Boycot tegen Irak staat vergoeding van schade door Golfoorlog in de weg

ENSCHEDE - Van tal van Nederlandse ondernemers mag de economische boycot tegen Irak die nog steeds van kracht is, vandaag nog worden opgeheven.

Als Irak weer olie mag exporteren, zal het land eindelijk in staat zijn om de schade te vergoeden die buitenlandse bedrijven en voormalige gijzelaars door de Golfoorlog hebben geleden. Een deel van de Iraakse olie-opbrengsten zal worden gestort in een speciaal fonds van de United Nations Compensation Commission.

Tot en met volgende week vrijdag kunnen Nederlandse bedrijven en particulieren, die rechtstreeks aantoonbare schade hebben geleden door de Golfoorlog, claims indienen bij het ministerie van buitenlandse zaken. Het ministerie stuurt de schadenota's vervolgens door naar de VN in Geneve. Ruim 40 besloten vennootschappen en 200 particulieren en kleine ondernemingen hebben inmiddels claims ingediend.

Nederlanders mogen dan nauwelijks lijfelijk hebben geleden onder de Golfoorlog, de financiele en geestelijke schade is soms aanzienlijk. Nederlandse gijzelaars, die door Saddam Hussein werden gebruikt als 'menselijk schild' op militaire installaties, raakten door deze traumatische ervaringen dusdanig uit het lood, dat zij daar nu nog last van hebben. Nederlandse bedrijven raakten goederen en afzetkanalen kwijt door de Iraakse agressie en zagen hun omzet enorm kelderen.

H. G. Systems uit het Zeeuwse 's Heerarendskerke ging er zelfs door failliet. Het in 1987 gestichte bedrijf was gespecialiseerd in de produktie van koel- en verdampingsapparatuur voor tuinbouwkassen en de bouw van 'turn-key' kassen. “We hadden voor de kassenbouw een prachtig systeem met stalen profielen ontwikkeld”, zegt oud-directeur en eigenaar H. Panhuyzen. “De zaken in de Golf-regio liepen als een trein. In augustus 1990, de maand dat Irak Koeweit binnen viel, hadden we voor twee miljoen verkocht in Koeweit en nog voor zes miljoen gulden aan orders op zak.”

Van het ene op het andere moment stokte de orderontvangst en werden opdrachten geannuleerd. Panhuyzen: “En wat minstens zo erg was: onze constructeur Allan Carneby zat vast in Koeweit.” Carneby, een al jaren in Nederland wonende Brit, dook aanvankelijk onder, maar werd uiteindelijk toch door Iraakse soldaten ontdekt en op transport naar Bagdad gesteld.

Het einde van de Golf-oorlog kwam voor het bedrijf te laat. Precies een jaar na de Iraakse inval in Koeweit ging H.G. Systems failliet en werden de 15 personeelsleden ontslagen. Panhuyzen bleef achter met een geweldige kater. “Ik moest op mijn 55ste weer helemaal opnieuw beginnen”, zegt hij. Hij heeft inmiddels een uitzendbureau opgezet voor 'engineers' voor de offshore sector en petrochemische industrie. Bij de VN ligt een schadeclaim ter hoogte van 2,6 miljoen gulden van het voormalige H.G. Systems. Als herstartende ondernemer zou Panhuyzen een bijdrage van Saddam in de kosten goed kunnen gebruiken.

Op het moment dat Irak de oliekraan weer mag opendraaien, gloort er volgens Jan Wassink, adviseur bij het Instituut Midden- en Kleinbedrijf, hoop voor alle gedupeerden. “Het is de bedoeling, dat 30 procent van de inkomsten uit olie-exporten van Irak terecht komt in het fonds van de UNCC”, weet Wassink. “Ik heb me er over verbaasd, dat sommige bedrijven die schade zeggen te hebben geleden niet de moeite hebben genomen om een claim in te dienen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden