BP bijna verlost van gevolgen milieuramp

Voormalig succesnummer van olie-industrie is wel glans kwijt

KOOS SCHWARTZ

18,7 miljard dollar. Zelden tevoren betaalde een bedrijf zo'n hoog bedrag om claims van gedupeerden af te kopen. Toch steeg de koers van BP met 4,4 procent toen duidelijk werd hoeveel geld het Britse olieconcern betaalt aan gedupeerden van de ramp met het olieplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico in 2010. Blijkbaar waren beleggers opgelucht dat er eindelijk duidelijkheid is over het schikkingsbedrag. Of ze vonden het bedrag meevallen. Wellicht vonden ze dat allebei.

Met die 18,7 miljard die over een periode van achttien jaar wordt uitbetaald aan de Amerikaanse regering, aan vijf Amerikaanse staten (Louisiana, Mississippi, Texas, Florida, Alabama) en aan zo'n vierhonderd lokale overheden, is BP nog altijd niet van de olieramp verlost. Er lopen nog claims van burgers, bedrijven en van werknemers die na de ramp hun baan in de olie-industrie verloren.

Ook ligt er een claim van aandeelhouders die stellen dat ze schade hebben geleden omdat BP de gevolgen van de explosie op het boorplatform aanvankelijk onderschatte.

BP bestrijdt die claims. Maar er is een kans dat het olieconern opnieuw in de buidel moet tasten. Tot nu heeft het ongeluk, waarbij elf doden vielen en naar schatting 500 miljoen tot 780 miljoen liter olie in zee verdween, het bedrijf naar schatting 54 miljard dollar gekost. Daarmee is het ongeluk met de Deepwater Horizon de duurste milieuramp ooit voor één bedrijf. Het is, uit milieu-oogpunt, trouwens ook een van de grootste olierampen ooit.

De gevolgen voor BP zijn verstrekkend geweest. Tien jaar geleden gold BP nog als een van de meest succesvolle olieconcerns ter wereld. Het stond er veel beter voor dan Shell, dat kampte met de naweeën van de affaire rond de opgeklopte opgaves van zijn oliereserves. BP's topman, John Browne, gold als Mr. Success van de Britse industrie.

Een serie ongelukken veranderde dat beeld compleet. In 2005 was er een ontploffing op een raffinaderij in Texas, waarbij vijftien doden en170 gewonden vielen. Onderzoek toonde onder meer aan dat er van alles schortte aan de bedrijfscultuur: het was domweg onveilig op de raffinaderij.

Een paar maanden later kantelde een kolossaal olieplatform van BP in de Golf van Mexico. Niet een vliegende storm maar constructiefouten waren er de oorzaak van. Het Nederlandse bedrijf Smit zorgde voor de berging van het platform. In 2006 was er een lek in een oliepijpleiding in Alaska. De oorzaak: achterstallig onderhoud.

De algemene conclusie van al die ongelukken (er waren er overigens meer): BP is te veel gericht op winst maken en heeft veel te veel bezuinigd op uitgaven die de veiligheid van personeel en de bestendigheid van installaties ten goede komen. Ook bij de Deepwater Horizon is BP in gebreke gebleven.

BP is zijn succesimago kwijt. Het schrijft over 2010 rode cijfers (zeer ongebruikelijk voor een groot olieconcern) en betaalt een tijdje geen dividend (idem). Het moet bedrijfsonderdelen verkopen en beleggers zijn het vertrouwen in het bedrijf kwijt. In 2013 en 2014 gaan er geruchten dat Shell het bedrijf wil overnemen. Of die op waarheid berusten is moeilijk te zeggen, maar dat de geruchten er zijn, zegt ook iets: blijkbaar is het succesnummer van weleer volgens sommigen verworden tot een potentiële overnameprooi.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden