Brahms wil maar niet gedijen in festival 'Confrontaties'

ROTTERDAM - Met bijzondere hardnekkigheid spreken programmeurs van nieuwe-muziekfestivals telkens weer hoopvol over tekenen van een hernieuwde toenadering tussen de serieuze muziek van vroeger en nu.

Kreten als 'neo-tonaliteit', 'nieuwe eenvoud' en 'postmodernisme' beloofden in opeenvolgende jaren telkens hetzelfde, maar feitelijk veranderde er weinig. Nieuwe muziekfestivals zijn en blijven voor een klein en select publiek en weten zelden een bredere respons op te roepen. Neem het festival 'Confrontaties' dat afgelopen week in Rotterdam zijn zevende jaargang beleefde. De klarinet vormde afgelopen vrijdagavond in Zaal de Unie het medium voor een toenaderingspoging tussen Johannes Brahms en de Sloveense componist Uros Rojko. Slechts weinigen namen de moeite hiervan nota te nemen. Van Johannes Brahms klonken in een interpretatie van klarinettist Hans Colbers het klarinettrio en en de tweede klarinetsonate. Colbers liet zich bijstaan door de cellist René Berman en de pianist Frank van der Laar, die bovendien twee van de Intermezzi van Brahms voor piano solo voor zijn rekening nam. Of het lag aan de weinig negentiende-eeuwse ambiance, aan de geringe publieke belangstelling of aan wat anders, maar Brahms wilde in het kleine zaaltje maar niet gedijen, ook al toverde Frank van der Laar in de pianosolo's enkele dankbare momenten te voorschijn.

Tussen deze programma-onderdelen door had Rojko (zelf klarinettist) twee werken van eigen makelij gevlochten. In 'Secret Message I' voor cello en piano is het gebruikte toonhoogtepatroon is op gekunstelde wijze ontleend aan het bijbelse Hooglied. In 'Brahms in Buenos Aires' voor cello, klarinet en piano maakt Rojko gebruik van versneld afgespeelde tango-achtige accordeonmuziek op tape.

Een interessantere componist bracht de zaterdagavond. De Zwitser Beat Furrer mocht zich spiegelen aan een eeuwgenoot, de Amerikaan Morton Feldman (1926-1987). De altviool van Michael Gieler vormde de spil van dit laatste programma. Gieler is solo-altviolist in het Concertgebouworkest, maar houdt zich intensief bezig met de hedendaagse ensemblemuziek, ondermeer in het door Beat Furrer opgerichte gezelschap Klankforum Wien. Het idee om hem leiding te laten geven aan ensembles van het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium, bleek te werken als een tweesnijdend zwaard. Enerzijds was er de ambiance van jeugd en een volle zaal, anderzijds had er duidelijk een intensieve kennisoverdracht tussen Gieler en de studenten plaatsgevonden.

In de eerste drie versies van 'The Viola in my Life' van Morton Feldman soleerde Gieler trefzeker met ondersteuning van verschillend samengestelde studenten-ensembles. Net als in het slotstuk 'For Frank O'Hara' zoekt Feldman het in verstilling en subtiele verkleuringen, zoals bij de zacht geroffelde overgang van het timbre van pauk naar de grote trom.

In zijn eigen composities 'Time Out 2' en 'Aer' toonde Furrer zich gecharmeerd en beïnvloed door het werk van Feldman. Overtuigender vond ik hem in het voor deze gelegenheid gecomponeerde 'A due' dat Gieler met zijn vrouw, de pianiste Lauretta Bloomer speelde: een razend knap in elkaar gestoken studie, die het door Furrer nagestreefde stroboscopische effect van 'stilstand bij razende beweging' zinnenprikkelend teweegbracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden