Bouta is niet meer die militair

Desi Bouterse trad een jaar geleden aan als president van Suriname. Het land staat er niet al te best voor. Maar toch, concludeert Ivo Evers aan het einde van zijn correspondentschap in het Zuid-Amerikaanse land, heeft Bouta veel ten goede veranderd. "Het is een verademing."

Voor de beëdiging van Désiré Delano Bouterse tot president van Suriname, vandaag een jaar geleden, kwamen met name uit Nederland waarschuwende woorden. Maxime Verhagen, toen minister van buitenlandse zaken, meldde dat Bouterse alleen in Nederland welkom is om zijn gevangenisstraf uit te zitten. De oud-kolonie raakt onder Bouterse in een politiek isolement, riep advocaat Gerard Spong. Economische crisistijden zouden aanbreken, de Surinaamse democratie wankelen.

Voorlopig blijkt daar weinig van. Niet dat het Suriname onder Bouterse prima vergaat - zeker niet - maar de omstreden president zorgt ook voor positieve ontwikkelingen. Eindelijk gebeurt er iets in Paramaribo, fluisteren Franse en Amerikaanse diplomaten off the record. De vorige minister van buitenlandse zaken, Lygia Kraag-Keteldijk, reageerde vaak niet eens op (samenwerkings)verzoeken van ambassades. De republiek, die met haar gebrekkige infrastructuur en Nederlandse taal vrijwel niet in de regio integreerde, bleef de navelstaarder van het continent.

Dat is veranderd. Er wordt nu wél geluisterd en onderhandeld. Winston Lackin, de nieuwe bewindsman op Buitenlandse Zaken, doet succesvol zaken met buitenlandse partners en de eerste projecten zijn onderweg. Voor het eerst in tientallen jaren praat de regering met buurland Guyana. Binnenkort wordt een brug gebouwd over de rivier die de twee naties scheidt. Zuiderbuur Brazilië ligt in het vizier, net als Cuba, Venezuela, Frankrijk en China. Nederland staat met de boycot van Bouterse internationaal moederziel alleen.

Toen ik acht maanden voor de beëdiging van 12 augustus 2010 op luchthaven Zanderij landde, trof ik een cynisch, klagend en negatief Suriname aan. De gemeenschap van een half miljoen inwoners was twee opeenvolgende Nieuw Front-regeringen (een samenwerkingsverband van liefst acht politieke partijen met als voornaamste doel Bouterse buiten de deur te houden) kotsbeu.

De afstandelijke en impopulaire Ronald Venetiaan zwaaide een decennium lang de scepter. Maar tot belangrijke investeringen kwam het niet en broodnodige wetgeving bleef uit. Anti-corruptiewetgeving bijvoorbeeld: dat die er moest komen, vond iedereen. Maar ze kwam niet. Evenmin als het beloofde minimumloon.

De politiek onder Venetiaan liep langs strikte etnische lijnen, met nepotisme, corruptie en vriendjespolitiek als gevolg. Logischerwijs werd hij vorig jaar genadeloos afgestraft: de Nationale Partij Suriname (NPS) van Venetiaan halveerde en verwerd een kleine stadspartij.

De huidige president heeft zijn presidentschap niet alleen maar te danken aan de groeiende groep jongeren die de Decembermoorden zijn vergeten en de urenlange rijen voor primaire levensmiddelen van de donkere jaren tachtig niet meemaakten. Bouterses ambtsketting is ook het product van een koppig Nieuw Front, dat zelfs na de afstraffing zijn fouten niet kan of wil inzien.

De economie krabbelde onder Venetiaan weliswaar op uit een diep dal, maar de omhooggevallen arrogante politiek dreef veel kiezers in de armen van Bouterse. In Suriname heeft de stemmer ruwweg twee opties: voor of tegen Bouterse.

De Nationaal Democratische Partij (NDP) van de huidige president beslaat tegenwoordig veel meer dan alleen de oud-legerleider. In de directe schaduw van de huidige president staat een nieuwe, jonge generatie talentvolle politici te popelen, terwijl binnen de gelederen van het andere kamp starre vergrijzing de klok slaat.

De NDP is op de koop toe de enige partij met een multi-etnisch karakter en in staat om het wantrouwen tussen de bevolkingsgroepen de kop in te drukken. Bouterse is vrijwel de enige die met recht kan en mag hameren op nationale trots van en voor alle Surinamers. De bewindslieden en parlementariërs van de NDP zijn daarnaast simpelweg vriendelijker, behulpzamer en bereikbaarder dan sleutelfiguren binnen Nieuw Front.

Niet eerder in de geschiedenis van de Surinaamse politiek stond de vastgeroeste politiek langs etnische lijnen zo sterk onder druk. Het dwingt Hindoestaanse, Javaanse en Creoolse partijen tot vernieuwing en verbreding. Zonder Bouterse zou de oude garde nimmer zijn geweken, dankzij hem zijn processen in gang gezet waarmee Suriname kan hopen op de zo gewilde veranderingen in het stramme, ouderwetse, conservatieve politieke klimaat.

Het staatshoofd verbaasde in aanloop van zijn inauguratie vriend en vijand met het aanstellen van onafhankelijke ministers en een neutrale Centrale Bankgouverneur. Dat is hagelnieuw voor Suriname, want die posten zijn normaal gesproken strikt gereserveerd voor politieke vrienden.

Er kwam een totaal onverwachte handreiking naar alle voormalige rivalen, de harde toon verdween. Voor Paul Somohardjo (ooit in Nederland verzetsleider tegen Bouterse) en Ronnie Brunswijk (hij voerde als junglecommando een oorlog tegen Bouterse) was, naast het behouden van essentiële politieke macht, de onwerkbare opstelling van Nieuw Front een belangrijke reden om te verzoenen met Bouterse.

Niet dat dat gemakkelijk gaat: de samenwerking loopt stroef. De ministeries van 'Somo' en 'Brunsie' vertonen naar 'Bouta's' smaak te veel de ouderwetse trekken van het verdelen van macht voor de eigen achterban. De politieke structuren zijn hardnekkig, ontdekt ook Bouterse: na het eerste jaar is hij ontevreden over zijn ministersploeg en coalitiepartners.

Bovendien maakt ook Bouterse veel fouten. Gênant was dat hij zijn eigen vrouw (2000 euro per maand) en geestelijk adviseur Steve Meye (1200 euro) op de loonlijst van de overheid zette, terwijl de Surinaamse bevolking lijdt onder prijsstijgingen.

Er zijn levensgrote bedreigingen die als een zwaard van Damocles boven de natie hangen. De Surinaamse dollar devalueerde, wat het Internationaal Monetair Fonds overigens toejuicht, omdat op straat jarenlang een tweede alternatieve koers werd gehanteerd. Het heeft wel torenhoge benzineprijzen tot gevolg. De persvrijheid staat ter discussie, vraagtekens rijzen over de manier waarop Bouterse zijn beloofde megaprojecten (zeehavens, snelwegen, woningen en bruggen) gaat financieren.

Het ontwikkelingsgeld uit Nederland (tijdens de onafhankelijkheidsonderhandelingen werd zo'n 3,5 miljard gulden toegezegd) is op, er moet worden gezocht naar andere investeerders. Dat wordt niet eenvoudig. Internationaal is de reputatie van Bouterse belabberd: hij wist zijn land twee maal financieel aan de afgrond te brengen (tijdens het militaire bewind in de jaren tachtig, en tussen 1996 en 1999 toen hij veel invloed had op de regering-Wijdenbosch).

Er is, kortom, ontevredenheid in de Surinaamse samenleving.

Maar toch: Bouta is niet meer de militair van vroeger. Hij torst zijn pikzwarte verleden als een zware last met zich mee en komt nooit meer van het stigma van misdadige moordenaar en drugsdealer af. Oprechte excuses voor de misdaden, waarvoor hij op zijn minst politieke verantwoordelijkheid draagt, blijven uit.

Precies een jaar terug sprak Bouterse de wens uit een president van alle Surinamers te willen zijn en deed met veel charisma een handreiking naar de oppositie. Maar een leider voor het hele volk wordt hij nimmer, daarvoor zijn de tegenstanders in het piepkleine Suriname persoonlijk te diep getroffen.

Op Bouterse is, kortom, veel aan te merken. Maar dat laat onverlet dat hij in zijn eerste jaar als president voor een ongekende politieke vernieuwing heeft gezorgd. De politieke cultuur is een verademing. Het zou heel goed volledig kunnen mislopen. Maar Suriname nam dat risico een jaar terug voor lief: liever mis geschoten dan helemaal niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden