Boven het volkenkundige uitgestegen

(Trouw)

Aboriginal kunst wordt vaak geassocieerd met volkenkunde. In Utrecht is werk van hedendaagse Aboriginal kunstenaars te zien. De overeenkomsten met het werk van de Cobra-groep is treffend.

Kan dat wel? Aboriginal kunst tonen naast werk van de beroemde Cobra-kunstenaars Karel Appel, Corneille, Asger Jorn, Pierre Alechinsky en Constant?

Conservator Georges Petitjean van het Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst in Utrecht (AAMU) realiseert zich dat het geen voor de hand liggende combinatie is. Aboriginal kunst wordt vaak niet eens gezien als hedendaagse kunst, eerder als iets exotisch dat in een volkenkundig museum thuishoort.

Met een prikkelende tentoonstelling, waarbij hij niet schuwt mensen op het verkeerde been te zetten, toont Petitjean hoe de ideeën van Cobra hebben doorgewerkt in de stijl, techniek en manier van uitdrukken van Aboriginal kunstenaars. Niet alle Aboriginal kunst is even goed als de getoonde Cobra-kunst. Maar meerdere werken zijn eraan gewaagd, is zijn conclusie.

Georges Petitjean verdiept zich al jaren in de hedendaagse kunst van de oorspronkelijke bewoners van Australië. Sinds 2006 is de Belg conservator van het AAMU, het enige museum in de wereld dat zich volledig richt op Aboriginal kunst.

Bezoekers die er een volkenkundige presentatie verwachten, komen bedrogen uit. Het museum richt zich nadrukkelijk op een dialoog met westerse kunst en organiseert ook tentoonstellingen met hedendaagse kunstenaars. Als bezoekers Aboriginal kunst kunnen vergelijken met andere hedendaagse kunst krijgen ze er beter vat op, meent de conservator. Bovendien houd je zo de loop erin en voorkom je dat het een stoffig museum wordt.

Jaarlijks bezoeken gemiddeld 25.000 mensen het AAMU, dat werd opgericht door verzamelaars van deze kunst en volledig zonder subsidie draait, mede dank zij de medewerking van tientallen vrijwilligers.

Dat Aboriginal kunst steeds serieuzer wordt genomen, leest Petitjean ook af aan de belangstelling van ’gewone’ kunstmusea. In het Ludwig Museum in Keulen is momenteel een overzicht te zien van de belangrijkste Aboriginal kunstenaars. Keulen brengt een hele klassieke tentoonstelling, zegt Petitjean, die de expositie in zijn eigen museum als uitdagender betitelt.

Bezoekers krijgen aan het begin twee films te zien uit de jaren zestig. In de ene, van Jan Vrijman, is Cobra-kunstenaar Karel Appel als een bezetene aan het werk in zijn atelier. Liters verf kwakt hij op het doek. Het komt nogal primitief over, een woord dat eerder wordt geassocieerd met niet-westerse kunst. Tegelijkertijd kunnen bezoekers kijken naar een Australische documentaire over Aboriginals die keurig in het gelid vuurrituelen uitvoeren die volgens strikte voorschriften verlopen.

Wie is hier nu primitief, is de vraag die Petitjean wil opwerpen.

Er zijn nooit directe contacten geweest tussen de avant-gardebeweging Cobra, die eind jaren veertig van de afgelopen eeuw ontstond in de steden Copenhagen, Brussel en Amsterdam, en Aboriginal kunstenaars. Cobra keerde zich tegen de rationele westerse cultuur, die de creativiteit zou blokkeren. De aanhangers van deze stroming lieten zich inspireren door kindertekeningen, ’primitieve’ Afrikaanse kunst en kunstuitingen van psychisch gestoorden.

Petitjean ontdekte toen hij vijf jaar in Australië woonde, dat er dertig jaar na de opkomst van Cobra, in Australië een soortgelijke beweging ontstond van kunstenaars die zich wilden losmaken van de conservatieve sfeer op de kunstacademie van Melbourne. De voortrekkers van deze Roar-beweging – roar betekent schreeuw – kenden het werk van Cobra van plaatjes. Ze besloten de Cobra-steden te bezoeken om daar het werk van kunstenaars als Asger Jorn, Karel Appel en Pierre Alechinsky in het echt te bekijken. Directe contacten met de Cobra-leden zijn er niet geweest tijdens deze reis. Terug in Australië besloten ze net als hun Cobra-collega’s zich te laten inspireren door primitieve kunst en die vonden ze dichtbij huis, bij de Aboriginals.

Sommige Roar-kunstenaars gingen wonen in de Aboriginal gemeenschappen. Ze brachten schildersdoeken en acrylverf mee voor de Aborigals die decennialang hun traditionele patronen en symbolen met plantaardige materialen hadden aangebracht op lichamen en in grondschilderingen. De Aboriginal kunstenaars, die van oudsher gebonden waren aan strikte voorschriften, gingen experimenteren met deze voor hen moderne materialen.

Petitjean ontdekte dat ze onder invloed van de Roar-kunstenaars losser en spontaner gingen schilderen en andere, fellere kleuren gebruiken.

En zo reikte de kracht van Cobra via de Roar-beweging tot in de Australische woestijn. En werden de zogenaamd primitieve kunstenaars, door wie Cobra en Roar zich lieten inspireren, zelf beïnvloed door het werk van Karel Appel, Corneille en Asger Jorn. Of, zoals kunsthistorica Paola van de Velde treffend schrijft in de catalogus: „Ineens is de cirkel rond. De slang bijt in zijn eigen staart. Het symbool van Cobra blijkt meer dan toepasselijk gekozen.”

Wie onbevangen kijkt naar de schilderijen van Aboriginals en de Cobra-werken, ontkomt in een aantal gevallen inderdaad niet aan de gelijkenissen.

Al moet wel opgemerkt worden dat de bezoekers door de presentatie soms bewust op het verkeerde been worden gezet. Denken ze een Corneille te zien, blijkt het een schilderij van Roar-kunstenaar David Larwill te zijn. Ook de afbeeldingen op de cover van de catalogus scheppen die verwarring. Het schilderij op de voorkant (Tapu van de Aboriginal Yata Gypsy Yadda) lijkt op het eerste gezicht een fragment uit het schilderij Kind, Zon, Vogels van Karel Appel, dat op de achterkant staat afgebeeld. Kom, kijk en vergelijk, en vorm je eigen mening, zegt Petitjean.

Maar de grootste eye opener van deze tentoonstelling is misschien wel dat het door Cobra zelf gecreëerde beeld dat primitieve volkskunst spontaan en vrij was, haaks staat op de strenge regels waaraan de kunst van Aboriginals als onderdeel van religieuze en ceremoniële rituelen was gebonden. De ironie is dat Aboriginal kunstenaars pas spontaner en individueler zijn gaan werken nadat ze in aanraking kwamen met moderne materialen. Dan komen ze wat betreft kleurgebruik en intensiteit ineens in de buurt van Karel Appel en andere Cobra-leden.

(Trouw)
(Trouw)
Linksboven: Yata Gypsy Yadda: Zonder titel, acrylverf op papier, 1999 (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden