Boud, de boeiende fantast

Eva Rovers zoekt in haar biografie naar het grote verhaal achter het fenomeen Boudewijn Büch

Er kwam een stroom tegenstrijdige reacties op hem en zijn werk los, nadat Boudewijn Büch op 23 november 2002 op 54-jarige leeftijd aan een hartaanval was gestorven. De vele duizenden mensen die een bericht achterlieten in het condoleanceregister, schrijft Eva Rovers in haar biografie van Büch, 'leken geen afscheid te nemen van een schrijver of een televisieheld, maar van de populairste leraar van het land'.

Haaks daarop stonden de vele kritische artikelen die in kranten en tijdschriften verschenen. Daarin werd Büch afgeschilderd als een charlatan, iemand die uit winstbejag, gekte of pure ijdelheid had verzonnen dat hij de zoon was van een Italiaanse Jodin en van een Duitse Jood, die vanwege zijn traumatische oorlogservaringen een einde aan zijn leven had gemaakt; dat hij als kind in een psychiatrische inrichting had gezeten; dat hij homoseksueel en pedofiel was, dat hij een zoontje had gehad dat door diens moeder de dood was ingedreven en dat hij drie studies had afgemaakt.

En dat terwijl zijn hervormde moeder uit Wassenaar kwam en zijn rooms-katholieke en tirannieke vader aan een hartaanval was doodgegaan. Hij had nooit in een inrichting gezeten, viel alleen op vrouwen en had nog niet eens zijn mulodiploma gehaald. Ook het zoontje was verzonnen.

Men ging ijverig op zoek naar verklaringen voor Büchs leugenachtigheid. De een noemde hem manisch-depressief en een ander had het over zijn pseudologia phantastica (pathologisch liegen). Daarmee leek de zaak afgedaan. Niemand interesseerde het verder waarom Büch zoveel en juist deze leugens had verspreid.

Met 'Boud' wil Rovers daarom inzicht geven in het grote verhaal achter het fenomeen Büch. Dat hij een fenomeen was, of beter, dat hij zichzelf tot fenomeen maakte, is een van de speerpunten van deze meeslepende en doorwrochte biografie.

Boudewijn Büch, moest Rovers al gauw vaststellen, voerde zichzelf niet op als een personage in zijn romans, maar gebruikte zijn romans om 'van zichzelf een personage in het leven te maken'. Dat wil zeggen, hij creëerde in zijn boeken een beeld van zichzelf als een tragisch-romantische schrijver, die zich dankzij zijn ironie, intellectuele bagage en zelfspot op de been wist te houden.

Hoewel Rovers uitdrukkelijk afstand neemt van al dan niet pseudo-psychologische verklaringen over Büchs gefantaseerde werkelijkheid, begint ze haar verhaal met een episode uit het begin van de jaren vijftig, toen de jeugdige Boudewijn als scharminkeltje in een rooms-katholiek sanatorium werd opgenomen om aan te sterken.

Daar leed hij onder bijna ondraaglijke heimwee en moest hij meemaken hoe kinderen door de verzorgsters werden geslagen en vernederd. Zijn ouders mochten hem niet opzoeken, omdat dat de heimwee alleen maar groter zou maken; iets wat de kleine Boudewijn uiteraard niet begreep en waaronder hij leed.

Daarmee lijkt Rovers te suggereren dat in deze traumatische ervaring de kiem lag van Büchs latere geldingsdrang en overdreven honger naar aandacht. Gelukkig is Rovers' verhaal een stuk complexer en subtieler dan dat.

Met een intrigerende mengeling van afkeuring, afschuw, ironie en medelijden schildert Rovers in de eerste hoofdstukken van haar biografie een portret van de jonge Büch als een intelligente, energieke jongen, die vanwege zijn verlangen naar een geïdealiseerd negentiende-eeuws kunstenaarsleven, zijn enorme fantasie, zijn rusteloosheid en gebrek aan analytisch denkvermogen ongeschikt bleek voor regulier onderwijs.

Dat was op zich niet zo'n probleem, als hij niet ook de ambitie had gehad als erudiete schrijver beroemd te worden. Die ambitie voerde hem naar Leiden, waar hij het vertrouwen won van letterkundigen als Leo van Maris en Harry Prick. Prick hielp hem zelfs zijn eerste romans te schrijven, want Büch bleek au fond geen schrijftalent en geen doorzettingsvermogen te bezitten.

Mooi is het beeld dat Rovers schetst van een ijverig corrigerende Prick en een rusteloze en zich vervelende Büch die door Prick voortdurend bij de les geroepen moet worden. Aan de samenwerking en vriendschap maakte Büch echter abrupt een einde toen Prick erachter kwam dat zijn beschermeling van alles had verzonnen, zijn drie studies net zo goed als het miljoen dat hij van zijn vader zou hebben geërfd.

Dat patroon herhaalde zich voortdurend in Büchs leven. Wie niet voor honderd procent achter hem stond of simpelweg geleend geld terugvroeg, werd door Büch doodverklaard, of dat nu zijn moeder was, zijn beste vriend of een vage kennis. Intussen vond hij zichzelf telkens opnieuw uit, bijna altijd dankzij hulp van nieuwe vrienden, vriendinnen en bewonderaars.

Toen hij geen naam als groot wetenschapper en schrijver wist te maken, ontwikkelde hij zich als journalistiek enfant terrible. En toen dat niet langer lucratief was, presenteerde hij zich op de televisie als een excentrieke, bibliofiele wereldreiziger of tragische zonderling, maar altijd ook onderhoudend op een briljante en vileine manier. Met duivels plezier zaaide hij bovendien steeds meer verwarring met zijn vele tegenstrijdige verhalen over zichzelf. "Net zoals Goethe", merkt Rovers op, "liet hij zijn publiek het liefst in verwarring achter, want dat droeg bij aan de nieuwsgierigheid naar hem en zijn werk, wat bovendien goed was voor zijn 'winkel'." Büch deed werkelijk alles om aandacht én geld te genereren.

Gezien de titel van haar biografie - 'Boud' was Büchs koosnaam - lijkt Rovers ondanks haar kritiek toch ook mededogen met Büch te hebben en een zekere mate van bewondering en begrip. Büchs permanente angst voor ontdekking leidde weliswaar tot grote eenzaamheid, maar zijn fantasieën behoedden hem in elk geval voor een saai en voorspelbaar leven, meent ze.

Vrolijk word je er niet van. Door zich steeds weer als personage van zijn fictie te presenteren, schond Büch niet alleen geschreven en ongeschreven wetten over het bij elkaar verzinnen van je levensverhaal en het financieel benadelen van anderen, maar verdween hijzelf ook uit het zicht.

"Wil je dat niemand je ziet", schreef Theodor Holman ooit in een artikel over Büch, "schep een dubbelganger die iedereen misleidt en ga zelf de andere kant op." Dat die andere kant in Büchs geval vooral tragisch was en triest en eenzaam, kan dankzij Rovers' diepgaande studie niemand meer ontkennen.

Eva Rovers: Boud. Het verzamelde leven van Boudewijn Büch Bert Bakker; 575 blz. euro 29,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden