Jelle's weekdier

Bottenbreker in Brabant gesignaleerd

Jelle Reumer: "Paleontologen kunnen de aanwezigheid van lammergieren vaststellen aan de hand van hun achtergelaten etensresten."Beeld Maartje Geels

Er was positief nieuws uit Brabant, dat mocht wel weer. Als argeloze krantenlezer zou je bijna gaan denken dat er vanuit die mooie bourgondische provincie weinig anders te melden valt dan dumpingen van xtc-afval in natuurgebieden, wiettelende lokale politici en af en toe een gemeentehuis dat door in de overheid teleurgestelde criminelen wordt afgebrand; een provincie van Q-koorts en miljoenen varkens. 

Tekst loopt door onder afbeelding.

De LammergierBeeld buitenbeeld

Maar nu was er echt vrolijkstemmend Brabants nieuws: er is een lammergier gesignaleerd, Europa's grootste vogel! Lammergieren kunnen een vleugelspanwijdte van ruim tweeënhalve meter bereiken - de tegenwoordig zo veel bejubelde zeearend valt erbij in het niet. Een vliegende lammergier moet een imposant gezicht zijn. Zelf heb ik er - helaas! - nog nooit een in levenden lijve gezien, exemplaren in de dierentuin daargelaten. Een lammergier in ons land, dat is weer eens wat anders dan een verdwaald zangvogeltje.

Lammergieren leven in bergachtige streken zoals de Alpen en de Pyreneeën en een aantal rotsige eilanden in de Middellandse zee zoals Corsica en Kreta. In Nederland horen ze niet thuis, ze hebben hier ook weinig te zoeken, hoewel het 'laat maar doodgaan'-beleid in de Oostvaardersplassen in potentie wel mogelijkheden biedt. De naam lammergier schijnt ermee te maken te hebben dat men vroeger dacht dat de vogels lammetjes opaten. 

Dat doen ze niet, evenmin dat er katten of mensenbaby's op hun menu staan. Ze beperken zich tot kadavers, liefst oude en reeds door andere aaseters afgekloven karkassen. Al dat vlees en die ingewanden zitten maar in de weg van het ware voedsel: de botten. Die zitten vol eiwitten en vetten en zijn derhalve uiterst voedzaam. Lammergieren zijn de hyena's van het vogelrijk.

Tekst loopt door onder video. 

Rotte kadavers

Terwijl de andere gieren een kale kop hebben om te kunnen wroeten in smerige karkassen, hebben lammergieren dat niet nodig; zij wroeten niet in rotte kadavers maar eten die op. Op YouTube zijn prachtige beelden te vinden van gieren die zonder blikken of blozen grote botten naar binnen werken (google maar eens de trefwoorden Gypaetus en YouTube, dan komen meerdere filmpjes bottenschrokkende vogels tevoorschijn). 

Paleontologen kunnen de vroegere aanwezigheid van lammergieren niet alleen vaststellen aan de hand van hun fossiele overblijfselen, maar ook door de achtergelaten etensresten. De door lammergieren opgegeten botten verteren over het algemeen wel, maar vaak niet helemaal; dikwijls komen er dan halfverteerde botresten weer naar buiten, met kenmerkende sporen van vertering.

In het Spaans komt de dodebottenliefde van lammergieren in de volksnaam terug, quebrantahuesos heten ze daar. Het betekent letterlijk bottenbreker, een woord dat mij doet denken aan de namen van de akelige reuzen uit het boek 'De GVR' van Roald Dahl. In het Latijn schijnt wel het woord ossifraga te zijn gebruikt, wat eveneens bottenbreker betekent. 

In Frankrijk (gypaète barbue) en Engeland (bearded vulture) wordt het dier, net als in het wetenschappelijk potjeslatijn (Gypaetus barbatus), genoemd naar de wat arrogant ogende druipsnorachtige bakkebaardjes die aan weerszijden van de snavel naar beneden hangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden