Bos in ruil voor CO2

In Buenos Aires is gisteren de Vierde Wereld Klimaatconferentie begonnen. Daar worden de afspraken van vorig jaar in Kyoto uitgewerkt. Op de agenda staat een ingewikkeld probleem: rijke westerse landen die veel broeikasgassen uitstoten, willen in arme landen de vervuiling tegengaan. In ruil daarvoor doen zij in eigen land minder aan de uitstoot van broeikasgassen. Rechtvaardig? De Nederlandse Stroombedrijven (Sep) voeren dit principe al uit in diverse landen, waaronder Ecuador. De Sep legt daar bossen aan. Een reportage vanuit het bos.

MARIANO SLUTZKY

TAQUAR - “Voor ons is het een zegen dat Nederland te veel energie consumeert. Hierdoor is dit herbebossingsproject mogelijk. Wij kunnen onze omgeving herbebossen én wij zijn verzekerd van inkomsten door werk, zowel nu bij de aanplant als straks na zo'n vijftien jaar. Tussendoor mogen wij de geplante bomen snoeien en het snoeihout gebruiken of verkopen”, zegt Alonso Males Cachimuelle.

Hij is voorzitter van de bewonersorganisatie van de gemeenschap Taquar op een uur rijden van de Ecuadoraanse hoofdstad Quito. De bewoners behoren tot de Indianenstam Otavaleños. Zojuist hebben ze een contract getekend met Face, een bureau van de gezamenlijke Nederlandse stroomproducenten. De Indianen en het stroombedrijf spraken af om 120 hectare dennenbomen te planten. Als de bomen goed onderhouden worden, krijgen de bewoners over vijftien jaar 95 dollar per hectare.

Dit Ecuadoraanse project dient ter compensatie van de uitstoot van CO2 door één steenkoolcentrale in Nederland. Het is één van de 192 milieu-projecten van de Nederlandse stroomfabrikanten in een ver land.

De laatste vijf jaar is er in Ecuador via deze compensatie-projecten 14 duizend hectare bos verrezen. De bomen worden geplant op percelen boven de 3200 meter waar geen landbouw of veeteelt kan plaatsvinden.

Cachimuelle: “Eigenlijk weten wij erg weinig over de energieconsumptie in Nederland. Wat ons interesseert is de steun om bomen te planten. Voor ons is dit een investering want over vijf jaar kunnen wij snoeien en het hout gebruiken of verkopen.”

Sociale cohesie

Deze stam leeft in armoede maar heeft een sterk sociale cohesie: er is geen politie noch een andere vertegenwoordiging van de overheid in hun gemeenschap. Men leeft er van de landbouw en van het maken van souvenirs voor de toeristen die de naburige stad Otavalo bezoeken. Een groot deel van de bevolking is bekeerd. “Vroeger waren veel leden van onze gemeenschap vaak dronken. Sinds wij evangelisch zijn drinken wij niet meer. Wij werken hard en zijn in staat om aan dit soort projecten mee te doen”, zegt hij.

Hij toont zich enthousiast over de herbebossing. Maar bij verder doorvragen, blijken er ook problemen te zijn. Er is te weinig kennis, de nieuwe bomen leiden soms tot erosie doordat niet inheemse soorten worden gebruikt, en de binnenlandse verhoudingen tussen kleine en grote grondbezitters wordt soms verstoord.

Oorspronkelijke flora

Cachimuelle: “De kennis van onze voorouders over de oorspronkelijke flora zijn wij kwijtgeraakt. Deze kennis is door het vele werk op het platteland en voor het toerisme gedurende de laatste generaties verloren gegaan. Wij zouden dat dolgraag terugkrijgen. Kunnen de Nederlandse elektriciteitsbedrijven niet voor scholing zorgen? Daarmee zouden ze ons een grote dienst bewijzen.”

De Nederlandse stroomfabrikanten zijn nog niet zover. Ze hebben zich in Ecuador aangepast aan 'nieuw-lokaal gebruik'. Ze planten dus bomen die niet in het gebied thuishoren als eucalyptus en dennenbomen. Deze soorten groeien snel en de boomstammen zijn recht en breed. Ze zijn populair omdat de opbrengst hoog is.

Maar voor het omliggend milieu zijn beide soorten minder goed: met name dennenbomen zuigen veel van het ondergrondse water weg. Hierdoor wordt de grond losser en dit versterkt de kans op erosie. Het zou beter zijn om te herbebossen met vlinderstruik, els of - beter nog - met de soorten die in dit gebied thuishoren. Maar de bevolking kent die inheemse soorten niet meer, en de Nederlanders stellen zich afwachtend op.

Grootgrondbezitters

Voor de Nederlandse projectleiders is niet belangrijk wie de eigenaar is van het nieuwe bos: er moet eenvoudigweg geplant worden. Soms wordt er zaken gedaan met grootgrondbezitters, zoals in Miraflores. Dat is in tegenspraak met het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, maar van Face is het beleid.

Zoals bij Face-partner Jorge Amador, grootgrondbezitter in het plaatsje Miraflores. Hoewel hij en zijn broers tot de rijkste families in de Sierra - het hooggebergte gebied in Ecuador - behoren doet zijn verschijning afbreuk aan het beeld van grootgrondbezitters. Zijn handen zijn vuil van het werk aan de motor van een tractor, zijn gezicht ongeschoren. Met zijn werknemers is hij hartelijk en amicaal. Zijn huis is weliswaar groot maar niet opzichtig.

“Ik leef in harmonie met de omliggende landarbeiders. Zelfs met de gezinnen die delen van ons grondbezit bezet houden hebben wij een goed contact.”

Over het herbebossingsproject van de Nederlandse elektriciteitsbedrijven is Amador vol lof. “Geweldig idee! Het land dat herbebost zal worden ligt toch braak.”

Uitstraling

Volgens medewerker De Ligt van Face ontkomt zijn bedrijf er niet aan om ook met grootgrondbezitters samen te werken. “Dankzij deze grootgrondbezitter kunnen wij experimenteren met inheemse boomsoorten op een braakliggend terrein. Bovendien is hun deelname belangrijk voor de uitstraling. Als een vooraanstaand lid van de gemeenschap dit doet zal ook de nieuwsgierigheid van kleine boeren voor herbebossing met inheemse boomsoorten gewekt worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden