reportage

Boven de Algerijnse protesten hangt nog het trauma van de burgeroorlog

Bab El-Oued islamisten Beeld Alex Tieleman

Al meer dan twee maanden vinden wekelijks massademonstraties plaats in Algerije. Maar het gaat er een stuk vreedzamer aan toe dan in de ontwrichtende jaren negentig. Want de herinneringen aan de burgeroorlog zijn nog vers.

Op het dieprode tapijt van de Al-Sunna-moskee zit een peinzende oude man onderuitgezakt tegen een zuil. Even verderop keuvelen twee bebaarde heren in witte gewaden met elkaar. Gejoel van spelende kinderen dringt door de open ramen het historisch beladen gebedshuis binnen. “Hier is het allemaal begonnen”, vertelt de 25-jarige Nassim Sedoun, met toch wel iets van ontzag in zijn stem. De boekhandelaar was nog niet eens geboren, toen in 1989 rond deze moskee in Bab El Oued, een volkswijk van Algiers, het Islamitisch Heilsfront (FIS) werd opgericht.

Massaprotesten hadden de tot dan toe alleen regerende FLN-partij in het nauw gedreven. Er kwamen nieuwe verkiezingen die openstonden voor meer partijen. Maar toen de FIS twee jaar later met overmacht de eerste ronde van de parlementsverkiezingen won, leek Algerije af te stevenen op een islamitische staat. Zo ver kwam het echter niet, door ingrijpen van het leger: de tweede verkiezingsronde werd afgeblazen en het Islamitisch Heilsfront ging in de ban. Het gevolg was een uiterst bloedige burgeroorlog (1991-1999). Ook wel ‘het zwarte decennium’ genoemd, waarbij tienduizenden doden vielen en duizenden vermist raakten.

Bijna dertig jaar na de protesten eind jaren tachtig, gaan Algerijnen nu weer massaal de straat op tijdens de grootste demonstraties sindsdien. Maar de voedingsbodem voor een nieuwe islamistische machtsgreep lijkt nu een stuk minder vruchtbaar. De herinneringen aan de burgeroorlog zijn nog vers en het leger stelt zich op als strenge arbiter. Op een doordeweekse dag hangt nu een gemoedelijke sfeer in Bab El Oued, waar het wemelt van de grauwwitte huizenblokken. Verroeste schotelantennes prijken op de daken. Rond het centrale Plein van de Drie Klokken staan op straat grote manden nep-merkkleding van Versace en andere westerse merken te wachten op een koper.

Bab El Oued is geen schim meer van de wijk uit de jaren negentig, toen het een islamistisch bastion was en de muren waren volgekalkt met FIS-leuzen. Om de haverklap ging er een autobom af. En in de kronkelstraatjes werden slachtoffers met opengesneden keel achtergelaten. Zogenoemde ‘ninja’s’, zwaarbewapende veiligheidstroepen – onherkenbaar door skimaskers – patrouilleerden in de straten van Bab El Oued, waar een avondklok gold. “‘Toen jij werd geboren viel alles uit elkaar’, grapt mijn familie wel eens”, vertelt de in 1994 geboren Sedoun, die werkt bij een uitgeverij en boekhandel in de volkswijk.

De omgeving van de Al-Sunna-moskee is ook nu nog een bolwerk van salafisten. “Het is net klein Pakistan”, zegt Sedoun, wijzend op groepjes mannen in djellaba’s. Als vrouw kon je je hier vroeger zonder hoofdbedekking niet vertonen. Maar nu kan dat volgens Sedoun wel weer. Zijn boekhandel verkoopt ook zonder problemen een boek als ‘Fifty Shades of Grey’. Van de al jaren durende ‘papiercrisis’ heeft de uitgeverij nu meer last dan van islamisten, stelt Sedoun. De boekenprijs stijgt namelijk steeds verder, omdat veel boeken alleen in het buitenland gedrukt kunnen worden door gebrek aan geschikt papier in Algerije.

Toch waarschuwen sommige analisten en gezaghebbende Algerijnse opiniemakers, zoals de schrijver Kamel Daoud, voor het gevaar dat islamisten kunnen vormen bij aanhoudende politieke instabiliteit in het Noord-Afrikaanse land. Al sinds eind februari wordt er nog iedere week massaal geprotesteerd. Hoewel verschillende kopstukken van de zittende macht, waaronder president Abdelaziz Bouteflika, al het veld hebben geruimd, is de bevolking nog niet tevreden.

Afschrikwekkend

Maar dat betekent niet dat islamistische krachten sterk genoeg zijn om de demonstraties naar zich toe te trekken, zegt politicologe Louisa-Dris Aït Hamadouche van de Universiteit van Algiers. ‘Het zwarte decennium’ van de burgeroorlog heeft volgens haar nog steeds een dermate afschrikkende werking dat de politieke islam voor weinig Algerijnen nu een aantrekkelijk alternatief is. “Het Algerije van nu is niet meer het Algerije van de jaren negentig”, zegt zij tijdens een vrijdagse demonstratie.

Toch lopen er op een andere protestvrijdag ook bebaarde mannen zwaaiend met Algerijnse vlaggen over de boulevard van Bab El Oued. Ali Belhadj, medeoprichter van de FIS, plaatste een video van deze bescheiden mars, met een slow-motion-effect en een hypnotiserend deuntje eronder, op zijn Facebookpagina met ruim honderdduizend volgers.

Met de video lijkt Belhadj duidelijk te willen maken dat de islamisten wel degelijk deel uitmaken van de huidige protestbeweging. “Op straat zijn zij nauwelijks zichtbaar”, constateert politicologe Aït Hamadouche. Zij ziet het vooral als een ‘obsessie van het Westen’ om achter de huidige protesten ‘islamisten’ te zoeken. In Algerije is het volgens haar steevast dezelfde ‘liberale elite’ die daarmee op de proppen komt, terwijl er volgens de politicologe nu geen tekenen zijn dat de islamisten een voet tussen de deur hebben.

Een eerdere poging van Belhadj om zich tijdens de Arabische Lente bij de destijds bescheiden protesten in Algerije aan te sluiten mislukte jammerlijk. Hij werd door een joelende menigte verjaagd en later in de boeien geslagen. Voor de voormalige FIS-leiders geldt namelijk een verbod zich politiek te manifesteren. Ten oosten van Bab El Oued doemt de enorme, pas afgebouwde Djamaa El Djazaïr-moskee op. Bouteflika liet in Algiers de grootste moskee van Afrika bouwen. Al zal de oud-president de officiële opening niet meer meemaken, omdat hij vorige maand onder druk van de demonstranten moest aftreden.

Het enorme bouwwerk herinnert aan Bouteflika’s beleid om de islam maatschappelijk genoeg ruimte te gunnen en tegelijkertijd extremisme de kop in te drukken. Het leger behaalde de afgelopen jaren successen tegen islamistische terreurgroepen: tussen 2015 en 2018 werden meer dan 500 terroristen uitgeschakeld. De bekendste terreurgroep in Algerije is Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb (AQIM), een beweging met wortels in de burgeroorlog. De slagkracht van AQIM is echter beperkt en haar oproepen tijdens de Arabische Lente en de huidige protesten om de staat met geweld omver te werpen, lijken weinig effect te hebben.

Vrije verkiezingen

In het Algerijnse parlement zijn gematigde partijen gestoeld op islamitische grondslag vertegenwoordigd. Vanwege scherpe staatscontrole en samenwerking met de regering zijn deze partijen echter nooit getransformeerd tot een opvolger van de FIS.

De MSP, gelieerd aan de Moslimbroederschap, is de belangrijkste. De partij maakte deel uit van verschillende regeringen, maar zit nu in de oppositie. “Wij zijn eruit gestapt vanwege de fraude en corruptie”, vertelt leider Abderrazak Makri. Een toekomst voor islamistische partijen van weleer ziet hij niet. “Wij zijn juist gematigd. Anders is deelname aan de politiek geen optie”, verzekert hij.

Onder demonstranten op straat heerst ondertussen een diep wantrouwen tegen de bestaande politieke partijen, inclusief de oppositie. De argwaan tegen het politieke establishment werd de afgelopen jaren duidelijk door uiterst lage opkomstpercentages bij verkiezingen.

De vraag is waar de Algerijnen op zullen stemmen als ‘de democratische transitie’ die de demonstranten eisen uitmondt in werkelijk vrije verkiezingen, en het deelnameverbod voor de islamisten wordt opgeheven. Zouden de miljoenen Algerijnen die begin jaren negentig op de FIS stemden, dan weer hun stem geven aan een dergelijke partij? “Of ‘het slot’ eraf gaat is nog maar helemaal de vraag”, zegt politicologe Aït Hamadouche, die zich afvraagt of het leger dit zal toestaan. “Maar ik kan mij goed voorstellen dat er dan een nieuwe islamistische partij opkomt”.

De keuze voor een nieuwe politieke machtsverdeling lijkt ondertussen voor veel demonstranten van latere zorg. Het nieuwe jonge electoraat – bijna 70 procent van de Algerijnen is volgens Reuters jonger dan 30 – wil eerst afrekenen met de oude politiek. Rond de vreedzaam verlopen vrijdagse demonstraties van de afgelopen weken heerst vaak een feestelijke sfeer. Heel anders dan tijdens de beruchte oktoberprotesten in 1988, waarbij honderden demonstranten omkwamen.

Destijds ging men vooral de straat op uit onvrede over stijgende voedselprijzen en hoge werkloosheid, veroorzaakt door een lage olieprijs. Veel arme Algerijnen omarmden de FIS voor een belangrijk deel vanwege de hoop op betere sociaaleconomische omstandigheden. Zo had de FIS met name in het binnenland een parallelle sociale infrastructuur opgezet van eigen ziekenhuisjes en andere diensten.

Inmiddels ligt de armoede in Algerije volgens Adel Hamaizia, onderzoeker van denktank Chatham House, aanzienlijk lager dan destijds en is ook de middenklasse gegroeid, al ging dit ook gepaard met stijgende ongelijkheid. De oliedollars van Algerije, dat rijk is aan fossiele brandstoffen, zijn in de loop der jaren via sociale projecten als woningen en infrastructuur deels bij de bevolking terechtgekomen, waardoor nieuwe massademonstraties werden afgewend.

Politieke dimensie

De Algerijnse ‘verzorgingsstaat’ staat nu echter onder druk. Wederom door lage olieprijzen, een scherpe daling in buitenlandse valutareserves en bijna een verdubbeling van de bevolking tot 43 miljoen ten opzichte van de jaren tachtig.

In combinatie met de aanhoudende politieke onrust kan dit volgens Hamaizia leiden tot een onstabiele situatie in Algerije. De onderzoeker ziet dat de ‘politieke dimensie’ bij de huidige protesten belangrijker is dan bij de protesten eind jaren tachtig. De demonstranten hebben vooral genoeg van de heersende politiek en de wijdverbreide corruptie. Al speelt ook werkloosheid – ruim 1 op de 4 Algerijnen onder de 30 zit zonder baan – ook nu nog een belangrijke rol bij de onvrede in het land. In Bab El Oued is deze uitzichtloosheid tastbaar. Veel jongeren hangen overdag verveeld op straat, leunend tegen de afgebladderde, in Hausmaniaanse stijl opgetrokken gebouwen.

Het ouderlijk huis van boekhandelaar Sedoun, gelegen aan een heuvelig kronkelweggetje, is met planten overwoekerd. “Deze wijk is getraumatiseerd”, zegt hij. De jaren van terreur hebben volgens Sedoun voor afstandelijkheid en achterdocht gezorgd. Iedereen heeft wel een verhaal, maar erover praten doet bijna niemand. Sedoun’s oom, destijds een pas afgestudeerd arts, vluchtte naar Frankrijk nadat islamisten hem dwongen zich over gewonde strijders in de bergen te ontfermen. Een oudere vriendin van Sedoun, een vrije meid en beginnend journalist, weigerde hoofbedekking te dragen en werd daar zo ernstig om bedreigd dat zij haar carrière afbrak.

De massabetogingen even verderop in het stadscentrum doen volgens Sedoun veel wijkbewoners van Bab El Oued denken aan de ontwrichtende jaren negentig. Zijn familie is daarom verdeeld over de protesten: zijn broer en ouders gaan de straat wel op. Maar zijn zus wil er juist niets van weten. Sedoun demonstreert af en toe, maar hij ziet eerder een leven in Frankrijk voor zichzelf dan in het ‘nieuwe Algerije’. Bab El Oued laat zich volgens Sedoun dan ook niet zo makkelijk meeslepen in een nieuw politiek avontuur: niet door islamisten, maar ook niet door de demonstranten. “Sommigen protesteren, anderen bidden liever op vrijdag”, zegt Sedoun.

Lees ook:

Algerijnen gaan de straat op én de schoolbanken in

Na de protesten kruipen de Algerijnse demonstranten in de schoolbankjes, om te leren hoe ze het land opnieuw kunnen opbouwen.

Waarom Algerijnen massaal de straat op blijven gaan: ‘De Macht is als een kameleon’

De Algerijnse president is opgestapt, maar de demonstranten willen dat ook de andere oude machthebbers vertrekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden