Boswroeter stopt niet bij het hek

De snelle opmars van het wilde zwijn in Nederland baart het Faunafonds zorgen. Tijd voor verscherping van de jacht? Veehouder Toos Mijs denkt van wel.

Het wilde zwijn rukt op. De schuwe boswroeter is voor zijn leefgebied niet erg kieskeurig. Beetje ruimte heeft de voorkeur, maar in beginsel kan het everzwijn in grote delen van Nederland overleven. In de stad Berlijn scharrelen ze zelfs in achtertuinen rond. Sinds Nederland voortvarend ecoducten is gaan bouwen om natuurgebieden te verbinden, vindt het zwijn almaar makkelijker zijn weg door het land.

In België, op een paar meter van de grens met Nederland, is afgelopen november een brede natuurbrug geopend over de snelweg A67 (Venlo-Turnhout). Het is een van zes ecoducten in het gebied, bedoeld om de natuur aan deze en gene kant van de landsgrens te ontsnipperen. Zo kan bijvoorbeeld de bedreigde gladde slang, die in het gebied voorkomt, veilig naar Nederland schuifelen, en terug. Maar het wilde zwijn kent de route inmiddels ook, merken ze in de Brabantse Kempen. Hun wroetsporen worden op steeds meer plaatsen gezien.

In Nederland stierf in 1826 het laatste inheemse wilde zwijn. Maar Prins Hendrik zette in 1907 enkele Duitse exemplaren uit in de Kroondomeinen en daarna is het bergopwaarts gegaan met het dier. Officieel wordt de Sus scrofa getolereerd in twee nationale parken: op de Veluwe en in De Meinweg in Limburg. Maar zwijnen kunnen niet lezen, ze blijven niet achter die wildrasters in Otterlo of Herkenbosch. Ze zoeken hun eigen weg. In agrarische gebieden van Midden- en Zuid-Limburg, Zuidoost-Brabant en op de Noordwest-Veluwe neemt de landbouwschade door wilde zwijnen toe. Boeren, maar ook natuur- en milieuorganisaties, maken zich zorgen.

Wilde zwijnen hebben geen natuurlijke vijand in Nederland. Ze hebben per saldo maar één serieuze belager: de mens, en dan vooral het soort met een groene jagerspet. Heel strenge winters willen het zwijnenbestand ook nog wel decimeren, maar die komen minder vaak voor. Zwijnen zijn tierig - een zwijn kan al op jonge leeftijd acht tot twaalf frislingen werpen, als het moet twee keer per seizoen - en ze zijn reislustig; ze kunnen met gemak tien, twintig kilometer op een dag afleggen.

Bejaging

Het zijn de ingrediënten voor een complex probleem. Hoog tijd voor goede afspraken tussen natuurbeheerders, agrariërs en jagers, vindt CLM, kennis- en adviesbureau voor landbouw, voedsel natuur en milieu. In opdracht van het Faunafonds, dat schades vergoedt die beschermde diersoorten veroorzaken, zocht CLM naar oplossingen. Intensieve bejaging is een van de belangrijkste opties.

CLM pleit voor het toestaan van drijfjacht op zwijnen. Dat is nu verboden in Nederland. CLM ziet vooral kansen in de zogenaamde aanzit-drukjacht. De dieren worden dan door een rij naast elkaar lopende mensen opgejaagd en vervolgens door jagers vanaf hoogzitten afgeschoten. Het is een methode waarbij veel zwijnen in één keer kunnen worden gedood, effectiever dan de klassieke jachtmethode, die zwijnen een grotere kans geeft om te vluchten.

Vier jaar geleden al pleitten een Duitse en een Belgische zwijnenexpert voor een strakkere bejaging van zwijnen. Natuurlijk beheer, zonder ingrijpen van de mens, is bij zwijnen niet mogelijk, zei de Duitse zwijnenexpert Michael Petrak in 2011 in Trouw.

In de voorbije tien jaar is de schade aan landbouwgewassen aanzienlijk toegenomen, volgens het rapport van CLM. Er zullen, zo stelt het rapport, buiten de leefgebieden van de wilde zwijnen meer jonge dieren moeten worden afgeschoten. En er zal in de regio's waar de zwijnen een probleem opleveren gestructureerd overleg moeten worden opgezet met de grondeigenaren.

Een wild zwijn op de Veluwe. In Nederland wordt het dier officieel gedoogd in twee nationale parken: op de Veluwe en in De Meinweg in Limburg.

In Nederland stierf het laatste inheemse wilde zwijn in 1826. Maar Prins Hendrik zette in 1907 enkele Duitse exemplaren uit en daarna ging het bergopwaarts.

Jonge maiskolf is lekkere snack voor het wilde zwijn

Laat in augustus zijn de jonge maiskolven het lekkerst voor wilde zwijnen. Deegrijp zijn ze dan, zeggen boeren. De korrels zijn zacht en sappig. Een zwijnen-delicatesse.

Ze zag het aankomen, Toos Mijs, veehouder in Bladel. Een deel van haar grond, achttien hectare, ligt in de Belgische Kempen, net over de grens. Ze verbouwt er gras en mais, voedsel voor haar 100 stuks melkvee. Je kon er op wachten: twee jaar geleden waren er op haar land voor het eerst wat sporen van zwijnen te zien. De schade viel mee. Vorig jaar was er voor de eerste keer fikse schade op een maisperceel, een halve hectare was kaalgevreten en verwoest. Inmiddels denkt ze erover om wildrasters te gaan plaatsen. "Maar dat kost wel veel geld. Dan heb je het over duizenden euro's."

Twee jaar terug, bij de eerste signalen dat wilde zwijnen uit België richting Nederland trokken, nam de boerin uit Bladel een vroegtijdig initiatief. Ze zocht contact met boeren in de omgeving, zowel in Nederland als in België, met landbouworganisaties, natuurbeheerders, jagers, overheden. Ze nodigde al die partijen uit voor periodiek overleg over de zwijnen. Inmiddels wordt haar initiatief gezien als een schoolvoorbeeld van brede samenwerking om tot een gezamenlijke aanpak te komen.

"Ik sta er heel genuanceerd in, hoor", benadrukt Mijs, meer dan één keer. Ze wil niet dat de discussie ontaardt in een polemiek tussen rivaliserende partijen. Ze heeft niets tegen het wilde zwijn, ze is geen liefhebber van de jacht, ze erkent de belangen van natuurbeheer en de noodzaak om soorten te beschermen. Maar er zijn grenzen.

"Ik denk dat het heel belangrijk is dat je elkaar kent. Met elkaar praten en open- staan voor de opvattingen van anderen. Dat is volgens mij dé manier om gevoelige problemen aan te pakken. Als er straks in het agrarische gebied al veel schade is, dan ontstaat er wrevel. Dan staan partijen tegenover elkaar. In beginsel zijn de problemen voor alle partijen hetzelfde. Ook natuurbeheerders zien de nadelen. Natuurlijk is het mooi voor de biodiversiteit dat we wilde zwijnen hebben in Nederland. Maar te veel is ook weer slecht voor de biodiversiteit. Vijf jaar geleden konden wij ons hier in Brabant niet voorstellen dat hier wilde zwijnen zouden voorkomen. Dat was toch echt iets voor de Ardennen, dachten we toen nog." Maar inmiddels trekt de nurkse wroeter gestaag richting lage landen.

Van aanvang af wist Toos Mijs dat ze de Belgen bij het overleg moest betrekken. "Zwijnen houden zich niet aan grenzen, dus er moest een grensoverschrijdende werkgroep komen." De werkgroep draait inmiddels volop.

Door de inzet van jagers lukt het om in de Nederlandse Kempen nu nog het zogenoemde nulstandbeleid te handhaven. In het gebied, met traditioneel veel varkenshouderijen, mogen wilde zwijnen worden afgeschoten. Dat is niet alleen om landbouwgewassen te beschermen, maar ook om te voorkomen dat dierziekten worden verspreid. "Eén geval van varkenspest onder wilde zwijnen leidt er toe dat een heel gebied op slot gaat", zegt Mijs. "De impact is enorm."

Geurstoffen

Op haar eigen land probeert Mijs nieuwe methoden uit om zwijnen te weren. Ze doet proeven met geurstoffen, die zwijnen afschrikken. De juiste stof is nog niet gevonden. "Afrasteren is peperduur. Ik heb daar stukken land van 400 meter lengte en 200 meter breedte. Zet daar maar eens een hek omheen. Eigenlijk zou je schrikdraad moeten plaatsen. Maar bij onze grond in België hebben we geen stopcontact, dus dan kom je op dure oplossingen, bijvoorbeeld zonnepanelen. Die zijn weer erg diefstalgevoelig."

Mijs verwacht dat het probleem zonder intensieve bejaging in de komende jaren zal toenemen. "Het heeft met de klimaatverandering te maken. We hebben minder strenge winters, er is meer voedselaanbod. Het natuurbeleid in Europa heeft een zeer gunstig effect op de zwijnenstand. Tal van gebieden zijn met elkaar verbonden. Daar komt bij dat het beheren van de populatie veel inzet vraagt van jagers, die dit in hun vrije tijd doen. De vraag is of er voldoende vrijwilligers blijven. We zullen er niet aan ontkomen heldere beslissingen te nemen over de plaatsen waar we wilde zwijnen nog willen toestaan en waar regulerende maatregelen moeten worden genomen."

Mijs vindt dat bij de bestrijding van wilde zwijnen desnoods ook onorthodoxe methoden moeten worden toegepast, zoals de drukjacht, die in Nederland verboden is. "In België werkt de drukjacht heel goed. We zullen de moed moeten tonen om deze vorm van jagen in Nederland toe te staan voor wilde zwijnen. We hebben straks alle middelen nodig om het probleem te beheersen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden