Boskoop, de Tuin van Nederland, dankt zijn faam aan een adellijke abdis.

De hogere tuinbouwschool is al een jaar of tien geleden verhuisd naar Velp. Het middelbare tuinbouwonderwijs zit sinds kort even verderop in Gouda. En de lagere tuinbouwschol is tegenwoordig een vmbo. Maar Boskoop, waar het begon, blijft de ziel van boom- en heesterkwekend Nederland.

Boskoop zit al zo lang in de tuinderijen dat ze daar niet meer precies weten wanneer ze er mee begonnen zijn. In elk geval kweekten ze al vruchtbomen, toen het gebied nog tot de adellijke vrouwenabdij in Rijnsburg behoorde - tussen 1200 en 1600. Daar getuigt de rekening van die ene Jan de Backer op 10 november 1466 aan de abdij stuurde voor de levering van tien enten van appel- en perenbomen.

Tot twee eeuwen geleden bleef dit enten van fruitbomen in Boskoop doorgaan. Ondertussen stortten de tuinders zich ook het kweken van heesters en vaste planten: vooral rododendrons, azalea's, rozen en seringen. Later kwamen daar coniferen bij.

Ruim vijf eeuwen wordt de grond in Boskoop op die manier bewerkt. Inmiddels telt het Zuid-Hollandse dorp zo'n 900 kwekerijen op een gebied van 1800 hectare; het is het grootste aaneengesloten boomkwekerijgebied ter wereld. Meer dan de helft van de 1700 Boskopers werkt op de ene of andere manier in de tuinsector: als het niet op een kwekerij is, dan wel bij een exportfirma of een toeleveringsbedrijf, in de bestrijding van plantenziektes of in het tuinbouwonderwijs - al staat dat in Boskoop op dit moment wel op een heel laag pitje.

Tijdens een rondwandeling door het dorp valt op wat het verbod van de abdis van Rijnsburg om de veenlaag rond Boskoop als turf af te graven voor effect heeft gehad. Moeder overste wist waar ze haar fruitbomen moest halen en hoe belangrijk de grond was. Een betere reclame kon Boskoop zich niet wensen. Sindsdien groeit dan ook op vrijwel elke vierkante meter grond een boom of een heester. De grote welvaart in de Gouden eeuw liet Boskoop ook niet onberoerd. Er kwam steeds meer vraag naar sierteelt, de roos en de buxus bloeiden als nooit tevoren. Nu oogt de plattegrond van het tuinendorp als een sprei van groen patchwork, soms onder glas of in de schuur, maar vaak open en bloot en in weer en wind.

Op de plekken die niet beplant zijn, staan huizen en gebouwen. En wat er verder nog aan bodem is, is geplaveid met asfalt, om het zware materieel aan het rollen te houden. Een onverhard paadje kom je in Boskoop haast niet tegen - het Landpad en een stuk Spoelwijksedijk niet meegerekend. Je loopt op de stoep, op het fietspad of op de rijweg. Maar je wandelt dan ook in de etalage van de Tuinen van Nederland, waar de tuinlieden bijna dag en nacht bezig zijn met zeulen en zwoegen, scheppen en stekken en laden en lossen. Soms mag je vrij rondkijken, en vragen staat vrij.

De rondgang door Boskoop beperkt zich tot de oostkant van het dorp en begint bij het Boomkwekerijmuseum, in een typisch Boskoopse ambiance: in twee panden, waarvan er één een boomkwekershuisje uit de 19de eeuw is dat een goed beeld geeft van het dagelijkse leven van een boomkwekersfamilie uit die tijd. Verder is er een grote tuin, waar allerlei vruchtbomen van zeer oude appel- en perenrassen worden gekweekt, zoals de fameuze Schoone van Boskoop.

Het museum toont oude werktuigen, vertelt over verdwenen technieken en laat zien hoe Boskopers in de loop der eeuwen de grens overtrokken om hun afzetgebied te vergroten. Eersteklassers van het plaatselijke Wellant-college hebben ruimte gekregen om de fruitteelt van vroeger en nu uit te beelden en er zijn vergevorderde plannen om het museum uit te breiden.

Vanuit het museum lopen we over de Reyerskoop langs een van de sloten waar Boskoop er 1200 km van heeft en slaan bij een honderd jaar oude Metasequoida nutans de Rozenlaan in, passeren een gebouw dat de Rozenburcht heet en slaan de hoek bij een straat met de kwekersnaam De Biezen. Overal tuinen en sloten en bomen. Aan het einde lopen we weer naar de Reyerskoop, die net als de plaats zijn naam dankt aan de 'cope', het historische recht om een stuk wildernis te kopen van een leenheer.

We wandelen Boskoop uit en slaan de Spelwijksedijk in, een adembenemend schelpenpaadje tussen een diepe polder en een dito sloot. Bij het Proefstation wordt de wereld weer iets bewoond, maar wij richten onze aandacht meer op planten en bomen dan op mensen. Bij het station ligt de Sortimentstuin, waar allerlei nieuwe soorten planten, heesters en bomen worden gekweekt. Je kunt er vrij in- en uitlopen, naar hartelust fotograferen en gewoon ruiken. In één stukje tuin staan allerlei planten en struiken die geuren - een fenomeen dat lange tijd uit de gratie was (verdrongen door de eis van houdbaarheid en kleur), maar nu weer trendy wordt.

Het Rijneveld lijkt wel een kettingsnoer van boomkwekerijen en exportbedrijven en dat gaat ook nog door als we bij de Gouwe aankomen. Via Ridderbuurt en Voorkade komen we terug in het centrum van Boskoop. We kunnen de wandeling verlengen voor nóg meer tuinderijen of terugkeren naar het museum aan de Reyerskoop. In de sloot ligt een onvervalste Boskoopse bok. Met dit vaartuig voeren tuinders vroeger naar hun afgelegen percelen; nu varen ze met toeristen door het netwerk van sloten en vaarten en vertellen oud-kwekers de verhalen van de Tuin van Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden