Borrelpraat

Toen Tineke Netelenbos nog staatssecretaris voor onderwijs was, in de vorige kabinetsperiode, had ik een debat met haar op de radio.

Onderwijzers en docenten hadden me verteld dat ze helemaal gek werden van de manische veranderziekte van Zoetermeer, de plaats waar het departement is gevestigd. Sommigen bekenden mij dat ze de onophoudelijke stroom voorschriften voor andere onderwijsmethoden ongelezen de prullenbak ingooiden. Als ze alles uit 'Zoetermeer' zouden lezen én uitvoeren, zou er helemaal geen tijd meer zijn om les te geven en het onderwijs te laten draaien.

De toenmalige staatssecretaris luisterde naar deze en andere klachten: dat geen leerling meer correct leert spellen, dat de parate kennis meer en meer tekortschiet, dat er te weinig begeleiding is voor extra slimme kinderen. Netelenbos vond het allemaal zwaar overdreven en kwam met typische politicipraat: er waren wel problemen, maar die werden opgelost.

Na de radiouitzending had ze nog een sneer voor mij in petto: ,,U moet wel oppassen voor borrelpraat, hoor''. En ik dacht alleen: zouden mijn zegslieden die vinden dat Netelenbos geen flauw benul heeft van onderwijs, dan ongelijk hebben?

Wie schetst mijn verbazing toen vorige week precies datzelfde woord viel: borrelpraat. De onderwijssocioloog Dronkers gebruikte het in het televisieprogramma 'Buitenhof'. ,,De bewering dat het niveau van het onderwijs daalt, heb ik jarenlang beschouwd als borrelpraat'', zei hij letterlijk. Maar Dronkers heeft het al die jaren fout gezien, gaf hij toe, terwijl hij er toch met zijn neus bovenop had gestaan.

Dronkers wordt hoogleraar in Florence, waar de omstandigheden aan de universiteit paradijselijk zijn in vergelijking met Nederland. Want ook op onze universiteiten is het ellende, niet alleen op de basis- en middelbare scholen.

Netelenbos zal, net zomin als oud-minister Ritzen, die volgens Dronkers verantwoordelijk is voor de puinhoop, spijt betuigen over het genoemde beleid. Politici betuigen geen spijt.

Daarom was het zo aangrijpend om het relaas te lezen van Ton de Kok. Twaalf jaar was hij Tweede-Kamerlid voor het CDA. Zijn specialiteit was Defensie en Buitenlandse Zaken. De Kok werd 'zij-instromer': hij ging les geven op een mbo. Vanuit de praktijk kijkt hij nu terug op de jaren dat hij, zonder zich in de materie te verdiepen, de onderwijsspecialist uit zijn partij volgde. ,,Het hele onderwijsbeleid wordt in de Kamer gedragen door een handjevol monomane specialisten, die niemand op hun terrein dulden. De andere kamerleden accepteren dat, zo werkt het immers in ons partijpolitieke systeem.'' Dit schreef hij in NRC Handelsblad.

De Koks conclusie is opmerkelijk. ,,Ik kan me niet aan de indruk ontrekken dat een sabbatical van een jaar of vijf voor alle Haagse beleidsmakers op onderwijs, de sector geen kwaad zou doen.''

De Kok komt uit zijn verhaal naar voren als een scherpzinnig en open mens met een verbale gave en een zekere zelfspot. Zijn verhaal vergroot mijn twijfel aan het functioneren van de Tweede Kamer. Zijn er alleen op onderwijsgebied 'monomane specialisten, die niemand op hun terrein dulden'? Of geldt dat voor alle beleidsterreinen?

D66-fractievoorzitter Thom de Graaf pleitte kortgeleden voor een versterking van de onderzoeksmogelijkheden van de Tweede Kamer. De ervaringen van Ton de Kok, die in het mbo met twintig jaar wanbeleid op onderwijsgebied wordt geconfronteerd, geven aan dat die versterking er moet komen. Maar dan niet om de specialisten nog monomaner te maken, maar om ze te leren de 'borrelpraat' uit de samenleving serieus te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden