Borner: 'Ik sluit niet uit dat die botsing door haat is ingegeven'

ALBERTVILLE - Gelukzalig aan de lange tafel van de interviewruimte in het perscentrum van Albertville zittend, trachtte Gunda Niemann zondag haar gemoedstoestand onder woorden te brengen. In de eerste plaats was de schaatsster om persoonlijke redenen dolblij met de gouden medaille op de 3000 meter. Maar ze onderkende toch ook het nationale belang van haar overwinning. "Want het is de eerste gouden Olympische medaille voor het verenigde Duitsland. Dat maakt veel in mij los."

JOHAN WOLDENDORP

Het lijkt op een voorbeeldig ingestudeerde tekst, zo'n nietszeggende frase die Oostduitsers altijd als een soort eed in het openbaar moesten afleggen. Wanhopig en vooral krampachtig probeert de Duitse chef de mission, Walther Troger, van zijn ploeg een eenheid te maken. De tweevoudige Oostduits biathlonkampioen van vier jaar geleden, Frank-Peter Rotsch, mag als laatste vlaggedrager van de DDR op de Winterspelen (van Calgary) even pathetisch als Niemann uitroepen: "Ik voel me gelukkig omdat ik bij een gezamenlijke ploeg hoor" , de werkelijkheid is toch anders. Onbedoeld ironisch, maar wel oprecht klinkt de ontboezeming uit de mond van sprintster Christa Luding. Zij roemt het groeiproces als volgt: "Het gaat boven verwachting goed. We zitten met acht schaatssters bij elkaar, die allemaal uit het oosten komen."

Het bevorderen van de eenheid in de ploeg van 116 atleten wordt bemoeilijkt door de logistieke problemen die als een rode draad door de Savoie slingeren. De groep is ondergebracht in zes verschillende lokaties. Toen Troger zich donderdag officieel inkwartierde in het atletendorp te Brides-les-Bains en onder de klanken van het (west)Duitse volkslied de (west)Duitse vlag werd gehesen, stonden slechts acht (oost)Duitse schaatssters in de houding. De rest was elders of onderweg.

Historisch

De gouden medaille van Niemann is er niettemin een van historische betekenis. Na Sankt Moritz (1928), Lake Placid ('32) en Garmisch-Partenkirchen ('36) treedt Duitsland in Albertville pas voor de vierde keer in de geschiedenis van de Winterspelen als eenheid naar buiten. Na de tweede wereldoorlog duurde het tot 1968 eer het IOC de tweedeling daadwerkelijk erkende. Daarvoor trachtte slechts een (west)Duitse ploeg medailles bij elkaar te sprokkelen. De papieren eenheid heeft de economische en vooral culturele barrieres nog lang niet geslecht. "'Ons' land verandert uiteraard sterk door de nieuwe situatie" , zegt schaatsster Jacqueline Borner. "Maar afgezien van de vrijheid merken we niet dat het beter gaat. Het zal nog een paar jaar duren eer de industrie opleeft en de werkloosheid minder wordt."

Borner, zondag achtste op de 3000 meter, studeert naast pedagogiek ook Duitse geschiedenis. Een onmogelijke studie, zoals een voormalige DDR-collega opmerkt. "De woorden van bondskanselier Kohl dat er geen belastingverhoging zou komen na de hereniging, heb ik, en met mij veel anderen, niet geloofd" , vervolgt Borner haar relaas. "Zo luchtig als hij het voorspiegelde, kon natuurlijk niet. Behalve materieel is de hereniging ook in immateriele zin een ingrijpend proces. Met geweld wordt ons een geheel nieuwe identiteit aangemeten. Er zal lange tijd een geestelijke grens blijven bestaan. Na de oorlog zijn er in de DDR en de bondsrepubliek twee totaal verschillende landen ontstaan. Dat gegeven kun je niet zomaar wegpoetsen. Ik vind het ook niet terecht om Honecker als de kwade genius aan te wijzen. De ergsten zitten in de laag onder hem. Die mensen moeten gestraft worden."

Wrok en haat

De 26-jarige Borner moest niet alleen geestelijk in een nieuwe huid kruipen, ze diende ook de al dan niet terechte vooroordelen - zeg maar wrok en haatgevoelens - uit de weg de weg te ruimen die haar landgenoten in Duitsland-Oost jegens topsporters koesteren. Zij immers baadden als de wereldwijde uitstalkast van het regiem in luxe. Borner werd op pijnlijke wijze op die privileges gewezen, toen ze in de zomer van 1990 tijdens een fietstraining door een automobilist werd geschept. De Berlijnse was op dat moment wereldkampioene. Het sterke vermoeden bestaat dat de aanrijding opzet was, en geen ongeluk. "Ik sluit niet uit dat de botsing door haat is ingegeven" , probeert Borner het incident te reconstrueren. "Zeker weten doe ik het niet. Ik heb namelijk nooit met die man gesproken en willen spreken. Het kan een menselijke fout zijn geweest, maar misschien is het ook mijn noodlot geweest. Ik kan me alleen niet voorstellen dat iemand een medemens zoiets aandoet."

Met een gebroken linkervoet, gescheurde kruisbanden en nog wat klein letsel werd Borner naar het ziekenhuis vervoerd. Artsen vertelden haar dat het vijftien tot zestien maanden zou duren eer ze haar knie weer volledig kon gebruiken. Vooropgesteld dan, dat de operatie zou slagen. Aan een carriere als schaatsster hoefde ze in het geheel niet meer te denken. In stilte werkte Borner toch aan een come-back. Een jaar later voelde ze op de Olympic Oval van Calgary voor het eerst weer ijs onder haar voeten. "Ik moest sowieso trainen om mijn spieren weer te versterken. Door dat schaatsend te doen, had ik meteen weer een doel. De motivatie keerde terug, waardoor ik al snel de training op het schaatsen ging richten. Ik neem een relatief groot risico door weer topsport te bedrijven, dat weet ik. Het kan in een keer misgaan. Een misstap, en alles is voorbij."

Jacqueline Borner bestrijdt dat ze voor DDR-begrippen in een sprookjeswereld leefde. "Vroeger hadden we een studierooster, dat we moesten halen. Het was dus niet zo, dat de studie flauwekul was, zeg maar een dekmantel voor de sportcarriere. De mensen in de DDR en daar buiten dachten dat we als kampioen niet hoefden te werken. Alleen de hele grote kampioenen waren vrijgesteld. Een hele kleine elite genoot gigantische privileges. Maar sporters zoals ik, die zesde of zevende werden, moesten als ieder ander werken of studeren. We kregen ook niet zomaar een huis en we konden ook niet zomaar een auto kopen."

Zelfs Olympisch kampioen (op de 500 meter) Uwe-Jens Mey werd kennelijk niet tot de allergrootsten van de Oostduitse aarde gerekend, al geeft de (ex-)diplomatenzoon toe dat sport in het nieuwe maatschappelijke stelsel niet langer zijn hoofdberoep is. "Naar mijn mening zijn de vroegere Oostduitsers nu beter af dan met het oude systeem. Je hebt meer vrijheden en minder beperkingen. Als je zoiets noemt, heb je het toch over dingen die heel normaal horen te zijn. Ik zal in de vroegere DDR bewust en onbewust door het systeem zijn gebruikt. Als ik het had gemerkt, had ik het zeker niet negatief uitgelegd. Ik heb de meeste dingen die mij werden verteld, klakkeloos geloofd. Je kunt dat naiefnoemen, maar ik was nu eenmaal onderdeel van het systeem. Maar ik heb niet geweten dat zoveel zaken zo slecht waren."

Zondebokken

"Of ik het idee heb dat ik vroeger consequent ben voorgelogen?" , stelt Jacqueline Borner een retorische vraag. "De machthebbers hebben ons altijd verteld dat de DDR tot in lengte van dagen zou blijven bestaan. Op school leerden we hoe het leven in de Sowjet-Unie en de kapitalistische landen was. Maar toen ik daar als schaatsster kwam, viel me op dat bepaalde voorstellingen van zaken niet klopten."

Mey is het met Borner eens dat het gemakkelijk is allerlei zondebokken aan te wijzen. Zoals het in zijn ogen ook geen kunst is leden van de Olympische ploeg met een vermeend Stasi-verleden te verketteren. "Ondanks mijn afkomst, ben ik politiek nooit geengageerd geweest. Maar ik denk dat Duitsland zich uit historisch oogpunt beter bewust moet zijn van bepaalde gedragingen."

De onwetendheid bij sporters was waarschijnlijk op het terrein van de medische manipulaties het grootst. Topsport was immers het belangrijkste exportprodukt van de DDR. Aanhangers van het systeem geloofden heilig in de zegeningen van die industriele revolutie. Een Russische collega sprak ooit verwijtend dat Nederland zich meer aan OostDuitsland zou moeten spiegelen in plaats van folkloristisch te blijven rommelen in de kantlijn. Want, stelde hij, de DDR is ongeveer even groot als Nederland en telt praktisch evenveel inwoners. Naast een uitgebalanceerd selectiesysteem - Niemann was een afgekeurde hordenloopster en volleybalster, Enke een lichamelijk 'mismaakte' kunstrijdster waar kennelijk geen remhormoon tegen opgewassen bleek - ontwikkelde ook de medische wetenschap zich in hoog tempo. "Ik kan niet zeggen hoe het in zijn werk ging" , vertelt Uwe-Jens Mey. "Ik weet alleen welk programma ik af moest werken, niet wat bijvoorbeeld van Krabbe (recent positief bevonden na een atletiekwedstrijd in Zuid-Afrika - red) werd verlangd. Daarnaast wist ik niet eens wat er met mijzelf gebeurde. Dat gedrogeerde sportmensen in Duitsland niet mogen deelnemen aan Olympische Spelen, vind ik terecht. Ik ben blij dat de verantwoordelijken de doping proberen uit te bannen."

Zware crimineel

Echt gelukkig met de manier waarop dat gebeurt, is Mey overigens niet. "Het controlesysteem dat nu gehanteerd wordt, ervaar ik als nogal pijnlijk. Ik heb al een paar keer meegemaakt, dat ik 's avonds gewoon thuis zit bij mijn gezin, er wordt aangebeld door politie-agenten alsof ik een zware crimineel ben en verplicht wordt meteen urine af te geven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden