Bouwpastoor met passie voor dieren

Henk Vis 1933-2016

Zeven jaar voer hij voor de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd over de wereldzeeën als boordwerktuigkundige op de Willem Ruys. Alsof het zo was voorbestemd, was er toen al zijn liefde voor dieren. Overal op de wereld bezocht hij dierentuinen, en voor parken in Nederland bracht hij diertjes mee. Hij had plezier aan hun gezelschap in de kajuit.

Waar Henk Vis ook kwam, hij genoot. Of het nu de Tafelberg in Kaapstad was of de vrieskou in Alaska, hij verhaalde er altijd met enthousiasme over. De vele aaneengesloten maanden van huis vormden echter een struikelblok toen hij in 1956 tegenover zijn huis in Dierenpark Amersfoort Astrid Tertoolen ontmoette. Astrid, dochter van de dierentuineigenaren, was resoluut: voor haar geen zeeman.

Voor Henk was de keuze niet moeilijk, al veroorzaakte zijn liefde voor Astrid en het dierenpark een breuk met zijn vader. Hoe kon iemand die was opgeleid als ingenieur, die was voorbestemd zijn installatiebedrijf in Batavia over te nemen, zijn carrière vergooien voor een dierentuintje? Hij gaf geen toestemming voor het huwelijk, dat moest worden afgedwongen bij de kantonrechter.

Andere cultuur

Henk was geboren in Batavia, zijn ouders waren een andere cultuur gewoon dan de Nederlandse. Tegenspraak van kinderen werd niet geduld. Daar kwamen oorlogstrauma's bij. Vader Vis verloor zijn bloeiende bedrijf en vrijheid aan de Japanners. Dankzij het verlies van drie vingers door een rotje bleef hem dwangarbeid aan de Birma-spoorweg bespaard. Later verloor hij door de Indonesische onteigeningen voor de tweede maal zijn bedrijf. Gedesillusioneerd droop hij af naar Nederland.

Henk zat samen met zijn moeder ondergedoken in Batavia. Ondanks zijn wat Indonesische uiterlijk was hij als westerling te herkennen aan zijn blauwe ogen. Als hij in de tuin speelde, moest hij een zonnebril op. Na de oorlog werden op die speelplek de verstopte kostbaarheden opgegraven. Een paar vazen sieren nog altijd het huis dat hij bouwde in Dierenpark Amersfoort.

Het duurde jaren, maar met vader en zoon kwam het uiteindelijk goed. Met Astrid belandde Henk in 1992 op het schip waarmee hij zijn lange zeereizen had gemaakt, maar dat hij als het Italiaanse cruiseschip Achille Lauro aanvankelijk niet als zodanig herkende. Hij vond na al die jaren in de machinekamer aantekeningen die hij had gemaakt. En hij maakte een opmerking over de met olie vervuilde ruimte: die slordige Italianen vroegen zo om problemen. Twee jaar later ging het schip brandend ten onder.

De ouders van Astrid hadden in de oorlog de leiding over Dierenpark Wassenaar, waar onderduikers verstopt zaten onder de roofdierverblijven. De stank van ammoniak hield de Duitsers, ingekwartierd in de villa's nabij de ingang, op afstand. In 1947 verkochten ze hun riante huis en togen dromend van een eigen park met een paar dieren naar een stuk bos met theehuis in Amersfoort.

Eigen huis

In 1960 namen Henk en Astrid het groeiende bedrijf over. Dat betekende zeven lange dagen per week werken. De bank had er zo veel vertrouwen in, dat hen een hypotheek werd geweigerd. Zijn technische achtergrond kwam Henk van pas: het duurde vier jaar, maar toen stond er een eigenhandig gebouwd solide huis tussen de verblijven van de beren en de olifanten.

Daarmee had het echtpaar met hun twee zonen, Fred (1961) en Ronald (1962), een eigen plek. Hoewel, het werd een gedeeld verblijf.

Ze deelden het huis niet alleen met vier politiehonden, Henks eigenhandig getrainde lievelingsdieren, die het park bewaakten. Jonge, door hun moeder afgestoten dieren werden in de jaren tachtig en negentig door Astrid met de fles gevoed. Het was normaal dat in het huis jonge apen, jachtluipaarden, leeuwen, tijgers, beren en hyena's onder de rondvliegende parkieten liepen.

Talloze artiesten en televisiepresentatoren kwamen er opnamen maken. Koningin Juliana was, slechts begeleid door haar kleinkinderen, een regelmatige bezoeker. De hoogheid maakte er dansend kennis met de jukebox. Toen Henk en Astrid voorstelden een olifantenjong uit Burma naar haar te vernoemen (Jula), liet ze schriftelijk weten vereerd te zijn, onder voorwaarde dat het geen financiële consequenties mocht hebben.

Henk liet alle belangstelling en de public relations graag aan zijn vrouw over. Hij was liever de werker op de achtergrond, die zich overdag bezighield met de ontwikkeling van het dierenpark en 's avonds in het restaurant werkte.

Als privaat bedrijf had het echtpaar Vis een zware start. Veel concurrerende dierenparken werden gesteund met subsidies, maar Dierenpark Amersfoort moest 20 procent vermakelijkheidsbelasting afdragen. Elke cent die binnenkwam, werd geïnvesteerd in vernieuwing van het park.

De zorgzaamheid voor dieren in combinatie met zijn technische inzicht en visionaire gave vormden zijn kracht. Nieuwe dierenverblijven tekende de 'bouwpastoor' op de achterkant van sigarendoosjes. Bij de ontwerpen stond welzijn van bos en dieren voorop. Als de perfectionist die altijd alles tot een goed einde moest brengen, wilde hij alles steviger, hoger en dieper dan soms noodzakelijk was.

Toen 100.000 bezoekers per jaar nog een droom was, zag Henk erop toe dat de paden in het park minimaal vier meter breed waren. Dat blijkt met de 800.000 bezoekers van nu een zegen. Het treintje dat vanaf 1968 rijdt, was een forse investering, maar bleek een bestseller. Hij drong er bij de fabrikant op aan wissels te ontwikkelen, zodat een route in de vorm van een acht kon worden uitgelegd.

Alles was gericht op de jeugd. De dierentuin moest educatief én recreatief zijn, met dierenverblijven die vanuit kinderperspectief - en vanuit een rolstoel - zichtbaar zijn, en met een attractie tot activiteit verleiden. Er werden drie speeltuinen aangelegd.

Henk sprak over het familiebedrijf - Fred en Ronald groeiden er niet alleen in op, ze werkten er ook - als de Calimero van de Nederlandse dierentuinen. En wie klein is, moet samenwerken. Daarom was hij in 1966 een van de vier initiatiefnemers voor de NVD, de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen. Daarmee verdween de cultuur van concurrentie en geheimhouding.

Van hiërarchie wilde Henk niet weten. De directeur gelijk aan de schoonmaker: dat was zijn formule voor een park waar dieren zich gelukkig voelen, de voorwaarde voor voortplanting. Een bekende uitspraak van hem: "Ik feliciteer elk dier dat in ons park komt wonen."

Dat mensen bij uitbreidingen klaagden dat dieren en natuur daardoor zouden verdwijnen, vond Henk onbegrijpelijk. Dan wees hij op het tegendeel. Dat kinderen in dierentuinen de natuur leren bewonderen. En dat met fokprogramma's bedreigde diersoorten in stand worden gehouden.

Veel eerder dan gepland moest de twee-eenheid van Henk en Astrid afstand nemen van het bedrijf. In 1994 kwam Astrid na een vakantiereis door de binnenlanden van Borneo uitgeput thuis. Haar hart stond op het punt het te begeven, ze regelde in het geheim haar begrafenis, maar werd ondanks de complicaties gered door een harttransplantatie.

Henk was volkomen de kluts kwijt door de angst alleen achter te blijven. Hij deed de verantwoordelijkheid voor het bedrijf over aan zijn zoons en wijdde zich aan de verzorging van zijn vrouw. Na de lange revalidatie genoten ze van hun kleinkinderen en maakten ze reizen, onder meer door de VS, en bezochten ze veel dierentuinen.

Max Verstappen

Henk had ook meer tijd voor zijn hobby, de techniek. Reed hij in de jaren zeventig samen met Astrid op een Harley-Davidson, nu hield hij een Cadillac in perfecte conditie. En hij werd in zijn laatste jaren fan van Max Verstappen.

De band met zijn zoons werd hechter. Fred, nog in het dierenpark werkzaam, zegt hem beter te hebben leren kennen en waarderen. Lang had hun relatie vooral met werk te maken. Met een hardwerkende vader bleven de gezamenlijke maaltijden beperkt tot de paar minuten waarin een bord eten naar binnen werd geschrokt.

Twee jaar geleden werd bij Henk kanker geconstateerd. Hij zag af van chemokuren, acupunctuur hield de pijn onder controle. In de wetenschap dat hij een mooi leven had gehad, legde hij zich bij het onvermijdelijke neer. Hij behield zijn volle belangstelling voor de dierentuin en iedereen die hij kende.

Henk zag mensen graag gelukkig. Dierenverzorgers die een auto hadden gekocht zonder radio, gaf hij zonder medeweten van Astrid 100 gulden om er een te kopen. Van zo'n grote aankoop moet je meteen ten volle kunnen genieten. Schouderklopjes vond hij heel belangrijk; wie zijn vertrouwen won kreeg dat onvoorwaardelijk. Een van zijn motto's was: wie goed doet, goed ontmoet.

Op weg vanuit zijn zelfgebouwde huis naar zijn laatste rustplaats wachtte hem bij de ingang van het dierenpark een erehaag van honderd applaudisserende medewerkers.

Frederik Hendrik Vis werd geboren op 18-3-1933 geboren in Batavia en stierf op 27-10-2016 in Amersfoort.

Met zijn technische inzicht, visionaire gave en verzorgingsdrift bood Henk Vis dieren een thuis waar ze gelukkig konden zijn.

Henk Vis zette samen met zijn Astrid Dierenpark Amersfoort op. Hij had er 35 jaar de leiding.

'Ik feliciteer elk dier dat bij ons in het dierenpark komt wonen'

Van hiërarchie wilde Henk niet weten: directeur en schoonmaker vond hij gelijken

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden