'Bouw steden, geen kampen'

Zie vluchtelingen als potentieel, en maak van vluchtelingenkampen steden. Daar profiteren zijzelf van, en regio's waar ze worden opgevangen. Zelfs in Europa kunnen we er voordeel van hebben, betoogt hulpverleningsexpert Kilian Kleinschmidt.

De wereld telt nu zo'n 60 miljoen vluchtelingen. Die worden vaak gezien als last, of hooguit als bron van inkomsten van hulporganisaties. Kilian Kleinschmidt werkte 25 jaar voor de Verenigde Naties, en vond dat in die tijd zo weinig veranderde in de omgang met vluchtelingen dat hij het over een andere boeg gooide. Hij adviseert nu tal van organisaties en ministers, onder wie Lilianne Ploumen van ontwikkelingssamenwerking. Zijn boodschap: vluchtelingen kunnen bijdragen aan de economie van het land van opvang. Wat ze ook kunnen: hun land van herkomst helpen opbouwen, beter geëquipeerd dan toen ze vertrokken.

Wat is de grootste fout bij de opvang van vluchtelingen?

"Dat we iedereen hetzelfde maken. We kijken naar ze als naar goederen die je op moet bergen. De manier waarop we onderkomens plannen voor vijfduizend mensen, verschilt niet veel van hoe we vijfduizend konijnen onderbrengen: ze hebben zoveel water, zoveel ruimte nodig. Ze krijgen allemaal hetzelfde voedsel. Een planner van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zal de ruimte zo economisch mogelijk inrichten, door tenten op dezelfde manier in rijen achter elkaar te plaatsen. Een stadsplanner zou dat heel anders doen."

Maar de tijd ontbreekt toch om een kamp als stad te ontwerpen?

"Kampen waar mensen maar even blijven, bijvoorbeeld na een natuurramp, hoef je natuurlijk niet als stad te ontwerpen. Veel vluchtelingen die nu in Europa komen zullen de kampen vooral als doorgangskamp zien. Maar die kampen op zich zullen niet tijdelijk zijn, migratie verdwijnt niet, dus het loont om daarin te investeren. Ook als mensen maar kort blijven is het belangrijk om na te denken hoe je het verblijf zo goed mogelijk kan maken. Door te letten op privacy bijvoorbeeld."

Maar tenten in rijen of een sporthal vol stapelbedden zijn toch efficiënter?

"Ja dat is zeker heel efficiënt, maar wat een mens een mens maakt is dat iedereen een andere smaak heeft, een ziel, een hart. Helemaal in een crisissituatie is het ongelooflijk belangrijk dat je jezelf kunt voelen. Als je bijna alles hebt verloren behalve je leven en misschien een klein koffertje, dan wordt je individualiteit nog belangrijker, dat wordt een deel van je menselijke waardigheid."

Menselijke waardigheid?

"Als vluchteling word je op alle mogelijke manieren gedehumaniseerd. Mensen die naar Europa komen zijn slecht behandeld door mensensmokkelaars, door autoriteiten onderweg, ze moesten hekken trotseren, hadden geen toilet. En dan heb je het gehaald, en dan word je behandeld als een nummer. Nummer 55 is nu aan de beurt om naar de kantine te komen."

Hoe moet het dan wel?

"Ik snap best dat het lastig is, maar laat mensen hun eigen potje koken."

In het Jordaanse vluchtelingenkamp Zaatari probeerde Kleinschmidt een Fab Lab (Fabrication Laboratory) op te zetten, waar vluchtelingen met een 3d-printer en andere high tech apparatuur zelf producten kunnen maken, variërend van prothesen tot een fiets. Maar zijn plannen stuitten op veel weerstand. Een Fab Lab is ook niet wat je noemt een eerste levensbehoefte, toch? Kleinschmidt: "Vluchtelingen willen ook deel zijn van de 21ste eeuw. Ze hebben niet altijd dezelfde toegang tot computers gehad als wij hier in het Westen, maar ze zijn niet gek. Zij gebruiken ook Google Earth en andere technische snufjes. Ballingschap kan mensen een enorme impuls geven voor verandering. Je kunt ze lichtjaren verder brengen. Zo kunnen ze pas echt helpen hun maatschappijen weer op te bouwen."

Maar willen ze dan nog wel terugkeren?

"We moeten van het concept af dat hoe minder we mensen bieden, hoe eerder ze urgentie voelen om terug naar huis te gaan. Dat is niet zo. We moeten ballingschap veel meer gaan zien als een periode van kansen en mogelijkheden, in plaats van ellende en troosteloosheid. Het is juist het moment dat je zo veel mogelijk moet bieden. Ik zal nooit vergeten hoe ik in een Afghaans kamp in Pakistan met twee meisjes

sprak die zeiden: 'Het is te gek hier, we maken vrienden, we gaan naar school.' Er gebeurde iets in hun leven. In Zaatari-kamp hebben we samen met de Uefa voetbalclubs opgezet, waar 250 meisjes nu voetballen. Vluchtelingen die goed zijn opgevangen, allerlei kennis en vaardigheden hebben opgedaan, zullen bij terugkeer veel meer kunnen betekenen bij de wederopbouw van hun land."

Kent u vluchtelingen die sterker zijn teruggekeerd?

"Somaliërs bijvoorbeeld. Die zijn tot in alle uithoeken van de wereld gevlucht. Ik was er in de periode van black hawk down (toen dode Amerikaanse soldaten door de straten van Mogadishu werden gesleept, red.). Als je er nu komt, weet je niet wat je ziet. Het is nog steeds chaotisch en vies, maar de frontlinies hebben plaatsgemaakt voor files. Er zijn hotels en winkelcentra. Allemaal dankzij mensen die zijn teruggekeerd. Als ik in Mogadishu had geïnvesteerd destijds, zat ik nu op een jacht van mijn leven te genieten."

Maar wat hebben wij daaraan, kun je de kritiek van populistische partijen al voorspellen.

"Een sterk persoon kost ons juist minder geld, die kan zijn eigen boontjes doppen. Wij wijzen allemaal met ons vingertje naar de Arabische landen omdat ze geen vluchteling opnemen. Maar ze bieden wel werk aan honderdduizenden Syriërs. Dubai is langzamerhand een veilige haven geworden doordat het werk biedt. Dubai heeft het VN-vluchtelingenverdrag niet getekend, maar zo'n 80 procent van de inwoners is migrant. En dat zijn niet alleen bouwvakkers maar ook ingenieurs. Vraag deze mensen of ze een vluchtelingenstatus willen of een baan en ze kiezen voor het laatste.

Jordanië werkt nu hard aan een speciale economische zone, met lage exporttarieven naar Europa, waar 150.000 Syriërs zouden mogen werken. Zo'n 2500 Syrische vluchtelingen uit Zaatari-kamp werken nu in de Golfstaten en sturen geld naar huis, hebben perspectief. Het is geldverspilling dat we vluchtelingen niet meer inzetten. Ze zouden veel kunnen betekenen voor armere, achtergestelde gebieden."

U opperde vluchtelingen te huisvesten in verlaten streken in bijvoorbeeld Spanje en Italië. Maar die inwoners daar zijn toch niet voor niets weggetrokken?

"Subsidieer vluchtelingen om een boerderij nieuw leven in te blazen. Geloof me, deze dorpen zullen zien dat hun restaurants weer gaan lopen, dat er weer een bus gaat rijden, dat er weer mensen beschikbaar zijn om de ramen van toeristen te lappen. In Italië heb je al burgemeesters die voor weinig geld huizen verkochten om vluchtelingen aan te trekken om zo hun zieltogende dorpen weer tot leven te wekken."

De oude bewoners zien die nieuwkomers al aankomen.

"Dat is ook een kwestie van tijd. Ik heb zelf in 1980 Berlijn verlaten met een groep mensen om ons in de Franse Pyreneeën te vestigen op 1000 meter hoogte. We waren een wilde mix van Franse en een paar buitenlandse hippies in een totaal verlaten en achtergesteld gebied. De gemiddelde leeftijd lag er boven de 60 jaar, de scholen waren gesloten. We brachten vaardigheden en economische activiteiten mee - ik was dakdekker. En we maakten kinderen, hadden dus ook scholen nodig.

"Ik denk dat we net zo vreemd waren voor de oude dorpelingen als de Syriërs nu voor ons zijn. Ze haatten ons in het begin, de politie werd op ons afgestuurd, er was zelfs een dorpeling die op ons schoot. Maar 35 jaar later zijn er bedrijven, toeristische industrie, masten voor mobiele telefonie. En een van de timmermannen met wie ik destijds die kant opging, is nu de burgemeester van het dorp."

Jullie stichtten vrijwillig een gemeenschap daar. Maar heeft u ook vluchtelingenkampen zien uitgroeien tot gemeenschappen, tot steden?

"Zeker. Je kunt wel zeggen dat Zaatari een stad is geworden, hoe rommelig ook, met wijken, een supermarkt, een boulevard, voetbalclubs. Ook de meeste Palestijnse kampen zien eruit als steden, al kun je nog altijd zien waar ooit de tenten stonden. Zo ook de Afghaanse kampen in Pakistan. Toen de Russen Afghanistan verlieten, stopte de hulp. Maar de vluchtelingen bleven, omdat 'thuis' nog niets was, dus de kampen groeiden uit tot dorpen en steden."

U zegt: bouw steden, geen kampen.

"Ja, zonder te pretenderen dat zo'n stad er duizend jaar moet staan. In de Verenigde Staten bouwen ze tijdens het Burning Man Festival een stad voor twee weken in de woestijn. En in India bestaat een festival waar voor anderhalf miljoen bezoekers een stad voor één dag wordt gebouwd.

"Als je iets duurzaams neerzet, iets wat blijvend is, kan dat in de toekomst altijd nog een andere functie krijgen. En daar heb je stedenbouwkundigen voor nodig in plaats van hulporganisaties. Die hebben veel meer sjoege van hoe een stratenpatroon werkt, waar scholen moeten staan. En huur rechtstreeks een waterbedrijf in, in plaats van een hulporganisatie die doet alsof ze een waterbedrijf is. Hoezo weten hulporganisaties meer van scholen dan een ministerie van onderwijs? Hulporganisaties pretenderen iets te zijn, wat ze niet zijn."

Een stad bouwen is vast duurder dan een vluchtelingenkamp.

"Op lange termijn niet. Bij kampen zoals hulporganisaties die al jarenlang opzetten, moet je voortdurend dingen vervangen. In Zaatari moesten plastic pijpleidingen al na drie jaar worden vervangen. De UNHCR zette er 17.000 tenten neer die zo'n 500 dollar per stuk kosten. Later plaatsten Arabische landen daar nog tussen de twee- en drieduizend containers, van 25.000 dollar per stuk. Met nog wat andere zaken zit je tegen de 100 miljoen dollar.

"Daar had je heel wat fatsoenlijke gebouwen voor kunnen neerzetten, die je later voor wat anders kunt gebruiken. De Syriërs waren ook woedend toen ze tenten kregen. Toen zij in hun land vluchtelingen uit Irak opvingen tijdens de Golfoorlog, bouwden ze appartementen voor hen."

Waarom kiezen regeringen niet voor gebouwen en degelijke waterleidingen?

"Omdat ze er vaak van uitgaan dat de vluchtelingen wel weer naar huis zullen gaan. Maar als dat niet gebeurt, ontstaan er grote problemen doordat de nederzetting als een echt kamp is opgezet. Veel kampen waar ik heb gewerkt, bestaan nog steeds, soms al 25 jaar of langer. In de Westelijke Sahara, in Pakistan, het Kakumakamp in Kenia: daar wordt na twintig jaar water nog altijd met de truck aangevoerd.

"Niet alleen regeringen zijn daar schuldig aan. Hulporganisaties verdienen eraan. Zij kijken naar de korte termijn, en krijgen geld van donoren om een truck met water het kamp in te rijden."

Dus Turkije, dat in de toekomst nog meer vluchtelingen zal moeten opvangen, kan maar beter beginnen met het bouwen van steden?

"Turkije bouwt al kampen die een stuk geavanceerder zijn, en een meer stedelijk karakter hebben dan de kampen van de UNHCR. Ze hebben er supermarkten gebouwd waarin vluchtelingen hun eigen spullen kunnen kopen. De Turkse regering besteedt de opvang nauwelijks uit aan hulporganisaties, mede omdat die hen op de vingers tikken over mensenrechten, daar zitten ze nu niet op te wachten. Sowieso zijn de wat hardere regeringen, zoals de Turkse, minder geneigd naar hulpverleners te luisteren en meer naar de private sector, omdat ze die meer vertrouwen."

De Nederlandse minister Ploumen en haar Duitse en Oostenrijkse collega's, en ook veel organisaties vragen u om advies. Verandert het denken over vluchtelingenopvang?

"Nieuwe ideeën zijn heel hard nodig, daar is iedereen van doordrongen. Ook in Brussel vragen ze mij om mee te denken en zo provocatief en verstorend mogelijk te zijn. Aan de oppervlakte lijkt het alsof iedereen een beetje verlamd is en er niet zo veel gebeurt, uit angst voor populisme. Maar achter de schermen bruist het, ook op de ministeries.

"De innovatie komt niet van grote humanitaire organisaties die hun incompetentie proberen te verbergen achter bureaucratie, maar van duizenden mensen, bedrijfjes en netwerken daarbuiten. Als het lukt om al die krachten bij elkaar te brengen zijn we net zo machtig als de VN en grote hulporganisaties bij elkaar. Alleen hebben wij geen hoofdkantoren nodig."

Wie is Kilian Kleinschmidt?

Kilian Kleinschmidt (Essen, 1962) werkte wereldwijd als hulpverlener in vluchtelingenkampen. Van Kenia, tot aan Somalië, Rwanda, Pakistan en Jordanië. In dat laatste land was hij kampmanager van Zaatari, waar ruim honderdduizend Syriërs worden opgevangen.

Na een kwarteeuw voor de Verenigde Naties te hebben gewerkt, begon hij in 2015 zijn eigen adviesbureau Switxboard in Wenen. Van daaruit reist hij nog altijd de wereld over om regeringen te adviseren over vluchtelingen, en om organisaties met innovatieve ideeën bij elkaar te brengen.

Hoe ze nu bij de VN tegen hem aankijken? "Ik werd altijd al als rebel gezien. Ze vinden mij provocatief en arrogant. Maar ik denk dat ik ze ook help, omdat ik dingen zeg die zij niet kunnen zeggen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden