Bonnie St. Claire Ik kom vanzelf boven

null Beeld

Bonnie St. Claire, pseudoniem voor Bonje Swart (Rozenburg, 1949) is zangeres. Ze scoorde diverse hits waaronder 'Dokter Bernhard' en 'Bonnie kom je buiten spelen'. Het roddelblad Privé meldde dit voorjaar dat de artieste dood wilde, een echtscheiding overwoog en haar drankprobleem niet in de hand zou hebben. 'Een stuk vol leugens', aldus Bonnie.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Ik ben op een schip geboren, opgegroeid in Amsterdam. Daar liggen mijn roots. Mijn ouders stuurden ons naar zondagsschool maar ik denk dat ze zelf niet precies wisten waar ze in geloofden. Ik ben blij dat ik de Bijbel ken, het is - zoals Peter Koelewijn ooit tegen mij zei - áls het verzonnen is, het best verzonnen verhaal ooit, maar ik heb wel altijd naar de logica erachter gezocht: een zee die ineens doormidden gaat, is dat niet gewoon een tsunami geweest?

Die logica geldt ook voor het buitenaards bestaan. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat wij de enige levende wezens in dit heelal zijn. Marsmannetjes, ja, of gewoon: mensen zoals jij en ik, maar dan op een andere planeet. Ik vind dat zó'n fascinerende gedachte. Als er morgen bij mij achter op het parkeerterrein een ufo landt, stap ik onmiddellijk in. Zo nieuwsgierig ben ik. Waarheen? Geen idee. Misschien wel naar het paradijs... nee hoor, dat is onzin. Ik hou niet van sprookjes; met de realiteit kom je toch het verst.

Met alle respect voor mensen die wél in Hem geloven, maar God kan volgens mij niet bestaan. Er gebeuren te veel dingen die Hij dan had moeten voorkomen. Ieder mens, gelovig of niet, roept: 'God, help me toch', maar ik weet dat God niet helpt. Ik moet het zelf oplossen. Stel dat jij een psychiater bent en ik ga jou vertellen wat ik allemaal heb meegemaakt in mijn leven, wat ga jij dan doen? Al het verdriet uit mijn ziel snijden? Kan toch niet? Nee. Het klinkt misschien heel zelfingenomen maar ik zeg het je toch: ik heb geen hulp nodig. Ik doe het zelf. De laatste jaren heb ik geleerd hoe je met moeilijke dingen om moet gaan. Wil je het weten? Accepteren. Acceptatie is de beste oplossing."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Zingen, ik wilde echt alleen maar zingen. Maar ja, de dingen lopen zoals ze lopen en ik werd een ster. Inmiddels ben ik van het applaus gaan houden. Laatst kwam er een vrouwtje naar me toe dat, bijna huilend, tegen me zei: 'Je maakt mij toch zó blij!' Dat soort dingetjes vind ik prachtig. Of dat er vijfhonderd mensen spontaan hun handen in de lucht steken als ik begin te zingen: 'Zeven jaren, zeven zomers, was ik heel ver weg van jou'. Of dat ze schreeuwen: 'We want more!' Verder hoeft het wat mij betreft niet te gaan, maar ja, je hebt als artiest niet zo veel te zeggen over het beeld dat mensen van je vormen.

Ik ken ook de keerzij. Ik ben op een voetstuk gehesen en ik ben er met dezelfde vaart weer vanaf getrokken. Ik had natuurlijk nooit met die IQ-test mee moeten doen (Volgens 'De Nationale IQ Test', uitgezonden door BNN in januari 2007, had Bonnie een IQ van 52, AV) en ik weet dat ik met mijn drankprobleem ook geen goede indruk heb gemaakt. Ik ben te naïef, te goed van vertrouwen; ik heb me te lang voor gek laten zetten. Aan de andere kant heb ik er ook maling aan. Ik ben de eerste om grappen over mijn imago te maken. Toen ik vorig jaar verhuisde zei ik: 'Ik woon nu echt ideaal. Tegenover de slijter en naast de glasbak.'"

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Laatst had ik ruzie met Anne Jan, mijn man. Wij verschillen nogal van karakter. Ik weet niet meer waar het over ging, hij wilde iets niet toegeven, of beschuldigde mij van iets wat ik niet had gedaan. Op zo'n moment kan ik vreselijk schelden. 'Klootzak,' riep ik, 'klootzak die je er bent!' Verder ga ik niet. Als ik een gvd voel opkomen, maak ik daar snel een potverdorie van."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Als kind had ik een enorme hekel aan de zondag. We woonden hartje Amsterdam, tegen de Jordaan aan, maar die dag was er geen leven. Doodse stilte. Verschrikkelijk. Ik kan er nog steeds niet tegen. Wij woonden vorig jaar nog prachtig aan het water. 's Zomers is het er een feest, met al de bootjes die langs varen, maar in de winter werd ik er gek. Ik wil die rust niet. Het wordt straks, als ik dood ben, al rustig genoeg.

Nu hebben we een huis tegenover de markt. Veel beter zo. Ik heb al tegen Anne Jan, die negentien jaar jonger is, gezegd: 'Als ik tachtig ben, stop me dan alsjeblieft niet in een bejaardenhuis. Neem een vriendin, pies maar een heel eind naast de pot, doe wat je wil, maar laat mij in godsnaam onder de mensen blijven.'"

V Eer uw vader en uw moeder

"Mag het ook andersom? Dat ouders goed moeten zijn voor hun kinderen? Een lieve vriendin - de vrouw van Arie Ribbens, misschien wel mooi voor je verhaal - is wél gelovig en die zei laatst tegen mij: 'Als je het zo bekijkt, heeft jouw moeder dit gebod verbroken.'

Het gaat al jaren niet goed tussen ons, maar dit keer is het helemaal afgelopen. Het begon met dat gedoe, dit voorjaar. In De Telegraaf stond dat ik weer aan de drank was. En dat ik dood wou. Mijn moeder belde op. Ze had gelezen dat ik had gezegd dat ik van mijn internist gewoon mocht blijven drinken. Ik zei dat ik zoiets niet gezegd kón hebben, omdat een dokter dat soort uitspraken helemaal niet mág doen. Ze zegt: 'Je liegt en je hersens zijn aangetast.' Ik zeg: 'Nee mamma, ik lieg niet. En wat die hersens betreft: je bent hier twee weken geleden nog met Fenny' - dat is mijn zus - 'op bezoek geweest. Toen mankeerde er nog niets aan, toch?'

Ze hebben zich altijd met mijn drankprobleem bemoeid. Niet uit bezorgdheid, of uit liefde, maar alleen maar om mij op mijn fouten te wijzen. Kwamen ze weer bij me langs om mij te betrappen en dan zeiden ze: 'We nemen die flessen mee.' Daar werd ik woedend om. 'Van die flessen blijven jullie af!'

Dit keer is mijn moeder echt te ver gegaan. Nadat ze mij voor leugenaar had uitgemaakt, zei ze: 'Ik zie je wel op je begrafenis.' Ze denkt dat ik, door mijn drankgebruik, eerder doodga dan zij. Ze is 84. Ik heb haar een afscheidsbrief geschreven. Ik heb haar nog vele jaren in goede gezondheid gewenst, en geschreven dat ik hoop dat ze veel liefde van de andere kinderen krijgt. Mijn zus trekt altijd partij voor mijn moeder. Mijn broers durven mijn zus niet af te vallen. Nu heb ik met niemand contact meer. Het is heel verdrietig. Het is zo vaak mis gegaan, ik ben steeds degene geweest die het weer goed maakte. De bal ligt nu bij mamma.

Laatst moest ik denken aan wat mijn moeder mij een keer had verteld. Fenny en ik waren nog klein. Mijn zus was stout en kreeg een tik van mijn vader. Toen mijn moeder dat zag, zei ze: 'Als jij mijn kind slaat, sla ik het jouwe!' en ze gaf mij zomaar een knal voor mijn kop. Misschien is het daar wel begonnen: jaloezie.

Ik was dol op mijn vader. Hij is 1995 overleden. Mijn vader was klein, net als ik, maar hij had een fiere houding. 'Denk erom, hittepetit,' zei hij altijd, 'rechtop lopen!' Hij had een zacht karakter, hij was lief, zorgzaam en attent. Hij was trots op wat ik had bereikt. Mijn moeder was, denk ik, eerder jaloers op mijn succes. Ze hield er zelf ook wel van om in de schijnwerpers te staan, ze liftte mee op mijn succes. Ik denk dat ze het niet eens was met mijn echtscheiding omdat ik één klap de luxe kwijtraakte waar zij ook gebruik van had gemaakt.

Ze is geen slecht mens, echt niet, en ze heeft ons goed opgevoed. We waren zo arm als de ratten, maar we liepen er keurig verzorgd bij. Nette armoe, noemen ze dat. We aten vaak bruinebonenstampot, maar ik ben er een grote meid mee geworden -- daar ben ik wel verdrietig om geweest, toen ik met mijn door de drank aangetaste lever in het ziekenhuis lag: ik heb dit lichaam dat zo gezond van start is gegaan, helemaal zelf kapot gemaakt. Ik zeg het je eerlijk: ik heb heel veel fouten in mijn leven gemaakt. Maar ik ben niet de enige. Dat heb ik ook in de brief aan mijn moeder geschreven: 'Mamma, zou het niet voor één keer zo kunnen zijn dat u er naast zit?' Maar ik krijg geen antwoord meer."

VI Gij zult niet doodslaan

"Ik ben zo waanzinnig blij dat de politie mij in 2004 van de weg heeft gehaald, zó blij. Ik had niet kunnen leven met de gedachte dat ik ooit iemand zou hebben doodgereden.

Ik weet niet precies meer wat er gebeurde. Ik had behoorlijk wat glazen port gedronken. Ik reed stap voor stap in een file en ik viel in slaap. Er kwamen twee vrouwen op mij afgestormd: 'Ken je niet uitkijken? Je moet niet zoveel zuipen jij!' Er zat, zeggen en schrijven, één krasje in hun Range Rover, maar goed, zij haalden de politie erbij. Terecht. Mee naar het bureau. Terecht. Toen ik bloed moest laten prikken werd ik ineens, door die drank, heel agressief. Ik weigerde. Dat noemen ze minachting van het hof.

Ik kreeg de hoogste straf. Mijn rijbewijs werd ingenomen, ik kreeg 2500 gulden boete en ik moest de gevangenis in. Gelukkig is die straf omgezet in een taakstraf van tachtig uur. Op zich vond ik dat ook wel reëel, maar ik moest keukens schoonmaken die al schoon waren en ik moest -- nou ja, laat maar zitten, ander verhaal. Ik moet nu ieder jaar een keer naar de psychiater. Hij vraagt steeds hetzelfde. 'Hoe gaat het met u?' 'Goed.' 'Drinkt u nog?' 'Ja, een wijntje bij het eten.' 'Okay, tot volgend jaar.' Krankzinnig, toch? Regeltjes, regeltjes, regeltjes. Je wordt er gek van."

VII Gij zult niet echtbreken

"Ik ging vaak vreemd -- dat heeft mijn echtgenoot nooit geweten - maar ik heb er altijd op gelet dat ik niet verliefd werd op een ander tijdens mijn huwelijk. Ik heb er trouwens één keer op het laatste moment vanaf gezien, dat was... nou ja, ik kan het nu wel vertellen: ik had een enorme klik met Demis Roussos. Ik was gek op die man. Grote beer, mooi gezicht, intelligent, prachtige stem. Als ik een seintje had gegeven, was het ervan gekomen, maar ik was bang dat ik niet levend onder hem vandaan zou komen. Daarom heb ik het niet met hem gedaan.

Ik denk dat vrouwen veel geraffineerder zijn. Als een vrouw overspel heeft gepleegd komt ze vrolijk thuis. Mannen raken in de knoop. Die van mij ook. Ik had geen vent meer thuis. Ons huwelijk was sowieso op, leeg, klaar. Zo saai. Hij was aardig, en ontzettend gezellig, maar er was geen diepgang meer. Ik heb er na veertien jaar huwelijk een punt achter gezet, maar ik weet nog goed hoe ik, toen de dag van de scheiding er aan kwam, begon te twijfelen. Ik zeg: 'Albert, zullen we dit nou echt wel doen?' Hij zegt: 'Jij wou toch scheiden?' Verder niks.

Na de scheiding braken de tien slechtste jaren van mijn leven aan. Ik raakte alles kwijt, ging met slechte mannen - drinkers, belezen maar gestoord - om en ik moest van nul af aan alles weer opbouwen. Toen kwam ik Anne Jan tegen.

Hij drinkt niet, hij heeft een serieus beroep en hij komt ook nog eens uit een beschaafd milieu. We kunnen vreselijk tegen elkaar tekeergaan, dat vertelde ik je al, maar -- nou ja, dat is ook toevallig, daar zal je hem hebben. Mag ik even opnemen? 'Hallo? Daag, ja ik zit hier gezellig in gesprek. Bel je met een reden? O. Love you too. Ben je al in Eindhoven? Okido, dankjewel, love you, okay, doedoe.' Nou, je hoort het: helemaal koek en ei."

VIII Gij zult niet stelen

"Een potje pindakaas. Vergeet ik nooit meer. Ik woonde net op kamers en ik had geen geld. Het spijt me nog altijd, echt waar."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Jan Uriot (Verslaggever van Privé die op 12 april j.l. meldde dat Bonnie St. Claire hem had gebeld om te melden dat ze dood wilde, AV) liegt. Regel één in dit vak: bel nooit zelf de pers, dat is het zwakste wat je kan doen! Hij kwam langs voor een interview. We gingen al een paar jaar vriendschappelijk met elkaar om. Ik hád een rotdag, dat is waar. Problemen met Anne Jan. Ik zei dat ik me wel eens afvroeg of ik nog wel verder wilde met hem. In vertrouwen. Dat werd: 'Bonnie wil scheiden!'. En toen hij me vroeg of ik wel eens aan zelfmoord dacht - ik weet niet meer hoe we daar op kwamen - zei ik dat het me wel mooi leek om, als je oud bent en klaar met je leven, weg te zakken in een diepe slaap. 'Bonnie wil dood!'

Ik wil helemaal niet dood. Als er één is die zijn akelige best doet om in leven te blijven, dan ben ik het wel. Wat schreef hij nog meer? 'Bonnie heeft een terugval!' Ik ben niet eens gestopt met drinken. Het was een stuk vol leugens. Het heeft er voor gezorgd dat ik voor de zoveelste keer problemen met mijn moeder heb gekregen. Peter Koelewijn belde mij op en zei: 'Bon, waarom praat je toch met die lui? Hou daar nou eens een keer mee op.' Hij heeft gewoon gelijk. Ik heb altijd een haat-liefde verhouding met de roddelpers gehad, maar ik denk dat we het woordje liefde nu wel kunnen schrappen."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Er zit een zin in 'Laat me' van Ramses Shaffy die, sinds dat nummer uitkwam, in mijn hoofd is blijven hangen: 'Ik hou van schamel en van duur.' Het had voor mij geschreven kunnen zijn; ik hou van alle facetten van het leven. Ik kan meegaan in luxe en ik kan meegaan in helemaal in de shit zitten. Als ik geld heb ga ik naar de Albert Heijn, als ik geen cent te makken heb loop ik net zo makkelijk bij de Aldi binnen.

Ik kijk op niemand neer en ik ben op geen mens jaloers. Ik heb niets te wensen over. Ja, een reisje met de ufo, da's waar ook. Of: optreden in een ruimteschip! Nog beter. Is dat geen leuke kop voor boven je stukkie? Heeft nog niemand kunnen maken. Grootste wens van Bonnie: optreden in een ruimteschip.

Zonder dollen: het gaat goed met me, ik steek lekker in mijn vel. Mijn drankprobleem is onder controle, ik kan blijven drinken zonder er aan onderdoor te gaan. Ik heb er een hekel aan als mensen zeggen: eens een alcoholist, altijd een alcoholist. Ik bewijs dat het niet zo is, daar mag de wetenschap óók wel eens rekening mee houden. En je mag het best weten: de drank helpt me soms ook door moeilijke tijden heen. Na dat hele gedoe met die Uriot heb ik een week lang stevig gedronken. Gewoon, van ellende. Ik ga niet meer tot het gaatje hoor, maar als het me even te veel wordt is er niets lekkerder dan te verdwijnen in die roes. Jullie kunnen allemaal de rambam krijgen. Opzouten! En maak je maar geen zorgen. Laat me. Ik kom vanzelf weer boven water."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden