Brand Volendam / Op die plek nooit meer feest

Jan Veerman verkoopt zijn kroeg aan de gemeente. In het pand aan de Volendamse haven komt de eerste vijftig jaar geen horeca meer. Ouders van een van de slachtoffers leggen uit waarom heropening onbespreekbaar was voor de nabestaanden.

Ze waren in januari niet bij de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomst op de dijk. Niet uit wrok, niet uit verbittering, maar omdat ze het niet aankunnen voor het pand te staan waar de brand woedde die hun dochter het leven kostte. ,,Van buiten is er niets meer van te zien'', zegt Ida Kok (47). ,,Maar ik zie meteen die beelden voor me van wapperende gordijnen, kapotte ramen.''

Evert Kok (50): ,,De snijdende kou. Ik ben er die nacht wel twee uur omheen gelopen, om te zoeken, te kijken.'' Kalm: ,,Het is een kwelling.''

Door de nieuwjaarsbrand in Volendam kwamen veertien jongeren om het leven. Anja, de ten tijde van de brand 14-jarige dochter van Evert en Ida Kok, is een van hen. Zij raakte die nacht zwaargewond. Zeven maanden later, in juli 2001, overleed zij.

Aan de witte eettafel in de woonkamer praten Evert en Ida Kok over hun dochter, over de tijd dat ze ziek was en over hoe het leven voor hen en hun twee andere kinderen is veranderd. Ida spreekt rustig, indringend. Evert Kok doet met een strak gezicht zijn verhaal.

Tot de brand was de WirWarbar, onder Bar De Hemel, voor hen een 'gewone' uitgaansgelegenheid. ,,We dronken er weleens een kopje koffie, een glaasje bier.'' Ida keek een enkele keer met haar schoonzus in Bar De Hemel hoe het met de meiden ging. ,,Dat was echt een bar voor de jongelui, van dat pubergrut. Wij persten ons soms naar boven. We hebben weleens tegen elkaar gezegd: 'Als hier brand uitbreekt, zal je wel sterven, met die drukte en die tralies'. Niet wetende wat er ooit zou gebeuren.''

Al kort na de nieuwjaarsbrand ontstaat in Volendam de discussie over wat er moet gebeuren met het pand aan de Haven. In februari 2001 geeft cafébaas Jan Veerman aan dat hij een gesprek wil met de gemeente over een eventuele heropening van de cafés onder bar De Hemel. Op aandringen van de gemeente sloopt hij het interieur van De Hemel niet, zodat slachtoffers de rampplek kunnen bezoeken. In juni van dat jaar zegt Veerman tijdens een bijeenkomst met toenmalig burgemeester Bulte, slachtoffers en nabestaanden, dat hij het pand opgeeft. Later komt hij daar op terug. De discussie blijft voortwoeden.

Voor Evert en Ida Kok is het duidelijk: nooit meer feestende jongeren op die plek. Toen in de gemeenteraad werd besproken of Veerman weer een horecavergunning kon krijgen, heeft Evert Kok een brief geschreven. ,,Daarin heb ik gevraagd of ze rekening wilden en konden houden met onze gevoelens. Burgemeester Bulte zei toen dat als er één ouder van een overleden kind tegen het verstrekken van de horecavergunning was, hij zich er hard voor zou maken om dat tegen te houden. Dat heeft hij altijd gedaan, maar hij kon natuurlijk geen harde garanties geven. Jan Veerman zou kunnen gaan procederen.''

De tijd die volgde was slopend. Volgens Ida en Evert Kok wisselde Veerman voortdurend van standpunt over het wel of niet heropenen. Ida: ,,We werden heen en weer gejojood. En intussen had ik maar dat beeld voor ogen. Dat feestende jongeren daar over de dijk zouden hangen, en over het monument zouden kotsen en pissen. Dat ze in dat pand weer zouden feesten, lallend en o zo gezellig, op de plaats waar mijn kind heeft gelegen, kermend van de pijn. Waar kinderen zijn overleden. Dat is krankzinnig. In New York houden ze op de plaats waar het WTC stond toch ook een middenstuk open?''

Een aantal dorpelingen was openlijk voor heropening. ,,Ik ben naar ze toe gegaan en als je mensen daar op aanspreekt, zeggen ze duidelijk dat ze het zo niet begrepen hadden'', zegt Evert Kok rustig. ,,Ik heb het verschillende keren moeten uitleggen, mijn mening soms moeten verdedigen. Dat je er uit respect een monument van kan maken, zo hadden ze het niet gezien. Maar het is wel de plaats waar het allemaal is gebeurd.''

De onzekerheid knaagde. Evert Kok: ,,En het was elke keer tegen zo'n datum aan: met kerst, nieuwjaar, met kermis, net drie weken voor de bouwvak, dat was steeds het geijkte moment dat Veerman er weer mee kwam. Daar werd je gek van.'' Pastoor Berkhout belegde dan meteen een spoedbijeenkomst met de ouders van de overleden kinderen. Ida: ,,Daar vertelden ze wat je er aan kan doen om die onrust van binnen weg te halen.''

In Volendam werd ook het boek bekend van de Ierse journalist Tony McCullagh. Daarin schrijft hij over de Stardust-discotheek in Dublin. Bij een brand in 1981 kwamen daar op Valentijnsdag 48 jongeren om het leven en raakten honderden gewond. McCullagh beschrijft het vervolg dat die ramp in Dublin kreeg. In de Ierse discotheek werd kort na de brand een biljartcafé geopend, tot wanhoop van de getroffenen. Een van de nabestaanden in Dublin pleegde zelfmoord, anderen deden pogingen daartoe. Vele andere betrokkenen bij de Stardust-brand raakten volgens McCullagh aan de drank, de meesten zijn werkloos. Slachtoffers en hun naasten bezetten het café in Dublin, gooiden ruiten in.

Evert en Ida Kok begrijpen die wanhoop. Ida: ,,Je hoorde hier in Volendam wel van een oma die in het pand wilde gaan zitten om het te bezetten, als er weer horeca in zou komen. Een ander zei er een bom in te willen gooien, een derde dacht aan een bulldozer.''

,,Dat een van de vaders in Dublin zelfmoord pleegde, kan ik wel begrijpen'', zegt Ida. Evert Kok: ,,Een logisch gevolg. Je krijgt allemaal rare gedachten over wat je zou doen als toch weer een kroeg in het pand open zou gaan. Als ik lag te dromen, zag ik mezelf al lopen op de dijk, in zo'n vest met kleefbommen, net als in Israël.'' Ida: ,,Dat soort dingen doe je uiteindelijk niet, je hebt nog twee kinderen, een man.'' Evert Kok, gelaten: ,,En je weet: als dit pand instort, komt er toch weer een nieuw pand.''

Over de manier waarop in het Zweedse Gotenburg na de discobrand in november 1998, in het rampgebouw een herdenkingscentrum voor de 63 doden en bijna tweehonderd gewonden is ingericht, hebben ze veel goeds gehoord. ,,Maar voor ons maakt het niks uit wat er in het pand aan de Dijk komt. Zolang het maar geen feesttent wordt. Een respectvol gebouw moet het zijn. Wat mij betreft mogen er dan best mensen komen kijken, daar mag dan best een koffiehoek bij. Een museum, of bijvoorbeeld een souvenirwinkel zou ook goed zijn.''

Ida: ,,Die twee keer dat ik het heb gezien, was het net of er niets is gebeurd. De tafeltjes stonden keurig opgesteld. Ik weet niet of het nu nog zo is, maar zo wil ik het niet. Het gaat om troost.'' Evert Kok: ,,Om respect. En de hoop dat mensen hier wat van geleerd hebben.''

Op de dijk zijn ze sinds de brand precies twee keer geweest, vertelt hij. ,,Vanuit een min of meer morele verplichting.'' De eerste keer was bij het plaatsen van het monument aan de dijk, voor de gewonde en omgekomen jongeren; de tweede keer bij een herdenking. ,,Verder komen we niet meer op de dijk. We kunnen het niet aan. We denken er de hele tijd aan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden