Review

Bornkamp leidt de concurrentie met plezier op

De hyperactieve en veelzijdige saxofonist Arno Bornkamp brengt vandaag alweer zijn derde werk binnen een jaar in première.

Internationaal gezien is Arno Bornkamp een begrip als saxofonist. Behalve als tenorsaxofonist in het Aurelia Saxofoonkwartet maakte hij de afgelopen decennia ook carrière als solist en als docent. Vandaag speelt Bornkamp het nieuwe saxofoonconcert van de Argentijns-Nederlandse componist Carlos Micháns tijdens de Gaudeamus Muziekweek, het derde werk dat de hyperactieve virtuoos binnen een jaar in première brengt.

„Het begon in maart met het saxofoonconcert van Joey Roukens voor het Noord Nederlands Orkest”, zegt Bornkamp. „Daarna speelde ik de deuxième première van een werk van Frank Martin, voor sopraansax, harp en strijkers. En zaterdag staat Micháns op het programma. Dat werk van Martin is eigenlijk een bewerking van een stuk dat hij oorspronkelijk voor de hoboïst Heinz Holligers en diens vrouw en harpiste Ursula schreef. De weduwe Martin gaf me toestemming voor de bewerking voor saxofoon. Maar ik heb bijna niets aan de hobonoten veranderd.”

Bornkamp heeft ten tijde van ons gesprek net de eerste repetitie voor het ’Concerto for Saxophone and Orchestra’ van Carlos Micháns achter de rug, een opdracht van Holland Symfonia en hemzelf. De saxofonist leerde de muziek van Micháns kennen door ’Trois Visions Trantiques’ voor Lavinia Meijer op harp en het Aurelia Saxofoonkwartet.

Voor de duidelijkheid: Micháns is nou niet wat je noemt een echte ultramodernistische ’Gaudeamus-componist’. Hij is meer iemand die zich thuis voelt in programma’s waarin zijn werk tussen dat van Beethoven en Stravinsky staat. Dat beaamt Bornkamp: „Carlos heeft een goed gevoel voor het métier, voor de vorm, harmonie, instrumenteren – voor het handwerk van een componist kortom. Hij schrijft geen muziek die het van één goed idee moet hebben. Zijn werk stelt hoge eisen aan de uitvoerders en heeft een zuidelijke, bijna Franse inslag. Dat vind ik leuk want dat hoor je niet zo veel. Hij schildert zijn ideeën echt op papier. Ik hou erg van zijn klankwereld.”

Vanaf eind juni druppelde de partituur binnen en studeerde Bornkamp zijn virtuoze (’maar ook verstilde’) partij in. Bornkamp speelt het concert op twee saxofoons (sopraan en alt), die als twee personages in het stuk fungeren.

De saxofonist legt uit hoe het concert is opgebouwd: „Het eerste deel begint vanuit een grillige cadens voor de altsaxofoon, waarna zich een expressieve dialoog met het orkest ontspint. Het tweede deel is ingetogen – daar wordt de meer saxpartij intiem begeleid door piano, harp en strijkers.” Het laatste, virtuoos-hoekige deel heeft als als titel ’Probarskyia’: een acroniem voor Prokoviev, Bartok en Strawinsky. „Dat zijn drie favoriete componisten van Micháns en die verwerkt hij in zijn eigen muziek, zonder dat er overigens letterlijk geciteerd wordt.”

Bracht Bornkamp als solist en kamermusicus al vele nieuwe werken en bewerkingen in première, het valt de laatste jaren op dat veel jonge Nederlandse saxofonisten die hij als docent onder zijn hoede had, eveneens hard aan de weg timmeren: Raaf Hekkema bijvoorbeeld, het Amstel Kwartet, Ties Mellema of Eva van Grinsven. Behalve hun kwaliteit hebben ze gemeen dat ze allemaal bij Bornkamp hebben gestudeerd.

„Mijn oud-docent Ed Bogaard zei het al: ’Je leidt je eigen concurrentie op’”, grapt Bornkamp. „Ik ben natuurlijk zelf ook begonnen als leerling. In eerste instantie imiteer je je leraar, maar op een gegeven moment ontwikkel je een eigen stem. Je gaat zelf eens rondkijken en dan ontstaat er iets dat je een carrière kunt noemen.”

Bornkamp noemt de jonge garde onder de saxofonisten een veelkleurig landschap van eigenzinnige types. „Raaf Hekkema heeft met zijn Paganini-bewerkingen bijvoorbeeld iets gevonden wat alleen hij kan. Dat vind ik heel mooi. De saxofoon is toch de parvenu van het muziekleven. Het instrument gaat zijn eigen gang en doet gekke dingen, maar wel op zinnige manier. Het biedt vaak een nieuwe kijk op muziek, en dan niet alleen op nieuwe muziek.”

Als voorbeeld noemt de saxofonist de Ravel- en Debussy-bewerkingen waarmee zijn eigen Aurelia Saxofoonkwartet furore maakte. Die arrangementen dienden op hun beurt weer tot voorbeeld voor andere kwartetten. „Wij saxofonisten hebben een sterke hang naar een eigen identiteit, maar we willen tegelijkertijd ook bij de rest horen en serieus genomen worden. Je moet bijvoorbeeld eens kijken hoeveel saxofonisten het traject van de Nederlandse Muziekprijs hebben gedaan, dat is ongelooflijk.”

Zijn Bornkamps leerlingen herkenbaar als de zijnen? „Ja, dat vind ik wel. Ze koppelen allemaal vakmanschap en handwerk aan een allesoverheersende muzikale gedachte. En vervolgens gaan ze daar helemaal voor. Je ziet dat ze vaak heel hongerig zijn, hongerig naar informatie en naar het toetsen van hun ideeën. Ik zie ze daarom ook uitzwermen naar andere docenten in het buitenland.”

„Je hoort het ook aan hun manier van spelen: ze schilderen met klankkleur en willen zichzelf graag kwijt kunnen in hun instrument. Het is mijn taak als docent om dat op de beste manier naar boven te laten borrelen. Zo is Raaf Hekkema geïnteresseerd geraakt in bepaalde speeltechnieken. Op zijn Paganini-cd koppelt hij moderne saxofoontechnieken aan die oude muziek. Fantastisch! Je hoort het ook aan zijn geluid, dat altijd met zorg en passie klinkt.”

Dat Bornkamp zijn eigen concurrentie opleidt vindt hij juist leuk: „Dat bewijst dat de saxofoon niet gebonden is aan één persoon, maar dat het instrument een cultuur is geworden. Dat is alleen maar goed.”

Zijn leerlingen lijken Bornkamp in ieder geval voorlopig nog geen werk te kosten – daarvoor zijn zijn bezigheden veel te divers. Hij steekt nog even de loftrompet af over oud-leerlingen zoals Ties Mellema en de andere leden van het Amstel Kwartet. Om er even bescheiden als dringend aan toe te voegen: „Ik ben natuurlijk niet de enige saxofoondocent die goede dingen doet – dat wil ik niet zeggen hè.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden