Bos is beter in vorm dan op WK

ATHENE - Zonder problemen voegde baanwielrenner Theo Bos zich gisteren bij de laatste vier van de sprint. De wereldkampioen op dit onderdeel kan vandaag in het velodroom van Athene voor de eerste Nederlandse medaille op het koningsnummer zorgen sinds het olympisch zilver van Arie van Vliet in 1936.

Bos schudde in de kwartfinale de Brit Edgar Ross met twee versnellingen in twee series van zich af. Voor een plek in de finale treft hij de Duitser René Wolff. Bij de laatste echte confrontatie in de wereldbekerwedstrijd van Moskou dit voorjaar moest de Hierdenaar het onderspit delven. Alleen in Hannover was Bos hem een keer de baas. Bos: ,,Hij heeft net zoveel snelheid als ik, maar tactisch is het een moeilijke renner.''

Sprinten is ook een psychologisch spel. Intimideren is er niet echt bij, maar: ,,We staan natuurlijk ook niet samen te dansen zoals die hardlopers.'' Voor Wolff heeft Bos veel respect, zoals al zijn concurrenten dat ook voor hem hebben sinds zijn wereldtitel. ,,Ik ben zelfverzekerd, ik voel me beter in vorm dan op het WK in mei. Maar ik ben ook gespannen. Een sportman heeft altijd zijn twijfels. Dat is maar goed ook, want anders ga je misschien tegenstanders onderschatten.''

Bos, zondag twintig jaar geworden, is het uithangbord van het baanwielrennen in Nederland geworden. De opleving van deze oude cultuur mag op het conto van bondscoach Peter Pieters worden geschreven. De onverbeterlijke optimist uit Amsterdam roeide jaren tegen de stroom in maar is er uiteindelijk in geslaagd een talentvolle selectie te formeren met jonge renners die de baan prefereren boven het asfalt.

Het enthousiasme van Pieters heeft aanstekelijk gewerkt. In Amsterdam wordt sinds enkele jaren in oktober weer een zesdaagse gehouden, een geslaagd initiatief.

Op de volle tribunes zaten aanvankelijk vooral oudere Amsterdammers die weemoedig spraken over de jaren veertig en vijftig, toen ze in een vol Olympisch Stadion naar de kanonnen van destijds keken.

Inmiddels weten ook jongeren de weg naar het velodroom te vinden. In het Rotterdamse Ahoy' wordt in januari voor het eerst in jaren ook weer een zesdaagse verreden. En in Alkmaar ging in het najaar een geheel vernieuwde wielerbaan met olympische afmetingen (250 meter) open. De nationale ploeg heeft er zijn trainingsbasis. Als ze er al niet woonden, verhuisden de meeste renners om die reden naar Noord-Holland.

In Egmond aan den Hoef huurt Theo Bos sinds vorig jaar een vakantiehuisje, zodat hij weinig tijd kwijt is met het reizen tussen de Veluwe en Alkmaar. In het krachthonk van Broek op Langedijk maakte hij overuren om zijn achterstand in pure kracht op de 'beren en stieren' die hij bij zijn internationale entree om zich heen had gezien, aan te kunnen.

Zijn doorbraak kwam dit jaar in Melbourne op het WK. Dat hij uitblinkt op de sprint is bijzonder. De specialiteit leek in duursportland Nederland geheel verdwenen. Net als in het schaatsen leidde het onderdeel een zieltogend bestaan. Maar zoals zijn oudere broer Jan in 1998 de ban brak met de eerste mondiale sprinttitel ooit voor een Nederlandse schaatser, zo herstelde Theo Bos een verloren traditie.

Die begon ooit met de legendarische Piet Moeskops. 'Big Pete' werd tussen 1921 en 1926 vijf keer wereldkampioen op de sprint. Jan Derksen en Arie van Vliet volgden hem op, Leijn Loeveseijn was in 1971 de laatste Nederlander met de regenboogtrui op het nummer. Totdat Bos zijn tactisch inzicht beloond zag worden met de wereldtitel.

Met hooggespannen verwachtingen was hij naar Athene afgereisd. Op de 1 kilometer-tijdrit werd hij slechts vijfde. ,,Van een rouwstemming was geen sprake. Ik had nog kansen. Die wil ik grijpen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden