Naschrift

Bram ‘Bond’ Grisnigt (1923-2019) voelde zich geen oorlogsheld, maar was het wel

Bram Grisnigt in 1942

Bram Grisnigt zweeg tot zijn 92ste over zijn ervaringen als geheim agent in de Tweede Wereldoorlog. Daarna kwam er toch een boek om jongeren te laten inzien wat hun vrijheid heeft gekost.

Hij zou zelf de publicaties vol heroïek en heldendom na zijn overlijden niet op prijs hebben gesteld. Zeker zijn benaming als Nederlandse James Bond niet. De bescheiden Bram Grisnigt was wars van borstklopperij en trad liever niet op de voorgrond. Pas op zijn 92ste vertelde hij voor het eerst uitgebreid over zijn ervaringen als geheim agent en als gevangene in de concentratiekampen aan historicus Bram de Graaf, die er het boek 'Spion van Oranje' over schreef. Hij wilde er jongeren mee overtuigen dat Bevrijdingsdag meer was dan popfestivals bezoeken: hun vrijheid had levens gekost.

Bram zag zichzelf niet als held; die titel bewaarde hij voor zijn strijdmakkers die hun leven hadden gegeven in de Tweede Wereldoorlog. Zelf had hij de oorlog overleefd dankzij een forse dosis geluk, de juiste keuzes en door de goede mensen om zich heen te hebben. Bij de vele levensbedreigende momenten moest er wel sprake zijn geweest van een beschermengel, zei hij vaak.

Bram Grisnigt Beeld x

Bram was bescheiden, prudent en rechtdoorzee. Als kind was hij verlegen geweest, maar dat was na de oorlog voorbij. Reijer Abraham Grisnigt werd geboren in 1923 in Rotterdam, maar werd vanaf zijn kleuterleeftijd opgevoed bij pleegouders, de familie Kraaij in Zeist. Hij woonde daar omdat zijn vader was overleden en zijn moeder vanwege psychische problemen niet voor hem en zijn zussen Sjaantje en To kon zorgen. Bram had een geweldige jeugd, zijn pleegouders waren erg lief voor hem. Hij kreeg een beschaafde opvoeding en was zeer Oranjegezind. Op Koninginnedag knoopte hij een mooi oranje lint aan zijn kano.

Aan de dood ontsnapt

Bram hield van varen en droomde van verre reizen op zee, maar na de mulo werd hij bij de zeevaartschool afgewezen vanwege kleurenblindheid. Hij koos voor een toekomst als internationaal handelsreiziger en ging naar de Handelsschool in Den Haag. Bram zat in 1941 net voor zijn eindexamen toen hij zich zo ergerde aan de voorbij marcherende en zingende Duitse soldaten, dat hij op de fiets stapte naar Frankrijk om zich aan te sluiten bij de geallieerden. Hij was net 18. 

Met zijn pleegouders en twee zussen. Beeld -

Daar aangekomen leek het een beter plan om naar Engeland te gaan. Samen met zijn maat Piet Hoekman voer hij mee op een schip vanuit Spanje, maar belandde via Curaçao, Amerika en Canada pas negentien maanden later in Engeland. Onderweg ontsnapte hij meermaals aan de dood, zoals toen de olietanker waar hij als matroos had aangemonsterd werd getorpedeerd. Hij was vanwege de warmte die nacht op het dek gaan slapen, zijn maatje die in de hut was gebleven kwam om.

Bang was hij nooit. In Canada voegde hij zich als dienstplichtig militair bij de Koninklijke Brigade Prinses Irene en eenmaal in Engeland werden Bram en Piet geronseld door Bureau Inlichtingen. Hij werd er opgeleid tot geheim agent en ontmoette er eens koningin Wilhelmina en prins Bernhard.

Kees Coster

In zijn dagelijkse treinrit naar het opleidingscentrum maakte hij kennis met de Britse Ann Stone, met wie het snel serieus werd. Zij kende hem alleen als Kees Coster, zijn codenaam, maar Ann stelde geen vragen.

September 1943 werden Piet en Bram gedropt boven Noord-Brabant. De postduiven in het mandje op zijn buik liet hij los zodat Londen zou weten dat ze veilig waren geland. Daarna ging hij aan de slag als telegrafist en seinde berichten over militaire installaties door aan Bureau Inlichtingen in Londen. Dat ging goed, tot de Duitsers Brams zender uitpeilden en hem begin 1944 oppakten - enkele maanden nadat zijn maat Piet doodgeschoten werd na te zijn verraden. 

Via Kamp Haaren, Kamp Vught, Sachsenhausen en Neuengamme kwam Bram uiteindelijk terecht in Kamp Ravensbrück. Onderweg naar Sachsenhausen zag hij kans met een potloodje een piepklein briefje te schrijven aan zijn pleegouders, die hij uit een kier van de wagon gooide. 'Landgenoot!!! Wilt u zo goed zijn, dit briefje aan onderstaand adres te sturen. Wij maken het allen goed en zijn op transport naar Duitsland. Keep smiling.' Zijn pleegouders ontvingen het bericht.

Met Ann in Londen. Beeld -

Volgens Bram had hij de kampen overleefd door altijd uit beeld van de Duitsers te blijven, hij wist dat hij niet moest opvallen.

Er waren opnieuw geluksmomenten: een kampbewaker die hem op het laatste moment richting de goede rij duwde, waardoor hij niet werd gedood. Ook de gedachte aan Ann hield hem in leven. Met de Russen op komst werd Ravensbrück eind april 1945 ontruimd en begon hij aan de dodenmars. Bram bleef tot het laatst toe beleefd en vroeg netjes of hij mocht poepen toen ze kort halthielden. Hij verdween achter de struiken en zag dat de kolonne weer in beweging kwam. Heel stilletjes bleef hij gehurkt zitten en schoof voetje voor voetje naar achteren. In dat bos lag hij rillend van de kou op zijn rug naar de sterrenhemel te kijken: de mooiste nacht van zijn leven.

Weg uit Nederland

Enkele weken later kwam hij thuis bij zijn pleegouders, waar hij tussen zijn spullen een handbijbeltje vond, dat hij van een oom had gekregen. Voorin stond geschreven: 'Hij zal zijn Engelen van u bevelen, dat ze u bewaren op al uw wegen'. Toen hij dat las, was hij er stil van. Hoe waar. Vrijwel gelijk reisde hij door naar Engeland en vroeg Ann ten huwelijk.

Bram kon niet goed tegen de naoorlogse sfeer in Nederland: de oude garde nam gewoon weer zijn plek in het centrum van de macht in. Voor de verhalen van de overlevenden was weinig belangstelling. Hij wilde letterlijk afstand nemen van alle ellende en solliciteerde bij Shell. Daar hoorde hij: "Zulke jongens kunnen wij altijd gebruiken."

Samen met Ann vertrok hij naar Curaçao. Alleen aan haar vertelde hij wat hij allemaal had meegemaakt. Zij luisterde geduldig en stond hem bij toen hij schedelpijnen kreeg. Hulp zocht hij nooit. Ze leidden een aangenaam leven op Curaçao en later in Venezuela, Engeland en tot slot in Pernis. Bram werkte zich op van technisch medewerker tot manager. Soms moest hij samenwerken met Duitsers, iets waar hij moeite mee bleef houden. 'Dat Duitse blaffen deed mij altijd weer rillen', staat in zijn boek. Woorden als verzoening of vergeving nam hij niet in de mond. "Wat de nazi's in de kampen deden ... gevangenen waren nog minder dan dieren. Vergeving is dan een heel moeilijk woord", zei hij in 2015 tegen de Volkskrant. Hij begreep niet dat sommige kampoverlevenden bezoekjes brachten aan een concentratiekamp. Hij moest daar niets van hebben.

Bram met zijn Ann bij het Ravensbrück-monument Beeld -

Bram en Ann kregen geen kinderen. Ze verhuisden in totaal zestien keer en altijd zocht hij een huis met vrij uitzicht. Dat had Bram aan zijn gevangenschap overgehouden, hij had licht en ruimte nodig. Op 51-jarige leeftijd ging hij met tropenpensioen. Ze gingen nog meer reizen, bezochten ballet- en muziekvoorstellingen en lazen veel. Bram mocht graag golfen en vissen op zee. De zee bleef altijd aan hem trekken.

Pas na zijn pensioen ging hij zich zoetjesaan bezighouden met zijn oorlogsverhaal. Hij legde een archief aan en raakte actief betrokken bij Amnesty International en diverse stichtingen als de Engelandvaarders, Kinderen van Verzetstrijders, Neuengamme, Ravensbrück en 4 en 5 mei.

Bram legde ieder jaar een krans bij het monument van het Englandspiel in Den Haag. Hij ontving diverse onderscheidingen, onder andere de Bronzen Leeuw, het Verzetsherdenkingskruis, The King's Medal for Courage in the Cause of Freedom en het Kruis van Verdienste. Bram gaf er niet veel om: "Ik deed het niet voor de onderscheidingen." Begin vorig jaar droeg hij zijn archief over aan het Verzetsmuseum.

Intens en emotioneel

Als mensen hem vroegen naar de oorlog, zei hij altijd: "Only Ann knows my story". Zij was destijds zijn redding geweest, dus toen zij in 2014 een herseninfarct kreeg en dagelijks intensieve verzorging nodig had, nam hij die als vanzelfsprekend op zich. De artsen voorspelden dat het enkele weken zou duren, het werden vijf jaren. In die tijd werkte hij met Bram de Graaf aan het boek Spion van Oranje - mits hij extra verpleging kon regelen voor Ann. De twee Brammen raakten bevriend tijdens dat intense en soms emotionele proces.

Op 26 december 2018 overleed Ann en verdween het licht uit zijn leven. Twee weken later stierf ook Bram. Hij maakte niet meer mee dat vorige maand op tientallen scholen het boek Spion van Oranje werd uitgereikt als startsein voor de viering van '75 jaar Bevrijding'. Zijn verhaal zal niet snel vergeten worden.

Reijer Abraham Grisnigt werd geboren op 26 januari 1923 in Rotterdam en overleed op 11 januari 2019 in Bergen op Zoom. 

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden