Boston heeft de hoop verloren

brexit | reportage | Met hun 'Leave'-stem lieten de inwoners van Boston weten dat ze de armoede niet langer pikken. Oost-Europese migranten krijgen de schuld. Die zijn zichtbaarder dan de op winst beluste vastgoedeigenaren en werkgevers.

Als een Mercedes met zijn band over een duif rijdt, trekt gekraak van botjes de aandacht van twee kinderen. Ze kijken naar de platgereden resten, en rennen naar hun moeder. Die heeft weinig trek in een inspectie en loopt door.

Het is iets voor vijf uur, net geen sluitingstijd, en nog druk in de winkelstraat. De chauffeur van de Mercedes zet op ongeveer 10 meter van de platgereden duif zijn auto langs de kant en loopt met grote passen een winkel binnen. Niemand spreekt hem aan, werpt een boze blik of vraagt of dat nu nodig was, om zo over die duif heen te rijden.

Of het een voorbeeld is van de verloren gemeenschapszin in Boston, kan Paul Gleeson niet direct zeggen. Na enige bedenktijd: "Ja, toch wel. Mensen spreken elkaar niet meer zo snel aan op misstanden in de openbare ruimte."

Gleeson is een gepensioneerd juridisch adviseur en leidt tegenwoordig de Labour-fractie in Boston. Ooit was het stadje in graafschap Lincolnshire een traditioneel Engelse gemeenschap, met een sociaal-conservatieve inslag. Tot ongeveer dertig jaar geleden hadden de inwoners alle reden om hoopvol naar de toekomst te kijken. Een centrum dat sporen draagt van een succesvol, en volgens bewoners zelfs glorieus verleden. Een imposante kerk, een haven en volop werkgelegenheid. Maar de bewoners van Boston hebben het zicht op een hoopvolle toekomst verloren.

Dat leidt niet tot brandende autobanden in straten of protestmarsen. De Bostonians berusten, tot zij bij een verkiezing van zich kunnen laten horen. Dat is wat er vorige week gebeurde toen drie van de vier inwoners tegen een langer verblijf in de EU stemden. Nergens in het Verenigd Koninkrijk was het percentage Brexit-stemmers zo hoog. In Boston wisten ze direct hoe laat het was. Dat wordt weer vragen beantwoorden van journalisten.

Gemeentewoordvoerder Andrew Malkin kreeg ze uit de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Japan en nu Nederland. Zoveel internationale aandacht voor een bescheiden plaatsje aan de Engelse oostkust, Malkin kijkt er niet blij bij. "Elke keer als er rottigheid is, weten de media ons te vinden." Wat de 'rottigheid' in Boston voor media interessant maakt, is de Oost-Europese link. De afgelopen tien jaar zijn in de stad van 63.000 inwoners duizenden Polen, Roemenen en Europeanen uit de Baltische staten naar de stad gekomen. Zij komen voor het werk in de landbouw en de voedselindustrie.

Volgens officiële cijfers is 10,3 procent van Oost-Europese komaf. Maar vermoedelijk zijn het er meer. "Niemand weet precies hoe groot de Oost-Europese gemeenschap is", legt Malkin uit. "Er is geen verplichting om je te registreren. In 2011 hebben we bij de volkstelling formulieren verspreid, in allerlei talen. Toen de formulieren terugkwamen, hadden we het idee dat er 10.000 mensen ontbraken. Ik denk dat daar veel Oost-Europeanen bij zitten."

Ontwrichting

Zoveel nieuwe inwoners ineens, dat zorgt voor ontwrichting. En dat is de reden waarom zoveel oorspronkelijke bewoners van de stad zich tegen de EU keren. Het is immers het in Europees verband bedisselde vrije verkeer van personen die de Oost-Europeanen het recht geeft om in Boston te werken.

Vraag de Engelse bewoners hoe die ontwrichting eruitziet, en zij komen meestal met hetzelfde lijstje. Lage lonen, hoge huren, te weinig huisartsen. Ook veel genoemd: zware criminaliteit, asociaal rijgedrag en overvolle schoolklassen. Het komt door de Polen, Letten, Esten en Litouwers, zeggen de bewoners. Al doen zij dat liever niet met hun naam in de krant. Vooral de Britse schandaalpers duikt op verhalen over intolerantie en mislukte integratie. Het is wel genoeg met de stemmingmakerij in de media, vinden de inwoners.

De Oost-Europese gemeenschap zelf wil al helemaal niet praten met de pers. Ook de hoofdredacteur van de Poolse Boston Express, in oplage net zo groot als de lokale Boston Standard, niet "Wat kan ik zeggen?", roept Piotr Ozga voordat hij de telefoon ophangt. De Oost-Europeanen zijn bang voor represailles, verklaart het Oost-Europese adviescentrum EEAC. "Als een gemeenschap onder druk staat, sluit die als een oester", zegt directeurBarbara Drozdowicz.

Zij doelt op discriminatie en zelfs racisme, dat vooral speelt in steden als Boston met veel laagbetaalde banen. Toch doet het Boston geen recht om de stad weg te zetten als racistisch bolwerk, vindt gemeentewoordvoerder Malkin. "Ineens konden de Engelsen niet meer verstaan wat er op de markt werd gezegd", legt hij uit. "Dan voelen zij zich geïntimideerd", vult de lokale politicus Gleeson aan. Volgens Malkin hebben de Bostonians niet zozeer problemen met individuele Polen of Esten. De buurman is altijd een prima vent. "Het gaat om het aantal en de snelheid waarmee ze binnenkwamen. Was de instroom geleidelijker gegaan, dan zou de acceptatie groter zijn geweest. Ja, ik vind zelf ook dat het te snel is gegaan."

Rol werkgevers

Maar zijn de Oost-Europeanen wel verantwoordelijk voor de problemen in Boston? De hoge huren, de lage lonen en het tekort aan huisartsen? Het probleem begint ergens anders. Bij werkgevers die zo goedkoop mogelijk arbeidskrachten willen inhuren bijvoorbeeld.

"Veel Oost-Europese werknemers worden uitgebuit", zegt Labour-politicus Gleeson. "Ze werken te lang, voor te weinig. Wist je dat Boston op vijf gemeenten na de laagste lonen van het land heeft? En het wordt alleen maar minder. Gemiddeld verdienden werknemers vorig jaar 20.000 pond (ongeveer 25.000 eur, red.) Dat is 800 pond minder dan het jaar ervoor."

Gleeson wil geen namen geven van bedrijven. Dat leidt af van het grootste proleem, de malafide bemiddelaars die de Poolse arbeiders aanbieden en zelf een groot deel van het salaris afromen. Deze bemiddelaars gaan all-inclusive, door naast werk ook voor onderdak te zorgen. Royaal is het niet, met een man of tien in een eengezinswoning, ook in Nederland een bekend verschijnsel.

Als zoiets op grote schaal gebeurt, heeft dat gevolgen voor de huurprijzen in de stad. Die zijn in Boston aanzienlijk hoger dan elders in de regio. "Door de bevolkingsgroei is er een groot tekort aan woningen", zegt Gleeson. "De woningbouwverenigingen bouwen wel, maar te weinig. Vaak kiezen zij ook nog voor dure nieuwbouwhuizen, goedkope woningen leveren te weinig winst op."

Terwijl er aan de ene kant weinig woningen bij komen, kalft de bestaande voorraad af. "Op winst beluste vastgoedeigenaren kopen panden op", zegt Gleeson, "maar niet voor de Britse gezinnen. Een oude sociale huurwoning met twee slaapkamers kost ongeveer 100.000 pond. Niets in de wet belet je om in dat huis vijf slaapkamers te maken die je elk voor 60 pond per week verhuurt. Dat levert de eigenaar veel geld op. De rijtjeshuizen en Victoriaanse huizen die je tegenkomt, daar zouden 25 jaar geleden jonge families wonen. En dankzij hen was er een gemeenschap. Nu zijn er een paar lokale families over en is de rest gevuld met jonge werknemers uit Oost-Europa."

Een deel van die werknemers keert uiteindelijk terug naar Polen of Letland. Goed nieuws? Nee, zegt Gleeson. Het grote aantal tijdelijke inwoners investeert niet in de gemeenschap. "Zij werken, slapen en drinken te veel in het weekend. De lokale families blijven achter op een plek waar het minder fijn wonen is. Zij geven de buitenlanders de schuld. Die zijn zichtbaarder dan op winst beluste vastgoedeigenaren en onderbetalende werkgevers."

Buitenstaanders vragen zich wel eens af: waarom Boston? Waarom gaan al die Polen, Roemenen, Letten en Litouwers uitgerekend naar dat op het oog onbeduidende plaatsje in Lincolnshire? Zij komen vast niet voor de charmante binnenstad, met de gildenhal uit de twaalfde eeuw en de toren van de St Botolph's kerk uit de zestiende eeuw. Een opvallend grote kerk. "Hij is inderdaad wat buitenproportioneel", geeft gemeentewoordvoerder Malkin toe. "Maar dat geeft aan hoe machtig deze stad vroeger was. Ooit was dit na Londen de tweede haven van Engeland."

Het glorieuze havenverleden is niet wat de Oost-Europeanen trekt. Het gaat om werk. "Boston heeft altijd extra mensen nodig gehad om het werk te doen", legt Gleeson uit. "Vanaf 1860 kwamen er al duizenden mensen uit de omgeving naar hier voor werk. Dat waren in de ogen van de Bostonians ook vreemdelingen, voor veel mensen begint het buitenland vier mijl verderop."

Seizoenarbeider blijft

De 'buitenlanders' uit de omgeving werkten als seizoensarbeider in de landbouw. "Die is tegenwoordig veel minder seizoensafhankelijk. Het werk gaat bijna het hele jaar door, de seizoensarbeiders blijven. Ook veranderingen in de voedselindustrie spelen een rol. Vroeger verdwenen de groenten onbewerkt. Nu worden ze hier wel bewerkt en verpakt. Zelfs buitenlandse bedrijven doen dat in deze regio. Dankzij de EU."

Er is dus werk en daardoor meer buitenlandse arbeiders. Kan je dat de EU kwalijk nemen? Uiteraard niet, vindt Gleeson. Maar het gaat de Bostonians niet om werk en inkomen alleen. Zij hebben het gevoel de greep op hun stad te verliezen. Zij willen hun Boston terugveroveren op de EU, op de regering in Londen, zelfs op de lokale politiek.

De bewoners zien de gemeente steeds meer als een entiteit waar zij geen binding mee hebben. Een instantie die ervoor zorgt dat een aangereden duif van de straat wordt verwijderd, dat de oude gebouwen worden onderhouden en mensen niet dubbel parkeren. "Zelf voelen mensen zich niet meer verantwoordelijk. Ze hebben minder binding. Misschien omdat zij zo vaak zijn teleurgesteld door de politiek."

Tekort aan huisartsen

Uit het rijtje veelgehoorde klachten rest nog een urgente: het tekort aan huisartsen. "Ook Oost-Europeanen worden wel eens ziek en gaan naar de dokter", zegt de voormalig voorganger in de baptistenkerk Ian Evans. "Maar daardoor moet je nu wel drie weken wachten voordat je terecht kunt bij je eigen dokter. Dat ligt niet aan de Polen, maar aan onze infrastructuur. Die is daar niet op berekend."

Dat is het niet alleen, zegt Gleeson. Volgens hem pakken de nieuwe overheidsregels rond de opleiding van huisartsen nadelig uit voor kleine steden als Boston. Veel huisartsen verlaten na de opleiding de regio en kiezen voor Londen, Manchester, Liverpool of Newcastle. Boston heeft een reputatieprobleem. "Zoek eens via Google op Boston, United Kingdom", zegt Gleeson. "Dan vind artikelen met koppen als 'Boston, nergens mislukte de integratie zo als daar'. Of: 'Boston, de moordhoofdstad van het Verenigd Koninkrijk'." Die titel kreeg de stad vorig jaar, toen er op 100.000 inwoners 15 moorden werden gepleegd. Dat is meer dan de 12,5 in Londen, en flink meer dan de 6,3 in Manchester. "Dat klinkt voor een jonge huisarts toch niet als de gedroomde plek om een eigen praktijk te beginnen."

Hoop op een betere toekomst heeft Gleeson niet. Zeker niet nu de stad de EU verlaat. "Dat wij beter werk hebben, en beter betaald, is deels te danken aan internationale bedrijven als Bakkavor, een IJslandse voedselverwerker. Een prima werkgever met goede arbeidsvoorwaarden. Zij verwerken hier groenten uit Italië en Spanje. Wat er straks gebeurt? Ze vertrekken natuurlijk. Boston ligt aan de rand van het land. Er zijn geen brede snelwegen. Met de trein hiernaartoe komen duurt een eeuwigheid. Dat gaat zonder de EU niet veranderen. Integendeel. Nee, wij zijn echt geen spekkoper na de Leave-stem."

Stel je vraag aan de pop-upredactie

Wat speelt er in Boston, Lincolnshire, waar het hoogste percentage inwoners voor de Brexit stemde? De 'pop-upredactie' van Trouw, verslaggever Marco Visser en fotograaf Patrick Post, streek neer in dit Britse stadje. Heeft u vragen of tips waarmee u ons op pad wilt sturen? E-mail ons: pop-up@trouw.nl en volg ons op Twitter: @pop_uptrouw

Boston, lincolnshire

Geen enkele stad in het Verenigd Koninkrijk stemde vorige week zo massaal tegen een langer verblijf in de EU als Boston. Driekwart kruiste 'Leave' aan.

Volgens de laatste tellingen uit 2011 wonen er 63.000 mensen. Dat kunnen er meer zijn, want niet iedereen heeft bij de volkstelling in 2011 het formulier ingevuld en teruggestuurd, vermoedt de gemeente.

Zij schat het aantal op ongeveer 75.000. Officieel is iets meer dan 10 procent afkomstig uit Oost-Europa. De gemeente telt daar in gedachten nog een paar procent bij op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden