Boycot Israël!

'Beste Gideon, ik heb er weken wakker van gelegen om jou en Mirjam te vragen ontslag te nemen. Mijn beslissing is politiek, niet persoonlijk. Ik wil onder de huidige omstandigheden geen officiële relatie onderhouden met welke Israëli dan ook.' Historica Machteld Allan over de academische boycotactie tegen Israël, die door honderden wetenschappers wordt gesteund.

Er was eens een tijd dat studenten per ezel door Europa trokken, gehuld in de kleuren van hun universiteit. Van Bologna naar Heidelberg ging het, en van Salamanca naar Leuven, met geen ander doel dan kennis te vergaren om zo, in een later stadium, het wereldraadsel gemakkelijker op te kunnen lossen. En terwijl de pest alom slachtoffers maakte, vertegenwoordigden zij de geest die het mogelijk zou maken deze ziekte, eeuwen later, definitief uit te bannen.

Woeste romantiek, maar dit is wél ongeveer wat we ons voorstellen bij de ideale universiteit: een internationale, zelfs supranationale gemeenschap van onderzoekers die vrijelijk kennis uitwisselen met een vorm van vooruitgang in het vizier. Een ideale universiteit opereert onafhankelijk van de overheid, en een ideale overheid schept alleen de voorwaarden waaronder vrij onderzoek - ook in internationaal verband - kan plaatsvinden. Wanneer in een land aan zulke voorwaarden wordt voldaan, dan spreekt men van 'academische vrijheid'. Israël is zo'n land.

Aan het begin van de zomer werd in het Britse dagblad The Guardian een Europese boycotactie gelanceerd tegen Israëlische culturele en wetenschappelijke instituten. Initiatiefnemer was de Britse hersenonderzoeker Steven Rose, die Europese academici opriep zijn losjes geformuleerde petitie te ondertekenen. 'Ondanks wijdverspreide veroordeling van de gewelddadige onderdrukking van het Palestijnse volk', stelt Rose, 'is de Israëlische regering ongevoelig voor de morele oproepen van wereldleiders.' Maar Rose ziet ook buiten de politiek manieren om druk uit te oefenen op Israël. 'Het mag vreemd lijken', vervolgt de petitie, 'maar veel Europese onderzoeksinstellingen zien Israël als een Europese staat, met het doel om beurzen en contracten te ver-strekken - geen andere Midden-Oostenstaat wordt als zodanig beschouwd.'

Met andere woorden: úw universiteit is misschien ook wel zo'n instituut dat, zonder dat u dat weet, Israëlische studenten en wetenschappers steunt. 'Zou het daarom niet eens tijd worden', besluit Rose, 'om zowel op nationaal als op Europees niveau een bevriezing af te kondigen van zulke steun, totdat Israël de VN-resoluties uitvoert en serieuze vredesbesprekingen opent met de Palestijnen?' Alvast ondertekend door 120 academici uit bijna alle Europese landen, een voorbeeld dat nadien door honderden anderen werd nagevolgd. Soortgelijke petities volgden aan Amerikaanse universiteiten.

Ook drie sympathisanten uit Nederland - Paul Aarts, Annelies Moors en Ruud Peters - allen Midden-Oostendeskundigen aan de Universiteit van Amsterdam, hebben inmiddels het College van Bestuur verzocht de betrekkingen met de universiteiten van Jeruzalem en Tel Aviv te bevriezen. Deze drie intellectuelen vormen onderdeel van het legertje deskundigen dat af en toe mag komen opdraven wanneer het gedachtegoed van onmondige moslims aan het grote publiek moet worden uitgelegd. Moeiteloos weten ze de onverteerbare kanten van de islam of de Arabische wereld te nuanceren, maar zodra het over Israël gaat, is alle subtiliteit plotseling zoek.

Samengevat: de boycotactie is bedoeld om Israëlische universiteiten ertoe te dwingen om de Israëlische regering een einde te laten maken aan de bezetting van de Westbank. Hè? Ja, inderdaad. Het komt op hetzelfde neer als wanneer men in het buitenland zou oproepen tot een internationale boycot van de Nederlandse medische faculteiten vanwege het bestaan van wachtlijsten in de zorg. Wachtlijsten vormen een politiek, geen geneeskundig probleem. De meeste Nederlanders begrijpen dat heel goed: als er doden vallen, dan vergelijken wij netjes de verantwoordelijke minister, en niet de oncoloog of de zuster, met Bin Laden.

Hetzelfde geldt voor Israël: de Israëlische universiteiten zijn weliswaar publieke instellingen, maar geen verlengstuk van de Israëlische regering. Deze onafhankelijkheid vormt de kern van de academische vrijheid, een begrip dat Rose afdoet als 'een abstractie'.

Hoewel de boycotactie al een tijdje loopt, kreeg deze plotseling grote aandacht door het geval Mona Baker, onderzoeker aan de universiteit van Manchester en eigenaar van twee tijdschriften op het gebied van de (o ironie!) interculturele linguïstiek. Baker is tot nog toe de enige wetenschapper die na de ondertekening van de petitie van Rose werkelijk twee Israëlische medewerkers van haar tijdschriften - Gideon Toury en Mirjam Schlesinger - heeft ontslagen. Bakers interesse in het lot van de Palestijnen stamt van april jongstleden, maar dat heeft haar niet verhinderd haar gevoelens onverwijld in daden om te zetten.

Haar naïviteit is hartverscheurend. 'Beste Gideon', schrijft ze in een brief aan haar medewerker, 'ik heb er weken wakker van gelegen om deze belangrijke beslissing te nemen: om jou en Mirjam te vragen ontslag te nemen. Ik verwacht niet dat je hiermee gelukkig bent en het spijt me heel erg wanneer ik je gevoelens en die van Mirjam heb gekwetst. Mijn beslissing is politiek, niet persoonlijk. Ik wil onder de huidige omstandigheden geen officiële relatie onderhouden met welke Israëli dan ook.' Diep tragisch, omdat Baker met het ontslag van Schlesinger zowel een waardevol medewerkster als een goede vriendin kwijtraakte, die haar en haar man nog bagels met cream cheese heeft leren eten.

Het is een karikaturaal geval, maar zulke drama's zullen zich nog veel meer gaan afspelen wanneer de academische boycot werkelijk zijn beslag zou krijgen. 'Het is niet persoonlijk bedoeld, maar - we hebben besloten je dit jaar niet uit te nodigen voor ons congres. Je begrijpt: wij kunnen ons als geëngageerde academici niet identificeren met de politiek van Israël in de bezette gebieden.' Of de aldus kaltgestellte Israëli zich daarmee wél kan identificeren, vraagt niemand zich af. Het feit dat hij of zij een Israëlisch paspoort heeft, is het enige criterium voor zijn of haar uitsluiting.

Onduidelijk is bovendien wat er moet gebeuren om aan de wensen van de actievoerders te voldoen. Hoe lang zouden ze hun Israëlische collega's willen laten bungelen? Totdat alle Israëlische academici zich distantiëren van hun regering? Dat zou betekenen dat Israëlische wetenschappers zich tegenover hun buitenlandse collega's zouden moeten verantwoorden voor hun politieke keuzes. Totdat Israël zijn leger heeft teruggetrokken uit de bezette gebieden dan? Dat zal nooit gebeuren zonder voorafgaand politiek overleg, een langdurig en taai proces. Totdat de Europese Unie niet langer onderzoeksprojecten in Israël financiert? Zelfs al zou dat gebeuren, dan is er niets gewonnen. Waarom zou de stagnatie van een aantal onderzoeksprojecten - waar ook Palestijnse onderzoekers bij betrokken zijn - een positieve bijdrage vormen tot de vrede in het Midden-Oosten?

De actie is, in al haar onzinnigheid, dan ook niet meer dan een gemakkelijke, goedkope en veilige manier om te getuigen van een kritische wereldbeschouwing. De vergelijking die de actievoerders maken met het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime spreekt boekdelen. Ook Zuid-Afrika kreeg te maken met een academische boycot. En zoals je vroeger getuigde van je progressieve geweten door tegen het apartheidsregime te zijn, zo vormt nu Israël de linkse lakmoesproef. Woorden als 'apartheid' en 'bantoestans', die veelvuldig opduiken in het anti-Israëlisch betoog, vormen nog altijd de sjibbolets van de wat oudere kritische intellectueel. Als je dan met alle geweld een lompe vergelijking moet maken, schrijft Ian Buruma in een commentaar, dan zou je net zo goed aan de politiek van Rusland in Tsjetsjenië kunnen denken, of aan India in Kasjmir. Maar een boycot van de universiteiten van Delhi of Sint Petersburg staat niet op het programma, omdat deze kwesties de morele verontwaardiging van links in veel mindere mate beroeren. De actie zegt dan ook meer over de boycotters dan over het onderwerp van hun woede, aldus Buruma.

Maar Israël is toch geen racistisch land? Voor alle duidelijkheid: alle joden, van welk ras dan ook, zijn in Israël voor de wet gelijk. En ook niet-joodse minderheden mogen stemmen, demonstreren, hun godsdienst vrijelijk uitoefenen, zich kandideren voor het parlement, hun mening publiceren en studeren aan een school of universiteit van hun keuze.

Het gaat dan ook niet om een feitelijke vergelijking. Het gaat om een diep, bijna christelijk moralisme, dat samenlevingen niet zozeer onderverdeelt in vrij of onvrij, in democratisch of ondemocratisch, maar in goed of kwaad, schuldig of onschuldig. Een eenvoudig schema: 'goede' samenlevingen zijn zwak en 'kwade' zijn sterk. Het is door dit moralisme dat de hele Midden-Oostenkwestie kan worden voorgesteld als een 'spiraal van geweld' zonder context of geschiedenis, waarbij punten te scoren vallen op slachtofferschap.

De vergelijking met Zuid-Afrika doet ook nog iets anders. Het suggereert dat Israël, net als het apartheidsregime, een late uitloper is van het Europese kolonialisme dat in de nabije toekomst, onder druk van de post-koloniale buitenwereld, zal moeten verdwijnen. Twee staten is geen oplossing: het Oslo-proces was immers niet meer dan het listig creëren van een 'Bantoestan op de Westbank' en dus verwerpelijk. Eén van de hoogopgeleide ondertekenaars van de boycotpetitie wist uit het hoofd te vertellen dat 'scheiding' apartheid betekent in het Afrikaans. Aan deze apartheid zal een einde moeten komen en alle rassen en klassen zullen in vrede samenleven in groot-Palestina. Wie dit niet gelooft, is een racist of een islamofoob.

Het wetenschappelijk tijdschrift Nature, dat de boycotactie afkeurt, noemt Israël een 'research powerhouse'. Israël zou bij verbetering van de relatie tussen Israël en de Palestijnen 'wetenschap en ontwikkeling in de regio kunnen stimuleren door samenwerking en training'. Daarom moeten de academische kanalen tussen Europa, Israël en de Palestijnen vooral opengehouden worden en werkt een Europese academische boycot contraproductief.

Maar juist dit argument strijkt sommige boycotters tegen de haren in. Het wekte onder meer de woede van de linguïste Tanya Reinhart die, om het nog wat ingewikkelder te maken, een van de Israëlische ondertekenaars van de petitie is. Een academische zelfboycotter, als het ware. Zij verwijt de Israëlische academici onverschilligheid ten aanzien van hun Palestijnse collega's in het nauw. Ze noemt de redenering van Nature een 'standaard kolonialistisch argument', waarbij de 'kolonisator' - Israël - er ten onrechte van uitgaat dat hij heil brengt aan 'de inboorlingen' - de Palestijnen. Als ik Reinhart goed begrijp, zegt zij eigenlijk: you're damned if you do (kolonialisme) and you're damned if you don't (onverschilligheid). Een patstelling dus, waarbij voor de Israëlische academicus niets anders rest dan zijn reine geweten in isolatie te koesteren.

Het blijft intussen een feit dat Israëlische wetenschappelijke instituten op een hoger peil staan dan de Palestijnse. Waarom zouden de Palestijnen daar in de toekomst niet gewoon van kunnen profiteren, zoals het tijdschrift Nature optimistisch stelt? Dus ongeveer zoals in dat romantische verleden, van Salamanca naar Leuven en van Ramallah naar Tel Aviv, met een vorm van vooruitgang in het vizier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden