Review

Bourgeois getuttebol vanachter de heg

Isabel Allende, Het oneindige plan. Vert. Adri Boon. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 418 blz., - f 39,90.

Het is een bekentenis die meer zegt dan duizend literaire analyses. Isabel Allende is de hedendaagse opvolgster van de even talals naamloze schrijvers die sinds de negentiende eeuw het vrouwelijk deel van de bourgeoisie aan haar ontspanning helpt. Het is een redelijk koopkrachtig publiek (dus interessant voor een uitgever), dat ruim in de vrije tijd zit (dus heel wat lectuur aan kan) en graag een beetje verantwoord bij wil blijven (en dus liever niet de boeketreeks op het bijzettafeltje legt). Dit marktsegment voedt Isabel Allende, waarbij zij terloops haar Nederlandse uitgever uit de rode cijfers houdt - wat hem overigens van harte is gegund.

Allende is niet de enige, maar wel de meest succesvolle Zuidamerikaanse schrijfster die in deze maatschappelijke behoefte voorziet. Angeles Mastretta en Laura Esquivel volgden haar na, en vooral de laatste lijkt met 'Rode rozen en tortilla's' de Nederlandse lezeressen zeer te hebben behaagd. De ingredienten van hun boeken zijn even gelijkvormig als hun sociale achtergrond: enige maatschappelijke progressiviteit, eventueel een vleugje ecologisme, een onmisbare handvol feminisme en een dosis romantiek die de negentiende-eeuwse naviteiten achter zich meent te hebben gelaten, om zich daaraan, als puntje bij paaltje komt, des te schaamtelozer te kunnen overgeven.

Ook al neemt de sociale problematiek van de onderklassen een belangrijke plaats in, deze boeken bezien de wereld onveranderd vanuit de villa's en voorsteden waarin de burgerij huis houdt. Dat is nu eenmaal de wereld waarin schrijfsters en lezeressen zich vertrouwd weten en van waaruit ze zich traditiegetrouw sociaal bewogen tonen.

Ongetwijfeld had Allende een paar extra'tjes mee. Haar naam klonk als een klok en dank zij haar familieverwantschap met de betreurde Chileense president kon haar debuut 'Het huis van de geesten' in 1982 nauwelijks kapot. Het was bovendien een tamelijk imponerend debuut, al mopperden hispanisten al snel over een 'tweederangs Garca Marquez'.

Daarna ging het rap bergafwaarts, al was dat aan Allende'sinternationale succes niet te merken. De epische kracht van haar eersteling verslapte en het imposante panorama van het Zuidamerikaanse feodalisme dat ze daarin getekend had verwaterde tot het exotisme van een kermisnummer vol gedrochten of bekoorlijkheden.

Zo bleef alles wat aan bedreigends beschreven werd niet alleen veilig aan de andere kant van de heg, maar bleek het zelfs daar bij nader inzien onecht te zijn. Net als bij haar collega's moet de sociale werkelijkheid bij Allende vooral pittoresk zijn; Zuid-Amerika lijkt in haar boeken een grote opvoering van Les miserables. Het burgerlijk publiek, aldus een Spaanse toneelcriticus, zoekt in het theater nu eenmaal allereerst het charmante.

In haar jongste boek 'Het oneindige plan' heeft Allende Zuid-Amerika verruild voor Californie, waar zij sinds enige tijd woont. Daarmee is ook haar thematiek verschoven. De sprookjesachtigheid van haar laatste roman 'Eva Luna' en de verhalenbundel 'Het goud van Tomas Vargas' heeft plaats gemaakt voor een moderne moraliteit, waarin de ontwikkeling van de Noordamerikaanse samenleving vanaf de jaren veertig tot heden in een doorlopend verhaal wordt geportretteerd.

Hij, Gregory, is de blanke zoon van een rondtrekkende prediker, uiteindelijk neergestreken in een zwartmexicaanse buurt met haar omgekeerd racisme, begaafd student, vietnam-soldaat, advocaat en yuppie, door haar op het nippertje gered van een bankroet. Zij, Carmen, is een chicana uit dezelfde buurt, boezemvriendin van hem, hippie, sieradenmaakster met internationaal succes, maar eenvoudig gebleven met haar geadopteerde Vientamees-Amerikaanse zoontje, altijd een wijze raadgeefster, maar ondanks vele avontuurtjes uiteindelijk onbevredigd in het leven. Zij zullen elkaar ooit weer vinden, al heeft Allende de discretie gehad ons althans dat moment te besparen. Het boek eindigt op de drempel van het beloofde geluk.

Allende doet haar best haar vertelling van het nodige realisme te voorzien: de raciale conflicten in de ethnische buurten, de verschrikkingen van de soldaten in Vietnam. Maar haar hart ligt bij de wereld die zij kent: de 'vrijzinnige atmosfeer van Berkeley', de navelstarige gesprekken waarin voortdurend iemand 'achter zijn weermiddelen schreeuwt om hulp', de open huishoudens waar pistache-honingtaart en vegetarische lasagna gegeten wordt.

Af en toe betracht Allende enige distantie; promiscuteit binnen het huwelijk vindt bij haar - net als bij de rest van de Amerikaanse middelclass - weinig genade. Maar de flirt met een tot niets verplichtend nonconformisme is aantrekkelijk genoeg. "Op het opstandige straatgewoel van voorheen volgde de pest van het conformisme," tekent ze aan bij het begin van het Reagantijdperk. Nergens is die opstandigheid echter meer dan een ongevaarlijke attractie uit een pretpark, ook niet waar zij Carmen door de jungle of de woestijn laat trekken en na een vechtpartij in Noord-Afrika het land laat uitwijzen. "Tot volgend jaar," antwoordt de dekselse meid de dienstdoende ambtenaar.

Zo is het panorama van veertig jaar Amerikaanse geschiedenis voor Allende weinig meer dan een kijkspel zonder risico. Het enige echte in haar verhaal zijn de psychodramatische dialogen binnenskamers, waarin het louter draait om oprechtheid, gevoeligheid en vooral heel veel liefde. "Geen enkele vrouw kan jouw problemen oplossen, Greg. Je weet nog steeds niet wat je zoekt. Je kunt niet eens van jezelf houden..." stamelt Carmen de triviaallectuur na. Het klinkt als een parodie, maar Allende lijkt het heel serieus te bedoelen, zoals ze een aantal bladzijden eerder in volle ernst 'de antennes van Carmens intutie' kan roemen of haar door een minnaar 'als een geograaf' te laten 'doorgronden in bijbelse zin'.

Het is dit weee taalgebruik, tesamen met de verpletterende braafheid van het boek, die 'Het oneindige plan' tot zulke eminente lectuur van en voor de suburbs maakt: de klasse die de econoom John Kenneth Galbraith nog onlangs kapittelde over haar hemeltergende tevredenheid met zichzelf. Ook bij Allende lijkt het relatie-leed de enige werkelijkheid te zijn, zelfs al gaat het ook daarbij om een werkelijkheid van cliche's. De rest van de wereld is een kleurrijk maar imaginair decor, veilig achter de Zuidamerikaanse of Californische heg.

Allende's klasse is nu eenmaal alomtegenwoordig, en daarom zal het boek opnieuw overal goed verkopen. Ook deze recensie zal daar niets aan veranderen. Dat heeft niets met literatuur te maken, maar alles met de wetten van de sociale kunstconsumptie, hoe triviaal die kunst ook zijn mag. En uiteindelijk hoeft men daarover niet eens vreselijk rouwig te zijn. Het houdt een achtenswaardig uitgever uit de rode cijfers en de lezeressen van Viva en Cosmopolitan weer een tijdje van de straat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden