Boulez, bastion en boegbeeld

De absolute meester van de moderne klassieke muziek. Dirigent en componist. Geliefd en verguisd. En vooral streng in de leer, ook voor zichzelf.

Vorig jaar nog werd wereldwijd zijn negentigste verjaardag gevierd. Maar hij was toen al te ziek en te ver afgetakeld - zowel lichamelijk als geestelijk - om zich op een van de vele festivals of in een van de diverse concertzalen publiekelijk te laten huldigen. Dinsdag overleed Pierre Boulez in zijn woonplaats Baden-Baden op die gezegende leeftijd van negentig.

Boulez, bastion en boegbeeld van de moderne klassieke muziek. Compromisloos componist, dwingend dirigent, erudiet essayist. Met hem komt een einde aan een van de opvallendste en felst bestreden muzikale stromingen van de vorige eeuw: het modernisme. Zowat alles wat conservatieve muziekliefhebbers haten aan moderne klassieke muziek komt voor hun gevoel samen in de noten die Boulez aan het muziekpapier toevertrouwde, of in de geluiden die hij uit elektronica wist te toveren. Want toveren met geluid, of dat nou akoestisch dan wel elektronisch tot stand kwam, dat kon Boulez. Zijn tegenstanders bleven uit pure woede blind - of beter: doof - voor dat aspect van zijn muziek.

Maar een volgepakte Gashouder in het Amsterdamse Westerpark viel vorige zomer tijdens het Holland Festival nog als een blok voor Boulez' compositie 'Répons'. Het werd magnifiek uitgevoerd door het door Boulez opgerichte Ensemble Intercontemporain. Na de pauze werd het wervelende stuk opnieuw gespeeld en hadden de toeschouwers plaatsgenomen in een geheel ander deel van de Gashouder, zodat ze de ruimtelijke ervaring van deze fonkelende muziek op een totaal andere manier konden beleven. Het publiek was razend enthousiast en muziekrecensenten strooiden de volgende dag met sterren. Een beter bewijs dat de muziek van de 90-jarige er toe deed en nog steeds leefde, was ondenkbaar.

Boulez werd in 1925 geboren in het Franse Montbrison. Hij werd aan het Parijse Conservatorium leerling van Olivier Messiaen en brak als componist in 1953 door met 'Le marteau sans maître' (De hamer zonder meester). Hij werd een van de belangrijkste exponenten van de groep componisten die zich elke zomer in het Duitse Darmstadt verzamelden. Tot deze modernistische Darmstadt-school behoorden ook Luciano Berio, Karlheinz Stockhausen, Luigi Nono en Bruno Maderna.

Boulez was streng in de leer en compromisloos, ook voor zichzelf. Veel van zijn stukken trok hij in een later stadium weer terug als hij er niet tevreden over was. Aan diverse composities bleef hij jarenlang schaven en polijsten tot de diamanten op de juiste manier schitterden. Op zijn oeuvrelijst, waarin helaas een opera ontbreekt, staan aan het eind van zijn leven dertig composities. Tot de belangrijkste horen 'Pli selon pli', 'Rituel: In memoriam Bruno Maderna', 'sur Incises', 'Notations' en 'Répons'.

Stellingname

In zijn muziek, maar ook in zijn uitspraken nam hij stelling. Componisten die niet volledig de noodzaak van de atonale twaalftoonsmuziek hadden ervaren, waren in zijn ogen waardeloos. Hun werken waren in zijn ogen irrelevant voor de behoeftes van het tijdperk waarin zij leefden. Als dirigent voegde hij de daad bij het woord en voerde gedurende zijn hele carrière geen noot van tijdgenoten als Benjamin Britten of Dmitri Sjostakovitsj uit. Hun muziek had voor hem in deze tijd geen waarde.

Door dit soort acties en uitspraken werd Boulez gezien als een uiterst dominante factor in het muziekleven na de Tweede Wereldoorlog. Zij die niet in zijn theorieën en ideeën meegingen, werden lange tijd als componist niet serieus genomen. Dat allesverzwelgende tij begon pas weer te keren aan het eind van de vorige eeuw. Door zijn vasthoudendheid en bevlogenheid kreeg Boulez het in de jaren zeventig bij president Georges Pompidou voor elkaar dat er naast het Centre Pompidou voor moderne kunst ook een centrum voor moderne muziek kwam. Boulez was een bevlogen leider van dit Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique, waar ook het Ensemble Intercontemporain ontstond. Weer een decennium later was Boulez een van de aanjagers voor het Cité de la Musique in het Parc Villette in het noordoosten van Parijs. Daar vonden een concertzaal, het Parijse Conservatorium en een instrumentenmuseum onderdak. Vorig jaar kwam daar als grote concertzaal de Philharmonie de Paris bij.

Zijn invloed als dirigent was groot, en ook daarin openbaarde zich een groepenstrijd. Men was of euforisch over de perfecte, koele helderheid van zijn interpretaties, of men had juist moeite met al die precisie, en dan vooral vanwege het gebrek aan warmte erin. Hij had vaste betrekkingen bij het Cleveland Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, de New York Philharmonic en het Chicago Symphony Orchestra. Als gastdirigent trad hij met alle belangrijke orkesten in de wereld op.

De band die Boulez met Nederland had was zeer goed. Hij dirigeerde hier het Koninklijk Concertgebouworkest (als laatste de Zevende van Mahler in 2011), was regelmatig te gast in de NTR ZaterdagMatinee en was tweemaal mee te maken als spectaculair goede gastdirigent bij De Nationale Opera. Peter Steins productie daar van Schönbergs 'Moses und Aron' met het KCO uit 1995 werd door Deutsche Grammophon op cd vastgelegd. De productie was later, mét het sublieme Koor van De Nationale Opera, op de Salzburger Festspiele te zien. In 2007 keerde Boulez terug bij de De Nationale Opera, nu met het Mahler Chamber Orchestra. Voor Janáceks 'Uit een dodenhuis' werkte Boulez toen opnieuw samen met de Franse regisseur Patrice Chéreau. Met hem had hij in 1976 voor een revolutie gezorgd in Bayreuth met een reeks legendarische opvoeringen van Wagners 'Der Ring des Nibelungen'.

Triomf

De Janácek-opera, de openingsvoorstelling van het 60ste Holland Festival, werd een triomf. Na afloop van de tweede voorstelling kon het publiek in discussie met de makers en de toenmalige directeur van het festival. Daar zaten ze achter een tafel naast elkaar, Pierre, Pierre en Patrice - Audi, Boulez en Chéreau, het ABC van dat legendarische Holland Festival. Daar bleek weer eens hoe beminnelijk en zachtaardig Boulez, in weerwil van zijn reputatie, kon zijn. Duidelijk en precies, maar uiterst verfijnd gaf hij antwoord op de vragen die hem gesteld werden. Met die typische, licht-nasale en zachte stem, die eigenlijk helemaal niet bij zo'n dominante persoonlijkheid paste.

En toch was hij dat. Een bastion. Of zoals componist en dirigent Peter Eötvös het in deze krant bij Boulez' negentigste verjaardag zei: "Hij is een van de belangrijkste, leidende persoonlijkheden van de twintigste eeuw. Niet alleen als componist en dirigent, maar ook als initiator in de cultuurpolitiek. Zijn geest en esthetiek waren bepalend voor de Europese cultuur."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden