Brandbom kolonisten doodt baby Ali

'De rechts-nationalistische regering van Israël voedt dit geweld', klinkt het op de bezette Westelijke Jordaanoever

De geur van verbranding hangt nog in alle kamers van het zwartgeblakerde huis. In de slaapkamer zijn foto's van Ali op de grond gelegd, tussen het bluswater. Achttien maanden oud was hij. Gisterochtend verbrandde hij levend toen Joodse kolonisten een brandbom naar binnen gooiden.

Wraaknemingen zijn geen nieuw fenomeen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Wel een triest nieuw element in deze vergeldingsaanvallen: dat er een dode is gevallen. Het dorp Douma, vierduizend inwoners, vooral boeren, is geschokt en kwaad. "We zullen deze brandgeur altijd blijven ruiken, nog na jaren", zegt Zoghdi Dawabsha.

Heel vroeg in de ochtend slopen Joodse kolonisten het dorp binnen. Ze gooiden een brandbom in de slaapkamer van de familie Dawabsha. Ali verbrandde levend. Ze gooiden ook een brandbom bij de buren naar binnen. Maar die waren weg.

Douma is omgeven door drie nederzettingen. De inwoners zijn gewend aan kolonistengeweld. Zoghdi Dawabsha: "Ze hakken bomen om, vallen mensen aan, vorig jaar hebben ze auto's verbrand, maar dit?" Hij kijkt opnieuw rond in de uitgebrande slaapkamer. "Het is zo slecht, ik weet echt niet wat te zeggen. Elk woord verdwijnt uit je gedachten."

Inwoners van het dorp, en ook Palestijnse leiders, houden de Israëlische regering van premier Netanyahu verantwoordelijk. "Als de Israëlische regering overal de bouw van nederzettingen aanmoedigt, moedigt ze ook dit soort misdaden aan", zegt de Palestijnse president Abbas.

Het is een geluid dat alom klinkt: de rechts-nationalistische regering van Israël voedt dit geweld. Deze week nog zei de regering: We gaan door met bouwen, en laten ons door de rechter niet van dat pad afbrengen. Dat was toen de rechter had bevolen dat er twee panden in een nederzetting moesten worden gesloopt. De brandstichting zou een wraakactie voor deze sloop kunnen zijn.

Netanyahu zelf veroordeelde de daders in sterke bewoordingen. Hij zei 'geschokt' te zijn door deze afschuwelijke daad. Hij belde zelfs met Abbas - dat is zeer zeldzaam --en beloofde hem een grondig onderzoek. Maar dat is een toezegging die Palestijnen met cynische argwaan aanhoren.

Daders van gewelddadigheden tegen Palestijnen worden vrijwel nooit vervolgd. "Vaak is er zelfs geen fatsoenlijk politieonderzoek", stelt de Israëlische mensenrechtenorganisatie B'Tselem. "Het antwoord van de autoriteiten is veel te mild", zegt woordvoerdster Sarit Michaeli. "Het is wachten op de volgende brandstichtingen."

In Douma werd Ali intussen, gewikkeld in een Palestijnse vlag, naar zijn graf gedragen. Zijn gezicht was bedekt met een traditionele sjaal, waarschijnlijk omdat het zwaar verbrand was. "Dit is heel verdrietig, de hele wereld moet dit weten", zegt Hasan Dektash.

Hij is zelf Turks, maar getrouwd met een Palestijnse vrouw. Hij heeft twee jonge kinderen. "Mijn vrouw hoorde vanmorgen vroeg het nieuws, ze begon te huilen. Daarom ben ik hier gekomen, om te laten zien dat ik aan hun kant sta."

De ouders van Ali en zijn vierjarige broertje waren niet bij de begrafenis. Zij liggen met zware brandwonden in een Israëlisch ziekenhuis.

Het is onduidelijk of de zoektocht naar de daders iets heeft opgeleverd. Die is tot nu toe met grote stilte omgeven.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden