Brahms zonder vernis Brüggens orkest dringt ook door tot Stravinsky

UTRECHT - Een verrassingsprogramma stelt het Orkest van de Achttiende Eeuw in het vooruitzicht. Dat wordt geboden tijdens een gratis lunchconcert op 11 juni in Muziekcentrum Vredenburg. Hoeveel verrassender kan dat zijn dan het programma dat in dezelfde zaal afgelopen maandagavond werd gegeven door het ensemble onder leiding van Frans Brüggen?

De strijkers van 'de Achttiende Eeuw' traden zomaar de twintigste eeuw binnen, nog wel met Igor Stravinsky, diens 'Apollon musagète'. De blazers moesten achterblijven in de negentiende eeuw, waarbij zij deelnamen aan de uitvoering - na de pauze - van de eerste serenade van Johannes Brahms.

Stravinsky en Brahms onder leiding van Brüggen, wie had dat voorzien bij de oprichting van het ensemble begin jaren tachtig. Maar sinds Roger Norrington met zijn Classical Players jaren geleden al bij Berlioz de muzikale Rubicon overstak en sindsdien onvermoeid oprukt naar het land van Mahler, zijn velen hem gevolgd.

Brüggen en zijn orkest sloten met het Utrechtse programma een tournee af die onder meer voerde naar Moskou, Barcelona en Rome, in welke twee laatste steden ook de combinatie Brahms/Stravinsky klonk. Komend seizoen zal de geografische spreiding weer ruim zijn (onder andere een tournee naar Japan) maar is de muzikale actieradius beperkter: van Rameau tot niet verder dan Schumann. Hopelijk smaakte het uitstapje naar Stravinsky toch dusdanig, dat ook de 'Pulcinella suite' (en dan moeten de blazers naar nog moderner speeltuig grijpen) eens gepland zal worden, want daarin reiken achttiende en twintigste eeuw elkaar de hand in Stravinsky's kijk op Pergolesi.

Voor het Stravinsky/Brahms-programma had Brüggen zich verzekerd van de medewerking van een gast-concertmeester, Ronald Hoogeveen, de eerste man in het Radio Kamerorkest. Familie om zo te zeggen. Diens ervaring zal goed van pas zijn gekomen in deze prachtige, veeleisende strijkersmuziek geschreven voor een ballet over de geboorte van Apollo en zijn harmonische opvoeding door de drie muzen.

Van moderne (ballet)orkesten heb ik nooit zo mooi het eerste tableau gehoord als nu, gespeeld op violen met darmsnaren, vrijwel vibratoloos. De verschuivende harmonieën, de wentelingen van donkere kleuren van waaruit Apollo in het licht treedt, klonken adembenemend. Met zeldzame zorg maakte Brüggen het hele proces hoorbaar. Balletorkesten spelen het tweede tableau (de variaties met de muzen) strakker, scherper, dan het Orkest van de Achttiende Eeuw, dat in de uitvoering meer nadruk legde op de sierlijkheid, de lyriek. Het klonk soms als een droom, zilverig, met ruisende snaren. Dat Stravinsky zich ook in dit werk met achtiende-eeuwse vormprincipes bezighield kwam (noblesse oblige) bij dit orkest helder tot uitdrukking.

Voorbeeldorkest

En toen Brahms. Op een paar steenworpen afstand, in het Gebouw voor K & W, speelde Brahms in 1882 in Utrecht, met het orkest van de hertog van Meiningen. Een voorbeeldensemble destijds. Zoals het orkest van Brüggen dat honderd jaar later ook is. Brahms op oude instrumenten werd in Nederland in de 'nieuwe tijd' al enkele seizoenen geleden gespeeld door Norrington en zijn orkest; het was de eerste symfonie. Maar die uitvoering maakte op mij toch een minder diepe en spannende indruk dan Brüggens vertolking van de eerste serenade.

De zorg, overtuiging en artistieke hartstocht die Brüggen en zijn musici in de uitvoering staken, getuigden van een terechte grote waardering voor deze schitterende zesdelige compositie. Juist het Orkest van de Achttiende Eeuw voelde de dubbelzijdigheid aan: ontspannende sfeermuziek uit rond 1800 met duidelijke symfonische trekken van de latere romantiek.

De inzet van het openings-allegro leverde door de klankschoonheid van de blazers meteen al een wonder op. De beethoviaanse pastorale ontplooide zich glorieus; het was duidelijk dat het orkest zich in deze materie veel meer thuis voelde dan vóór de pauze in Stravinsky.

Voor het hele stuk gold dat het orkest van Brüggen zowel in de ritmiek, in de uitspraak van de muzikale zinnen en in de orkestrale kleuring (ook waar Brahms 'donkere' combinaties benut zoals bij de inzet van het adagio met alt-violen, celli en fagot) zoveel helderheid tentoonspreidde. Moderne orkesten en sterdirigenten willen met zwaarmakend en overheersend legato en vibrato, donkermakende vernislagen aanbrengen, en wekken zo de indruk dat Brahms corpulent én met een baard geboren werd. Die baard liet hij overigens pas in 1878 staan, bijna twintig jaar na de eerste serenade.

Met dit orkest en met een koor van goede, jonge stemmen zou ik graag 'Ein deutsches Requiem' (1867), iets minder dan tien jaar na de eerste serenade geschreven, horen. 'Wie lieblich' zou dat klinken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden