordt, gaan de kosten van dat transport zwaarder wegen. "Bovendien creëren we zo een nieuw vorm van energie-afhankelijkheid", zei Sinke. "Eerst waren het olie en gas uit het Midden-Oosten en Rusland, straks is het zonnestroom uit Noord-Afrika."

Voor hoogleraar Sinke is het beeld van zonnecentrales in de woestijn een overblijfsel van het oude, centralistische denken. "Ik zou niet weten waarom ik nu al in zonne-energie in de Sahara moet investeren, als hier in Nederland nog zoveel van de grond moet komen." Toch is ook hij een groot voorstander van meer investeren in zon. Er wordt in Nederland te eenzijdig op windenergie ingezet, vindt hij. Zonne-energie op eigen bodem heeft minstens even goede mogelijkheden en is per saldo niet duurder dan wind-op-zee.

Nederlandse beleggers stappen in zonnekracht

Kleine Nederlandse investeerders gaan waarschijnlijk deelnemen in projecten voor zonnekracht van Desertec Industrial Initiative, een samenwerkingsverband van twaalf grote bedrijven. Desertec heeft een beleggingsfonds opgericht, waarin ook Nederlandse investeerders kunnen gaan deelnemen. Het gaat om een fonds van 30 miljoen waarmee Desertec de eerste aanloopkosten voor de ontwikkeling van wind- en zonprojecten in Noord-Afrika en het Midden-Oosten wil financieren.

Meewind, het Nederlandse beleggingsfonds in duurzame energie, wil voor drie miljoen deelnemen in het fonds van Desertec.

Inmiddels is door ruim vijftig kleine beleggers zo'n drie ton toegezegd, aldus Meewind. De toegezegde deelnemingen liggen tussen de 1000 en 25.000 euro per belegger. De organisatie belegde tot nu toe vooral in windparken, het is voor het eerst dat er nu ook in zonnekracht wordt belegd.

Meewind werkt in dit project samen met de vereniging voor Zonnekrachtcentrales. De vereniging gelooft in de toekomst van zogenaamde zonthermische krachtcentrales, waarin zonnestralen worden opgevangen door spiegels, die met de zon meedraaien. De hitte wordt gebruikt in een conventionele krachtcentrale, die met stoom elektriciteit opwekt.

Voorzitter Sietse de Haan: "Wij zeggen: knoop alle hernieuwbare energie in Europa aan elkaar, knoop dat aan de waterkracht in Scandinavië en de Alpen en aan de zonnekracht in het zuiden van Europa, de Sahara en het Midden-Oosten. Zo'n groot systeem is goedkoper en stabieler en zal daardoor de hernieuwbare energie eerder haalbaar maken."

'Ze zijn ook gewoon erg mooi'

Joep Meijer is een van de potentiële investeerders in zonnekracht. Hij gelooft heilig in het concept. "Wij hebben een energienet nodig, dat regio's met elkaar verbindt. Zonnekrachtcentrales kennen geen emissie, hebben geen brandstofkosten en gebruiken een fractie van het water dat conventionele energiecentrales, die op kolen of gas draaien, nodig hebben. En zij zijn gewoon erg mooi. Maar ja, dat is natuurlijk wel subjectief."

Belegger Johannes Kempenaar: "De situatie met Rusland en in het Midden-Oosten laat zien dat een afhankelijkheid voor de energievoorziening van dat soort landen geen gezonde situatie is. Zonnekrachtcentrales kunnen hiervoor een goed alternatief zijn. Wel moet er gekeken worden waar deze geplaatst worden. Als ze in onstabiele regio's komen, kunnen we voor dezelfde problemen komen te staan. Bekijk je het wereldwijd, dan schijnt het zo te zijn dat als je één procent van het aardoppervlak met zonnekrachtcentrales bebouwt, dit genoeg energie oplevert voor de hele wereld. Wat dat betreft een uitgelezen kans."

Ook Jan Maarten Fernig wil investeren in zonnekracht. Hij heeft al 10.000 euro in windenergie gestoken. "Ik zie zon als de energievoorziening van de toekomst. We hadden er al veel eerder aan moeten gaan werken. Ik zie het probleem van onstabiele regio's niet zo. Zo'n zonnekrachtcentrale biedt ook werkgelegenheid en dat biedt perspectief in zo'n regio. Dan is er geen reden om rotzooi te trappen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden