Brand? Wilhelm II was als eerste ter plaatse ¿ met spuit

De verbannen Duitse keizer was in zijn Nederlandse toevluchtsoord Doorn bijzonder geliefd. Zijn vrijgevigheid is echter in vergetelheid geraakt. Onterecht, meent onderzoeker Jaap Holwerda.

In Groot-Brittannië hadden ze Wilhelm II na afloop van de Eerste Wereldoorlog het liefst door wilde paarden laten vierendelen. In Doorn werd de Duitse keizer, die toen door bijna alle partijen als grote schuldige van de oorlog werd aangewezen, daarentegen op handen gedragen. En nog steeds kan de keizer op grote welwillendheid rekenen van mensen van de Utrechtse heuvelrug.

Jaap Holwerda, gepensioneerd docent natuurkunde en rondleider in Huis Doorn, waar de keizer zijn ballingschap doorbracht, wil van de man weinig kwaad woord horen. "Het was geen kwaaie kerel. Je kunt hoogstens zeggen dat hij verschrikkelijk ijdel was. Maar de man had een groot hart en dat hebben de mensen in Doorn en de omgeving destijds goed kunnen merken."

Holwerda sprak de afgelopen tien jaar met veertien voormalige werknemers en bewoners van Huis Doorn om hun getuigenissen voor het archief van het museum Huis Doorn vast te leggen. "Die mensen waren nog steeds vol lof over hun oude baas", zegt Holwerda. "Zij kregen bij de keizer drie keer zoveel betaald als bij andere werkgevers. Er waren bazen in de omgeving die de keizer te kennen hebben gegeven dat hij niet zo 'marktverstorend' moest opereren."

Toen Wilhelm II zich in november op het station Eijsden in Limburg meldde met een asielverzoek, dacht iedereen dat dit een tijdelijk ballingschap zou zijn. Hij vond onderdak in Amerongen en toen hij twee jaar later Huis Doorn kocht als permanent onderkomen, schonk hij de Amerongse bevolking voor het gastvrij verblijf een ingericht hospitaal met vijftig bedden.

"Zijn vrijgevigheid is in de vergetelheid geraakt en dat is niet terecht", zegt Holwerda. Hij wijst op de ooit Nederlands-hervormde Maartenskerk in Doorn, waaraan de keizer, hoewel zelf luthers, het schilderij 'De Ongelovige Thomas' schonk, dat daar nog steeds een prominente plaats heeft. "Van die kerk kreeg hij een lijst van behoeftige mensen die rond Kerst bij hem kolen en andere spullen mochten ophalen, zoals kleding en dekens."

Bekend was dat Wilhelm II over een voor die tijd geavanceerde brandspuit beschikte. Volgens Holwerda zette de keizer die in voor brandjes in de buurt. "Ik ontdekte laatst een verslag uit de regionale krant De Kaap van 17 juli 1925 waarin stond: 'Zijne Majesteit de keizer was de eerste met zijn brandspuit op de plaats des onheils en nam met prins Oskar, diens gemalin, zijn adjudant, de heren van het hof, de tuinbaas en het gehele personeel krachtig deel aan het blussingswerk'. Er stond ook in dat de keizer de bewoners die nacht tijdelijk onderdak verschafte."

Duidelijkste blijk van meeleven van de burgerij kwam volgens Holwerda na Wilhelms overlijden op 4 juni 1941. "Hitler had aangegeven dat de grootste krans van hem moest zijn. Toen de bewoners van Doorn dit hoorden, kwamen zij in actie. Zij maakten een bloemstuk van duizend rode rozen met in het midden een kruis van orchideeën, dat niet door de deur van het kapel kon waar Wilhelm II lag opgebaard."

Holwerda noemt moeiteloos een stroom weldaden op die regionaal bekend zijn, maar die niet de vele biografieën haalden die zijn geschreven over een van de belangrijkste mannen van de oorlog waarbij omstreeks 20 miljoen mensen omkwamen. Dat geldt zeker voor de gezaghebbende Duits/Britse biograaf John Röhl, die de keizer kenschetst als oorlogsmisdadiger, psychopaat, narcist en 'giftige antisemiet' en hem zonder meer aanwijst als hoofdschuldige aan de uitbraak van de Grote Oorlog.

Holwerda, maar ook zijn 180 collega-vrijwilligers die Huis Doorn overeind houden, hechten meer geloof aan de genuanceerde visie van Christopher Clark op Wilhelm II, die hem onberekenbaar en incapabel noemde. Daarnaast wijst hij op het honderd jaar na dato gehouden 'proces' tegen Wilhelm II door de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, waarin hij voor een van de vijf aanklachten schuldig werd verklaard. "De kijk op de keizer is duidelijk aan het verschuiven", zegt Holwerda.

Onderduikers

Niet alleen de keizer kon op waardering van de regio rekenen, maar ook zijn adjudant Sigurd von Ilsemann. Volgens Holwerda steunde hij de anti-NSB-burgemeester Baron van Nagell. Van verschillende oud-werknemers hoorde Holwerda dat in het poortgebouw van Huis Doorn enige tijd onderduikers hebben gezeten. In dat gebouw zaten ook SS'ers die Huis Doorn in de gaten moesten houden. "Daar zoeken ze zeker niet", zou Von Ilsemann hebben gezegd.

Na het overlijden van de keizer heeft Von Ilsemann zich tot het uiterste ingezet om Huis Doorn als museum in stand te houden. Maar gelukkig was deze Pruisische officier niet. In 1952 pleegde hij in het poortgebouw zelfmoord. Onlangs ontdekte Holwerda onder een brandmelder het kogelgat dat hierdoor ontstond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden