Bram van Velde maakte uit ellende schoonheid beeldende kunst

Bram van Velde, grafisch werk 1923-1981. Stedelijk Museum Schiedam, t/m 29 januari, di t/m za 11-17, zon- en feestd. 12.30-17 uur. Boek ¿ 35.

Hij meende dat Mondriaan en de constructivisten overmoedig waren in hun streven naar zekerheden. Mondriaan heeft volgens hem 'in de helderheid gewerkt. Ik werk in de duisternis.' Toch had hij met Mondriaan meer gemeen dan hij besefte. Op de grote expositie in het Haags Gemeentemuseum kan men nu zien, dat ook Mondriaan tastenderwijs te werk moest gaan. Beide kunstenaars beperkten welbewust de gegevens waarmee zij experimenteerden. En Bram, die verklaard heeft 'Ik schilder mijn ellende', bereikte soms ook een helderheid - een andere, schrijnende.

Er is ook een wezenlijk verschil. Mondriaan achtte een gelukkige toekomst mogelijk; Bram schilderde zonder hoop, naar hij zei om het jammerlijke bestaan te verdragen. Hij kwam uit een straatarm gezin te Zoeterwoude en kon pas van de opbrengst van zijn werk leven na zijn 62ste. Maar de schilder Marinus Boezem wees er in 1977 op, dat men zijn werk 'van een onwaarschijnlijke schoonheid' niet moet verklaren uit zijn tragische leven. Het is autonoom. “Mijn werk is van mijn wil onafhankelijk”, zei Bram zelf. De schrijver Samuel Beckett verklaarde in 1949: “Ik beschouw hem als de eerste die erkent dat kunstenaar-zijn betekent, mislukken zoals geen ander durft te mislukken.” Beckett zette daarmee de toon voor de meeste latere commentaren. Werkelijk doorleefd is dan weer de tekst van Boezem. Het nieuwe boek geeft, onder redactie van Eric Slagter, naast de levensfeiten een heldere uiteenzetting over de ontwikkeling van het werk.

Afdruipsporen

In de nonfiguratieve composities wordt dikwijls het beeld beheerst door een X-vorm die aangevuld is tot twee driehoeken in dralende vervloeiing en met afdruipsporen. Met de melancholische vorm contrasteert soms de kracht van heldere, maar nooit luide kleuren. Er is vaak iets te bespeuren van een kop of een oog. Men heeft ook wel gemeend de initialen van de kunstenaar te herkennen. In elk geval zit hij er met heel zijn wezen in.

Nederlandse musea hebben er pas laat belangstelling voor gekregen. Er zijn maar weinig schilderijen in Nederlands bezit. Van het vroege, figuratieve werk is er wel iets, dankzij de Haagse gebroeders Kramers die jarenlang Bram en zijn eveneens schilderende broer Geer ondersteund hebben. Het Leidse museum De Lakenhal exposeert tot 7 januari een aantal vroege werken.

Bram was geen graficus. Toch is zijn kunst vooral door prenten in ruimer kring bekend geworden. Hij tekende niet rechtstreeks op de steen maar met vetstift op overdrukpapier dat dan met de steen door de pers werd gehaald. De grote produktie van prenten begon in de jaren zestig, toen de kunstenaar beroemd was geworden. Hij ging dikwijls uit van een gouache die hij op papier 'interpreteerde' waarna een vakman voor de lithodruk zorgde. De Amsterdamse kunsthandelaar M.L. de Boer hing soms naast de oorspronkelijke gouache de litho (of litho's, want er konden verschillende 'interpretaties' zijn).

Naar Parijse maatstaven zijn de drukken originele prenten. Ze zijn, zoals men in Schiedam kan zien, van een hoge grafische kwaliteit. Bram vond dat de prent voor zijn schilderijen zoiets was als de grammofoonplaat voor muziekwerken. Hoewel oplagen van 100 tot 300 exemplaren de regel zijn, hebben de bladen al een zekere zeldzaamheidswaarde. Een aanzienlijk deel van de in Schiedam getoonde prenten is uitgeleend door Wim Vromans, die een galerie heeft in het gebouw Atrium in Amsterdam. Ze zijn op de tentoonstelling en in de galerie te koop voor 1 250 tot 6 350 gulden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden