Borstvoeding is niet alleen maar goed

©Thinkstock Beeld
©Thinkstock

De voorlichting over borstvoeding schiet ernstig tekort omdat de nadruk alleen maar ligt op de voordelen. Vrouwen die geen borstvoeding willen of kunnen geven, krijgen hierdoor het gevoel dat ze niet het beste voor hun kind doen. Dat zeggen hoogleraar filosofie Sabine Roeser, verbonden aan de TU Delft en de Universiteit Twente, en haar collega Jessica Nihlén Fahlquist in een wetenschappelijk artikel in het tijdschrift Public Health Ethics.

Jady Petovic

"De teneur is: borstvoeding is het allerbeste én alle vrouwen zijn ertoe in staat", zegt Roeser. "Er is een grote morele druk om te kiezen voor borstvoeding. Als het om fysieke of emotionele redenen niet lukt om borstvoeding te geven, voelen vrouwen zich vaak schuldig. Of ze blijven het koste wat het kost proberen, ook al zou het voor hun welzijn en dat van het kind misschien beter zijn te stoppen."

Roeser noemt het opmerkelijk dat er altijd wordt gewezen op wetenschappelijk studies die beweren dat moedermelk gezonder is dan kunstmatige zuigelingenvoeding, terwijl er ook studies zijn in gerespecteerde wetenschappelijke tijdschriften die dit in twijfel trekken. "Die geluiden vind je niet in de informatie over borstvoeding, terwijl ze vrouwen die de borst niet kunnen of willen geven juist zouden kunnen steunen."

Roeser pleit voor een meer evenwichtige informatievoorziening over borstvoeding door de overheid en ziekenhuizen, maar ook door verloskundigen, kraamverzorgsters en lactatiekundigen. "Vrouwen hebben soms negen maanden lang fysiek en emotioneel toegeleefd naar de borstvoeding. Als het dan niet lukt, zijn ze daarop onvoldoende voorbereid en voelen ze zich nauwelijks gesteund als zij ermee stoppen."

In Nederland kiest 75 procent van de vrouwen ervoor na de bevalling borstvoeding te geven. Na een maand doet nog 46 procent dat, 29 procent na drie maanden. Slechts 18 procent houdt het zes maanden lang vol borstvoeding te geven, de minimale periode die wordt aangeraden.

Drie jaar geleden zei toenmalig minister van volksgezondheid Ab Klink nog dat het aantal moeders dat een half jaar borstvoeding geeft, moest stijgen naar 40 procent. Maar dat aantal daalde juist met 5 procent.

Kinderarts Ko van Wouwe, verbonden aan TNO Leiden dat tweejaarlijks de ervaringen peilt van moeders met borstvoeding, onderschrijft het belang van een evenwichtige informatievoorziening. "Moeders krijgen voorgespiegeld dat ze allemaal natuurtalenten zijn, maar om met plezier en voldoening borstvoeding te geven, zijn vaardigheden nodig die ze soms moeten aanleren."

Toch vindt Van Wouwe het wenselijk dat alle kinderen borstvoeding krijgen. "Ik ben kinderarts en ik gun het kinderen dat ze het allerbeste krijgen. Ook al respecteer ik het als vrouwen er vanaf zien."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden