Boycot van Israël is een slag in de lucht

Het ’Kairos-manifest’ van Palestijnse christenen wil een boycot. Maar Israël is heel anders dan Zuid-Afrika.

Van verschillende kanten wordt geroepen om een boycot van Israël. De vergelijking wordt gemaakt met het Zuid-Afrika van de apartheid.

Volgens aartsbisschop Desmond Tutu heeft de boycot meer bijgedragen aan de val van het regime in Zuid-Afrika dan de gewapende strijd. De oorzaak was niet alleen economisch maar ook moreel. De blanken kregen het gevoel dat zij alleen stonden, terwijl Tutu en de zijnen juist de steun van de hele wereld voelden.

Maar de strijd in Zuid-Afrika ging tussen een kleine minderheid – nog geen tien procent van de bevolking, tegen een grote meerderheid. Dus 90 procent van de bevolking was voor de boycot, hoewel die hen raakte.

80 procent van Israëls burgers zijn Joden, zij vormen zij een meerderheid van 60 procent van de hele bevolking. En 99,9 procent van de Joden zijn anti-boycot. Zij zouden niet het gevoel hebben dat de wereld met hen is, maar tégen hen. Het effect van een boycot zou precies tegengesteld zijn: de meerderheid in de armen drijven van extreem-rechts.

De boycot zou natuurlijk op de Palestijnen een heel andere uitwerking hebben, maar dat is niet het doel van de voorstanders van dit middel.

Het grootste verschil tussen de twee conflicten, die in Zuid-Afrika en die in Israël, heeft uiteraard te maken met de holocaust. Eeuwen van pogroms hebben in het bewustzijn van joden de overtuiging gevestigd dat de hele wereld jacht op hen maakt. Dat geloof is honderdvoudig versterkt door de holocaust. Dit is diep verankerd in de Joodse ziel.

De holocaust zal een beslissende factor zijn bij een oproep tot een boycot van Israël. De leiders van het racistische regime in Zuid-Afrika sympathiseerden openlijk met de nazi’s. Apartheid was gebaseerd op dezelfde racistische theorieën die Adolf Hitler inspireerden. Het was niet moeilijk de wereld zover te krijgen zo’n afschuwelijk regime te boycotten. Maar de Israëliërs worden gezien als slachtoffers van het nazisme. Een oproep tot boycot zal veel mensen over de hele wereld herinneren aan de nazi-slogan ’Kauft nicht bei Juden’.

Maar dit geldt niet voor elke boycot. Een 11 jaar geleden riep vredesbeweging Gush Shalom waarin ik actief ben, op tot een boycot van producten uit nederzettingen van kolonisten. De bedoeling was onderscheid te maken tussen de kolonisten en het Israëlische publiek, en duidelijk te maken dat er twee soorten Israëliërs zijn. De boycot moest de Israëliërs die tegen de bezetting zijn, een hart onder de riem steken, zonder anti-Israël of anti-semitisch te worden. Sindsdien spant de Europese Unie zich in de poorten te sluiten voor producten van kolonisten, en vrijwel niemand heeft Brussel van antisemitisme beschuldigd.

De belangrijkste strijd die wij voeren voor vrede, gaat om de Israëlische publieke opinie. De meesten denken dat vrede wenselijk is maar onmogelijk. Wij moeten dus bewijzen dat het wel degelijk kan. Onze hoop is gevestigd op Barack Obama. Hij zou met een volledig en gedetailleerd plan moeten komen, en de partijen ertoe brengen het te accepteren, met steun van de wereldgemeenschap. Dat moet de Israëlische vredesbeweging in staat stellen het publiek te overtuigen dat de weg naar vrede met de Palestijnen mogelijk en de moeite waard is.

In deze opzet past geen boycot. Wie daartoe oproept, handelt uit wanhoop. Dat is de kern van de zaak. De voorstanders geloven dat er geen kans is de publieke opinie in Israël te beïnvloeden. Daarom willen zij de wereld mobiliseren.

Ik geloof niet dat we moeten wanhopen over het Israëlische volk, en ook niet dat de wereld Israël een kant op zal kunnen dwingen. Dan zouden de Amerikanen mee moeten doen aan een wereldwijde boycot. De Israëlische economie zou ineenstorten om het moreel van de Israëliërs te breken. Hoe lang is daar voor nodig? 20 jaar? 50? Eeuwig?

Dit gaat uit van de onjuiste veronderstelling dat het Palestijns-Israëlisch conflict lijkt op de Zuid-Afrikaanse situatie. Dat leidt tot de verkeerde strategische keuze. Toegegeven, er zijn overeenkomsten, er zijn bijvoorbeeld wegen ’alleen voor Israëliërs’. De Israëlische politiek is evenwel niet gebaseerd op rastheoriën, maar op een nationaal conflict.

In Zuid-Afrika waren beide partijen het eens over de eenheid van de staat, de strijd ging om de macht. In Israël hebben Joden en Palestijnse Arabieren niets gemeen – geen gemeenschappelijk nationaal gevoel, religie, cultuur en taal. De grote meerderheid van Israëliërs wil een Joodse staat, de grote meerderheid van Palestijnen een Palestijnse. Kortom: de twee conflicten, in Zuid-Afrika en Israël, zijn fundamenteel verschillend. Dus dienen ook de strijdwijzen te verschillen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden