Bonte stoet van gefrustreerden

door Fred Troost

Voor de handballers is januari selectiemaand. Het is ook de enige periode waarin de bondscoach uit zijn jaarslaapje wordt gewekt.

Hun namen zijn Krowicki, Malag, Röttger, Groener en Rietbroek en ze paraderen als een bonte stoet door het historisch archief. De handbalbondscoaches beginnen allemaal enthousiast aan hun nieuwe klus, met nieuwe voornemens en het oprechte idee dat zíj zullen slagen waar hun voorganger faalde. En binnen een paar jaar zijn ze weg. Gefrustreerd. Ervan overtuigd geraakt dat in deze functie geen eer te behalen valt.

De Pool Leszek Krowicki (1995-1998) bouwde luchtkastelen op positief commentaar (’De problemen hebben de ploeg optimaal gemotiveerd’), maar hij zat maandenlang eenzaam thuis in Dinxperlo tot hij met heimwee afhaakte. Hij traint sindsdien clubteams in de sterke Duitse competitie.

De psycholoog Ryszard Malag (1999-2000) was een stille kracht die al snel tot onbegrepen professor verwerd. Hij vroeg offers, maar de spelers lieten hem vallen, de een na de ander. Geruisloos ging hij af door de zijdeur.

Reanimator Sjors Röttger (2001-2002) sprak bij zijn aantreden van een uitdaging, praatte zich de blaren op de tong om spelers te motiveren, wilde vaker gaan trainen en bereikte als enige coach een volgende ronde (2001 tegen Portugal). Dat liep uit op een desillusie en al snel stelde Röttger opgelucht vast dat zijn baan bij Defensie niet te combineren was met die van bondscoach.

De in Duitsland werkende proftrainer Henk Groener (2003-2005) kluste Oranje erbij en gokte op verjonging. Waar Röttger de hersteltermijn erg ruim nam (2008), daar meende Groener binnen twee jaar met jonge spelers ’het nieuwe Oranje’ neer te kunnen zetten. Echter, ook hij vertrok toen het op prioriteit kiezen aankwam.

En nu is er, sinds vorig jaar, Pim Rietbroek die op ontwikkeling van jonge spelers hoopt. Ook hij moet het echter doen met incomplete teams en spaarzaam samenzijn. Hij roept zijn spelers slechts in januari bij elkaar, want in de rest van het jaar overheersen nationale competities. Dat is gelijk de makke voor een goed uitoefenen van zijn functie van bondscoach.

Daar komen de onvermijdelijke blessureproblemen bij. Handbal is een bikkelharde sport; er verkeren altijd wel wat spelers in de oplapfase. Dit jaar zijn dat Van Olphen, Schmetz en Schilder, drie basisspelers. Na de eerste ontmoeting tegen Oostenrijk kwam daar Klemann nog bij.

Vaak ook blijkt dat spelers in buitenlandse clubdienst gemakkelijker kiezen voor het verenigingsbelang - en daarmee voor hun financiële eigenbelang - dan voor de nationale ploeg. Altijd zijn er wel geruchten, roddels, achterklap over die keuzes. Van Olphen moest zich vorige week in de media al verweren tegen de beschuldiging dat hij niet geblesseerd is, maar kiest voor zijn club Magdeburg.

En Rietbroek? Zijn contract loopt in de zomer af. Hij moet over eventueel verlengen nog met het handbalverbond praten, maar veelzeggend is dat hij vorige week al schermde met een aanbieding uit de Bundesliga. Want ook hij heeft inmiddels de bui gevoeld die iedere bondscoach bij aantreden ziet hangen en ook zijn naam is rijp voor het bondsarchief.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden