Boodschappen doen heb ik m'n hele leven al leuk gevonden'

Hij heeft een hekel aan politiek en het verenigingsleven is ook niet aan hem besteed. De gepensioneerde Albert Heijn (65) blijft bezeten van zijn vak: de detailhandel. De distributie van voedsel in het Oostblok en in Afrika is een rommeltje, meent hij, terwijl er in zijn branche voldoende kennis voorhanden is om daar wat aan te doen. "Het is toch verdorie ook in ons eigen belang dat de mensen het daar beter krijgen."

HENNY DE LANGE; ADRI VERMAAT

Ook maatschappelijke organisaties hebben niet zijn warme belangstelling. "Ik voel me er niet thuis en ik heb er ook geen zin in. Al dat geouwehoer. Daarvoor ben ik te kort aangebonden. Mijn kennis en ervaring liggen typisch in het bedrijfsleven."

Hij somt de lijst met functies op, die hij in zijn vrije tijd vervult: commissariaten bij onder meer Ahold, voorzitterschappen, een eredoctoraat aan Nijenrode. Het zijn op een na allemaal functies in het bedrijfsleven of daaraan verwante organisaties. De uitzondering betreft de Stichting Zaanse Schans, die opkomt voor het behoud van deze oude Zaanse woonbuurt.

Albert Heijn (begin dit jaar 65 geworden) ziet er ouder uit dan op de laatste foto's. Moeizaam lopend gaat hij voor naar de zitkamer van zijn villa. In zijn jeugd leed hij aan polio. "Daar heb ik heel goed mee kunnen leven. Ik heb alles kunnen doen, behalve hard lopen. Pas de laatste paar jaar wordt het lopen moeilijker. Volgens de artsen is dat het post-poliosyndroom. De spieren die al die jaren de functie van de door polio aangetaste spieren hebben overgenomen, beginnen nu te protesteren."

Eigenlijk zou hij het kalmer aan moeten doen. Dat neemt hij zich ook telkens voor, maar in de praktijk komt er niets van terecht. Sinds z'n afscheid bij Ahold heeft hij het drukker dan ooit. Z'n bestaan is ook veel rommeliger geworden. "Als vutter heb ik al 90 000 km gereden. Dat is veel voor een gepensioneerde." Inmiddels heeft hij een aantal klussen afgestoten, waaronder het voorzitterschap van het Centraal bureau levensmiddelenhandel en de Raad voor het grootwinkelbedrijf. Daar zal het niet bij blijven, heeft hij zich voorgenomen. "Ik hoop dat ik verstandig blijf. Ik moet niet zitten kankeren dat ik het zo druk heb. Dat doe ik ook niet, want ik heb overal bewust ja tegen gezegd."

Zijn agenda mag dan nog propvol zijn, voor boodschappen doen maakt hij tijd. "Boodschappen doen heb ik m'n hele leven al leuk gevonden. Ik mag graag winkelen bij Albert Heijn. Nee, die struisvogelbiefstukjes die je tegenwoordig ook al kunt kopen in onze supermarkten, heb ik nog niet geproefd. 't Schijnt heerlijk mals vlees te zijn, niet vet, heel gezond. Maar als ik het zie liggen, denk ik: nee, laat maar." Liever eet hij gewoon kapucijners, net zoals z'n ouders dat altijd op zaterdag deden.

Hij heeft hij het nooit gek gevonden om als Albert Heijn in de rij voor de kassa te staan bij Albert Heijn. "Ik kan dat heel goed scheiden. Sta me ook best wel eens te ergeren in zo'n winkel." Hij vindt het jammer dat hij de laatste Heijn was in de leiding van 'de zaak', waarmee zijn grootvader in 1887 in Zaandam is begonnen. De zoon van Albert Heijn is dierenarts en het ligt niet voor de hand dat hij ambities heeft in die richting. Het was de bedoeling dat Albert's broer Gerrit Jan de leiding zou krijgen over Ahold. Maar de ontvoering van en de moord op Gerrit Jan Heijn doorkruiste dat.

Hoewel Albert Heijn het betreurt dat zich nog geen opvolger uit de familie heeft aangediend, erkent hij dat het tegenwoordig moeilijk is 'om een kind van de baas te parachuteren'. "Mijn broer en ik spraken daar ook over. In onze tijd speelde dat niet. Toen ik in 1949 in dienst kwam, was het eigenlijk al geen familiebedrijf meer, maar in alles had het nog wel dat karakter.

Het was vanzelfsprekend dat mijn broer en ik in het bedrijf kwamen, maar we zijn ook niet tegen onze zin aan de slag gegaan. Het voordeel is dat je als lid van de famillie eerder een kans krijgt. Maar je staat ook eerder bloot aan kritiek, niet alleen van de familie maar ook van de medewerkers, die zich afvragen of je daar nu alleen maar zit omdat je het zoontje van de baas bent. Die vraag stel je je zelf ook in je betere momenten. Daarom is het toch beter om eerst ergens anders iets te presteren. Maar met zo'n bekende familienaam is dat natuurlijk wel lastig." Hij geeft toe dat een van de kinderen van zijn broer nog in de markt is voor een plaats in de leiding van het bedrijf. "Er hoeft natuurlijk ook geen straf op te staan als je Heijn heet."

Albert Heijn is altijd sterk op de voorgrond getreden. Dit in tegenstelling tot zijn broer Gerrit Jan, die intern de centrale man was en ook de vergaderingen van de raad van bestuur voorzat. "M'n broer was meer een huismus. Die zei altijd: laat mij hier maar lekker zitten en voor het zooitje zorgen. Die taakverdeling was heel plezierig en vanzelfsprekend. Ik vond het altijd prettig de boodschap van de detailhandel uit te dragen. Maar het moest wel een zakelijke functie hebben. Dat is ook de stijl van de familie. Dat zal wel onze Zaanse mentaliteit zijn van: doe maar gewoon. Ik herinner me een optreden van Frank Sinatra in Ahoy'. Het hele circus zat er, al die bekende Nederlanders vooraan in de schijnwerpers. Een goddelijk gezicht. Wij waren lekker helemaal achterin weggekropen, op grote afstand."

De familie Heijn maakte ook kennis met de keerzijde van het bekende-Nederlanderschap, bij de ontvoering van Gerrit Jan Heijn. De media stonden er maandenlang bol van. Maar Albert Heijn heeft over dit onderwerp nooit een woord met de buitenwacht willen wisselen. Vijf jaar na de moord op zijn broer zegt hij: "Dat was een prive-aangelegenheid. Of ik van thee of koffie houd, maak ik zelf uit. Dat gaat de mensen niks an. Die scheidslijn is duidelijk." Voor 't eerst valt het gesprek stil. Zonder woorden maakt Albert Heijn duidelijk dat hij ook niet kan praten over de gewelddadige dood van zijn vier jaar jongere broer. Alleen wil hij nog wel graag kwijt dat de familie in die moeilijke periode veel steun heeft ondervonden van de blijken van medeleven uit alle lagen van de bevolking.

"Waar is de chauffeur?" roept Heijn plotseling uit. "Tot mijn schande heb ik nog niets te drinken ingeschonken." Hij loopt naar de keuken om drie vruchtensapjes te bestellen. Even later komt een vriendelijk knikkende man binnen met een dienblad met glazen. "Wel een waterige kleur voor vruchtensap" , merkt Heijn op. "Tonic meneer, is dat niet goed?"

Weer serieus zegt Heijn over zichzelf dat hij 'helemaal geen topeconoom' is. Maar de pretenties zijn er niet minder om. Al jaren ergert hij zich dood aan het gebrek aan aandacht van de Nederlandse politiek voor de detailhandel. "Neem nou een man als Wiebenga (VVD-kamerlid, red.). Die woont hier anderhalve kilometer vandaan. Maar het komt niet in zijn hoofd op om hier eens te komen praten of om mij eens te bellen. De afstand tussen de politiek en de bevolking is hier veel te groot. Als we in Amerika, in Pennsylvania, een supermarkt willen openen, maken we al in een uurtje duidelijk dat we een net bedrijf hebben met keurige bedoelingen. Ze houden daar niets af, ze praten. Hier staat de politiek veel te ver weg van het bedrijfsleven, en zeker van de detailhandel."

Niet alleen voor de Nederlandse politici, maar ook in EG-verband hangt de detailhandel er maar wat bij. En dat terwijl deze sector veel belangrijker is dan de landbouw, vindt Heijn. "Dertig procent van de bedrijven in Europa is actief in deze branche. Dertien procent van de beroepsbevolking verdient er z'n boterham mee. Maar de landbouw is perfect georganiseerd. De lobby van het groene front is ook veel beter dan in de detailhandel. Alleen in Italie is het een beetje goed geregeld. Dat is nog een overblijfsel uit de tijd van Mussolini."

Hij erkent dat hij er als topman van het belangrijkste grootwinkelbedrijf in Nederland ook niet in is geslaagd de politiek te doordringen van het belang van 'zijn' handel. Maar nog steeds laat hij geen gelegenheid voorbij gaan om 'zendingsarbeid' te bedrijven. "Het is gewoon waar wat ik zeg." Voor Heijn is het onbegrijpelijk dat de politici niets doen met de kennis op het gebied van levensmiddelendistributie. "Het irriteert me mateloos als ik zie hoe er buiten de Verenigde Staten, Canada en West-Europa aangerotzooid wordt met de distributie van voedsel. Grote delen van de wereldbevolking lijden honger terwijl dat niet nodig is. Ik ben ervan overtuigd dat de bevolking van de voormalige Oostbloklanden en ook in Afrika te eten zou hebben, als er een goed distributie-apparaat zou zijn. Er is zeker bij de politici veel te weinig inzicht in de rol die de detailhandel daarin zou kunnen spelen. Maar niemand doet er een bliksem aan. Dat komt ook doordat je in Nederland kunt krijgen wat je wilt. Als je nu verse aardbeien of ananassen wilt, kun je die zo kopen. We vinden het allemaal heel gewoon."

Hoe schrijnend het gebrek aan interesse bij de politiek is, weet Heijn uit eigen ervaring. Een aantal jaren geleden schonk het Centraal bureau voor de levensmiddelenhandel, waarvan hij toen nog voorzitter was, de toenmalige minister Eegje Schoo van ontwikkelingssamenwerking geld om mensen uit ontwikkelingslanden uit te nodigen om in Nederland de levensmiddelendistributie te bestuderen. "Schoo accepteerde het geld en vervolgens gebeurde er niets. Later werd duidelijk dat dit projekt bewust is tegengewerkt door de ambtenaren op het ministerie, omdat het niet paste in het ideale beeld over ontwikkelingswerk. Pas een paar jaar later is er iets gebeurd."

Hetzelfde gebeurt volgens Heijn nu weer. In het Oostblok en Afrika komt de distributie ondanks allerlei studies niet van de grond. "Hoe komt dat? De EG doet niets. Iedereen wacht op iedereen. Maar als je de spullen hebt, kun je er toch voor zorgen dat ze bij de mensen komen? In Rusland ligt 25 tot 30 procent van de landbouwopbrengsten te rotten of de ratten eten het op. Aardappelen worden in de winter in open vrachtwagens naar Moskou gereden, zodat ze bevroren aankomen. En dat voor een land dat raketten naar de maan kan sturen. Ze zijn daar niet dom, maar het was niet belangrijk."

"Zelf hebben we het ook onderschat, hoor" , geeft Albert Heijn toe. De supermarkt die Ahold heeft geopend in Tsjechoslowakije, voldoet nog niet aan de verwachtingen. Gebrek aan veranderingsdrang is daar mede debet aan. "Toch gaan we ermee door omdat we geloven in het belang ervan. Van de politici hebben we niets te verwachten. Kijk, dan kan ik Frans Andriessen wel bellen bij de EG en hem vragen iets te doen. Die zegt dan: ja, je hebt helemaal gelijk. Maar vervolgens verzandt het. Het zit gewoon niet in het apparaat. Dat irriteert me en maakt me somber over de ontwikkelingen in het Oostblok. Het is toch verdorie ook in ons eigen belang dat die mensen het daar beter krijgen."

Hij zou natuurlijk ook zelf kunnen afreizen om ter plekke te adviseren. Dat zou toch een mooie bezigheid zijn voor een gepensioneerde kruidenier die nog steeds bezeten is van zijn vak. Hij heeft het ook even overwogen, maar het idee toen resoluut verworpen. "Fysiek ben ik helaas niet meer in staat alles aan te pakken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden