Botje voor botje

In Guatemala worden jaarlijks tientallen illegale graven blootgelegd van massa-executies in de jaren tachtig. Tot een rechtszaak tegen de daders komt het zelden.

Don Faustino Jutzuy heeft nieuwe kleren gekocht voor zijn broer. Die is al twintig jaar dood, maar morgen wordt hij begraven dus hij moet er netjes uitzien. Familieleden verdringen zich om de kleine houten kist. Vrouwen weeklagen met lange uithalen. Met tranen in de ogen drapeert Faustino een splinternieuw overhemd over de geelbruine botten. Een spierwitte linnen broek, glimmende zwarte schoenen: het past er allemaal maar net in. Met veel toewijding gaat er een sleutelbeen door de mouw. De kraag komt netjes om de schedel, onderkaak tussen de boorden, bovenste knoopje los.

Len Jutzuy is een van de slachtoffers van een massamoord door het Guatemalteekse leger in oktober 1981 bij het boerendorp Petzaj, anderhalf uur rijden van de hoofdstad. Hij was met 17 jaar de jongste van de negen. Ze werden vastgebonden, met een kogel in het achterhoofd doodgeschoten en in een kuil gegooid. Daar bleven ze bijna twee decennia liggen. Anderhalf jaar geleden pas durfde de familieleden aangifte te doen. Forensisch antropologen groeven vorig jaar de resten op en daarmee een dramatische episode uit de geschiedenis van de familie Jutzuy.

Jaarlijks worden in Guatemala tientallen illegale massagraven op aanwijzing van familieleden opgespoord en blootgelegd. Bijna allemaal dateren ze van begin jaren tachtig. Het graf bij Petzaj was een kleintje. Sommige tellen tachtig, negentig slachtoffers of meer. En dat is nog maar een fractie van het totaal. Volgens het rapport van de Commissie voor Historische Opheldering, dat twee jaar geleden uitkwam, zijn tussen de 150 000 en 200 000 Guatemalteken systematisch neergemaaid. Daarmee wilde het leger de toenmalige guerrilla URNG 'ontdoen van zijn achterban'. De meeste bloedbaden vonden plaats ver van de hoofdstad, op het platteland, waar voornamelijk indianen wonen. In 1996 werd na 36 jaar oorlog en onder toezicht van de Verenigde Naties de vrede getekend.

In een klein huis in Petzaj verdringen tientallen indianen zich rond de medewerkers van de stichting forensische antropologie. Op de lemen vloer staan de resten van hun familieleden, gedocumenteerd en gefotografeerd. Vanmorgen zijn ze met een pick-up teruggekomen uit de hoofdstad en nu worden ze teruggegeven aan de familie voor hun laatste reis naar het kerkhof. Botje voor botje komen ze uit de kartonnen dozen van het laboratorium en verdwijnen in kleine vurenhouten doodskistjes. Eerst de armen en benen. Dan de ruggewervels, het bekken, de ribben, de vingerkootjes. En tenslotte de schedel. Een stokoude oma met grijze vlechten slingert met snelle bewegingen een wierookvat over de macabere verzameling. Vrouwen jammeren, in zichzelf gekeerd. De kinderen zijn stil. Mannen bijten op hun lippen en reageren zich af op de spijkers waarmee de deksels op de kisten gaan. Een doodsconcert van snikken en timmergeluiden.

Angel Mario Jutzuy verloor zijn vader en een oom. Het is een belangrijke dag voor hem. ,,Met Allerheiligen gaan we altijd naar het kerkhof, maar we hadden nooit een plaats om te bidden en een kaars voor hem op te steken. Nu krijgt hij eindelijk een eigen plek.'' De familie heeft speciaal een levensgrote kist laten maken, als voor het complete lichaam. ,,Het is voor nabestaanden belangrijk dat hun dode een normale begrafenis krijgt'', zegt de psycholoog Felipe Sartí van de Werkgroep Sociale Psychologie ECAP die familieleden begeleidt van slachtoffers van de genocide. ,,Daarmee sluiten ze een periode af die nooit was afgesloten.''

Een waardige rustplaats voor de doden blijkt een belangrijke reden om jarenlange stilte te doorbreken. Dan volgt er aangifte, op hoop van zegen want er is moed voor nodig. De angst in het dorp is niet verdwenen. ,,Integendeel'', zegt Sarita Poroj van de Groep voor Wederzijdse Hulp, een organisatie die al tijdens de repressie in actie kwam tegen de genocide. Poroj begeleidt de begrafenis. ,,De angst is eerder toegenomen'', zegt ze. Ook in Petzaj. Iedereen weet dat in de hoofdstad ex-dictator Efran Rios Montt weer de lakens uitdeelt. Met zijn schrikbewind had hij twintig jaar geleden een belangrijk aandeel aan de genocide. Twee jaar geleden kwam zijn partij democratisch aan de macht.

vervolg op pagina 13

Botje voor Botje

vervolg van pagina 11

Sindsdien zijn in het dorp de mannen die destijds het leger hielpen met moorden en verklikken weer actief. Toen waren ze, vaak gedwongen, actief in de beruchte Burgerpatrouilles voor Zelfverdediging. Sinds kort zijn ze opnieuw benaderd voor allerlei baantjes bij de gemeente, waarmee ze weer een zekere machtspositie innemen.

Wie toch naar de politie stapt, neemt een risico. Vorig jaar zijn in het hele land 71 dorpelingen gelyncht, vaak wegens het doen van aangifte of het afleggen van een getuigenis. In Senahú, in het oosten van Guatemala, is een kantonrechter doodgetrapt en in brand gestoken toen hij werk ging maken van een massagraf. Vorige week werd in Gual n, 50 kilometer verder naar het zuiden, opnieuw een rechter vermoord. De daders kunnen rekenen op de steun van het leger en de regering. De vredesakkoorden die eind 1996 een einde maakte aan de burgeroorlog zijn ver weg. Pogingen om Rios Montt te vervolgen stranden door intimidatie van getuigen en de bedreiging van rechters. De vredesmissie van de Verenigde Naties Minugua bouwt zijn activiteiten in snel tempo af.

Honderden dorpelingen lopen zwijgend de kerk uit naar de begraafplaats op de berg buiten het dorp, de houten kistjes op de schouder in een bonte stoet van bloemen en wierook. De felle kleuren van indiaans textiel steken af tegen de sombere gezichten. De feestmuziek van de kermis op het plein maakt tijdelijk plaats voor zware rouwklanken. Angel Mario Jutzuy weet wel waarom zijn vader is vermoord. ,,Hij wilde ontwikkeling voor het dorp, hij deed alles voor de gemeenschap. Dat was een reden om hem te liquideren, want dat was het tenslotte.'' Wie het gedaan heeft? Hij weet alleen dat het soldaten waren, met hulp van mensen uit het dorp. ,,Het pijnlijkste is te weten dat de moordenaars hier nog steeds rondlopen.''

Daders en slachtoffers wonen naast elkaar. Soms zijn ze familie. Ze komen zelfs op de begrafenis. Claudia, een nicht van Len Jutzuy, heeft ze zien zitten in de kerk. Ze waren afgekomen op de aankondiging van de begrafenis op de lokale radio. ,,Ze komen uit nieuwsgierigheid'', zegt ze, ,,om te zien hoe wij reageren maar wie weet ook uit schuldgevoel''. De medeplichtigheid van buren en familieleden maakt het oprakelen van het verleden extra ingewikkeld. Nabestaanden houden de plaats van de illegale massagraven geheim. Jarenlang steken ze er stiekem kaarsjes op, alsof ook hun tranen verboden zijn.

Tot een rechtszaak tegen de daders komt het zelden. Het is niet altijd duidelijk wie de moorden gepleegd heeft. En als het wel duidelijk is, zijn het vaak mensen uit de eigen gemeenschap die werden gedwongen om mee te doen en dat maakt de gang naar de rechter ingewikkeld. Wie gaat er aangifte doen tegen zijn buurman of zijn neef? Bovendien kijken de militairen weer toe. Ze sturen een paar patrouilles naar het dorp en de indianen houden weer voor jaren hun mond uit angst dat de repressie zal terugkeren. ,,Ze weten dat de genocide juist was bedoeld om de daders vrijuit te laten gaan'', zegt psycholoog Felipe Sartí. ,,Dat was precies de reden waarom alle getuigen tot aan pasgeboren baby's toe werden uitgeroeid.''

Op het kerkhof knielen vrouwen bij de kisten, steken kaarsen op en prevelen gebeden. De mannen hakken de grafkuilen nog wat bij. Minuten later gaan de resten opnieuw de grond in, dit keer definitief. ,,Het is triest, maar we hebben eigenlijk ook geluk'', zegt Fabio Chut , die helpt zijn schoonvader te begraven. Samen met zijn vrouw en haar broer bedekt hij de grafheuvel met dennenaalden. ,,Wij hebben hem tenminste nog een mooie plek kunnen geven.'' Hij wijst naar het dal aan de andere kant van de heuvel. ,,In dat huis daar hebben de soldaten een echtpaar vermoord en in brand gestoken. Die arme mensen zijn nooit begraven. Wat er van ze over was hebben de beesten opgevreten''

Op een graftombe verderop zit Sarita Poroj driftig te schrijven. Nog tijdens de begrafenis in Petzaj kwam er een vrouw naar haar toe. Ze was nerveus maar na een tijdje kwam het eruit. Het ging over haar man en haar zoon. Ze liggen vlak bij het dorp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden