Boogerd even de gelijke van Ullrich

LUCHON - Aan klasseringen wilde Theo de Rooy nooit denken. Pratend over Michael Boogerd gaf hij keurig antwoord op vragen in die richting, maar je mocht hem er nooit op vastpinnen. Maar nadat de ploegleider van de Rabo-equipe zijn kopman in het spoor van toekomstig Tourwinnaar Jan Ullrich de eerste Pyreneeënetappe zag voltooien, kan hij er niet meer om heen. De Rooy legde de lat gisteren gelijk hoog: op de vijfde plaats.

Andermaal werd duidelijk dat Boogerd in een jaar tijd heeft geleerd zijn onstuitbare aanvalsdriften behoorlijk in te tomen en wat meer berekenend op zijn doel af te gaan. Hij mocht in de tocht over de granieten klassiekers Aubisque, Tourmalet, Aspin en Peyresourde niet met de aanvalslustige Cedric Vasseur, Alberto Elli en Rodolfo Massi (de uiteindelijke etappewinnaar) meespringen. Dat zijn de renners met een zogeheten kleine motor. Die mogen op een mooie dag een keer hun gang gaan, omdat ze toch geen rol spelen in het gevecht om de gele trui. “Michael zit boven dat niveau”, zegt De Rooy. “Als hij bij mannen als Ullrich kan blijven, doet hij het heel goed. Ullrich rijdt goed tempo, maar weer niet zodanig dat hij een kopgroep sloopt.”

Niet alleen daarom gaapte er een wereld van verschil tussen de eerste Pyreneeënrit van Michael Boogerd in deze en de vorige Tour. In die van 1997 verspeelde hij maar liefst dertien minuten op de winnaar, die toen Laurent Brochard heette. Boogerd had te nadrukkelijk zijn natuur laten spreken - aanvallen - en werd er op afgerekend. Die tijd is voorbij. Het tijdrijden blijft een probleem - de persoon in kwestie: “Ik heb dit seizoen twee goede gereden en voor de rest alleen maar slechte” - maar voor het overige is hij in de ogen van zijn ploegleider een meer dan uitstekende ronderenner. “Hij is constant”, benadrukt De Rooy, “ik verwacht niet dat hij, zoals Erik Breukink vroeger, in elke grote ronde een jour sans zal kennen.” Op 2 augustus als nummer vijf over de Champs-Elysees fietsen, lijkt dus geen grootspraak.

In een aantal opzichten is in de eerste van vijf grote bergetappes in de 85e Ronde van Frankrijk de toon gezet. De Festina's worden uit oogpunt van spektakel node gemist. Door hun potentieel aan klimmers kunnen ze gelijk de beste schakers verrassende openingszetten doen en daarmee Ullrich met problemen opzadelen. Pantani mag een enkele keer voor de dagwinst gaan. De Italiaan zette gisteren energiek de achtervolging in op zijn landgenoot Massi, finishte als tweede, maar zag zijn inspanningen slechts marginaal ten opzichte van Ullrich (23 seconden) beloond. Veel te weinig als je ongeveer zeven minuten moet goedmaken, verlies in de nog volgende tijdrit ingecalculeerd. Er zijn onveranderd veel uitvallers - gisteren zeventien, waaronder door een val de Italiaanse rondebelofte Casagrande (vorig jaar zesde) en TVM-kopman Laurent Roux - maar er is ook weinig heroïek. In de koninginnerit althans, maar dat was wellicht anders geweest wanneer de hittegolf van de afgelopen dagen niet was gevolgd door een weersomslag.

In dat perspectief is het volgen van het groeiproces van coming men een boeiend fenomeen. Hoe waardevast is de 'constante' van Boogerd? Vandaag eindigt de Tour op het Plateau de Beille. De Hagenaar kent de klim van de Route du Sud en is er daarom niet bang voor. “Maar”, zegt De Rooy, “je moet ook reëel zijn. Winnen door bergop weg te rijden is nog te moeilijk voor hem.”

Elastiek

Van belang is verder de vraag hoe Boogerd de inspanningen van gisteren heeft verteerd. Direct na de finish oogde hij fris, “maar het is een vraag waar ik pas morgenochtend een antwoord op kan geven. Want ik heb afgezien toen Ullrich tempo begon te maken. Het nekje ging er bijna af. Ik heb aan het elastiek gehangen. Ik heb gedaan wat iedereen had verwacht. Ikzelf had het vooral gehoopt.” Maar zelfs met de finishlijn op oogafstand was de Nederlander allesbehalve op sterven na dood. “Ik heb aan het eind een beetje zitten linken. Wanneer je met zo'n groepje aankomt, wil je voor de derde plaats sprinten.” Het stond mooi op de bulletins: derde in de daguitslag, zevende in het algemeen klassement.

Met een mix van bewondering voor sommige collega's, verwondering en opperste verbazing had Boogerd de dag doorgebracht. Hij zag hoe zijn idool en voorbeeld Laurent Jalabert te lichtzinnig met zijn krachten smeet. En in de afdaling van de Peyresourde zag hij een droom uitkomen. Daags voordat de karavaan de bergen introk, vertelde hij over het fenomeen 'dalen'. “Zelf vind ik me een goede daler. Is het mooi weer, dan is het een kwestie van: wie is de gekste? Je kunt dalen niet leren, maar je kunt je er wel op instellen. Van de motor die een eind voor me rijdt, zie ik onmiddellijk of de remlichten even iets feller gaan branden of dat de motard gas geeft. Goede dalers gooien zich naar beneden. Moncassin vind ik de beste. Die legt zijn fiets plat, je kunt zien dat hij motorcrosser is geweest. Je hebt ook klimmers die niet kunnen dalen. Dat is vreselijk frustrerend. Laukka en Totschnig zijn goede voorbeelden. Daar moet je niet achter gaan zitten. Ullrich ook niet, die heeft nog wel eens de neiging uit de bocht te vliegen.”

Maar dan het dagdromen voor de start. In visioenen zag Boogerd een heel fraai een-tweetje voor zich. “Het liefst ga ik vijf kilometer voor het einde over de laatste top in de regen met Ullrich de afdeling in. Dat lijkt me gaaf.” Hoe snel kan de wereld op zijn kop worden gezet. Gisteren kreeg Boogerd even het idee dat hij in bepaalde opzichten ooit de gelijke van de Duitser kan worden. Het saillante verschil was dat Boogerd Pantini in de laatste klim moest laten lopen en dat Ullrich de Italiaan bewust een eindje liet weglopen. Vooralsnog hanteert Telekom een behoudende tactiek. Formeel duelleren de 'uittredende' rondewinnaar en diens voorganger Riis om het kopmanschap. Ploegleider Godefroot adviseerde hen rustig in het ritme te geraken en dan pas het tempo op te voeren.

“Versnellen zoals Pantani kan ik niet, maar dat kan Ullrich evenmin”, viel Boogerd op. “Maar hij rijdt wel een iets hoger tempo dan ik. Ik moest met mijn kopje schudden en hem in de overdrive zetten om Ullrich bij te benen.” Staatssecretaris Terpstra dacht daar minder genuanceerd over: “Wat een held ben jij zeg! Wat een held! Wat een held!” Koos Moerenhout, de onbevangen Tourdebutant en stilaan de ideale meesterknecht van Boogerd, werd door haar als een belofte voor de toekomst gekwalificeerd. Dat is hij ook. Hij nam de taken van Den Bakker en de wanhopig naar zijn vorm zoekende Jonker over en had zelfs nog puf om in de aanval te gaan. “Ik ben geen enkele keer over het rode punt heengegaan. Door de aanval te kiezen, kun je zelf het tempo bepalen en raak je in wezen minder vermoeid.” In de Ronde van Spanje van vorig jaar had Moerenhout De Rooy in de ritten in de Sierra Neveda verstomd doen staan. “In dat opzicht is de Tour geen andere koers dan welke andere. Het grote verschil is het publiek, daar krijg je kippenvel van. Ik heb een fantastisch mooie dag gehad.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden