Bondsrepubliek kende geen geheimen voor spionagechef

In de vroege ochtend van 9 november is op 83-jarige leeftijd de voormalige spionagechef van de DDR in Berlijn overleden. Duitsland gedenkt hem met gemengde gevoelens.

Veel Duitsers achten Markus Wolf in hoge mate verantwoordelijk voor het leed dat het DDR-regime zijn burgers heeft berokkend. Zij betreuren het dat de leider van de spionagedienst na de val van de Muur er met een voorwaardelijke gevangenisstraf vanaf is gekomen. Met lede ogen hebben zij moeten toezien hoe Wolf in boeken en interviews niet zonder trots en met een genoeglijk cynisme over zijn verleden sprak.

Maar zelfs zijn critici moeten erkennen dat de flamboyante Wolf in zijn vak een grootheid was. ’De beste spionagechef ter wereld’ is hij wel genoemd. Zijn belangrijkste werkterrein, de Bondsrepubliek, kende voor hem nauwelijks geheimen. Hij was er trots op dat West-Duitse geheime stukken eerder op het bureau van de DDR-leiding lagen dan op dat van de bondskanselier.

Wolf heeft zijn werk altijd uit overtuiging gedaan. Van jongs af aan behoorde hij tot de communistische elite. Zijn vader, de joodse arts en schrijver Friedrich Wolf, was kort na de Eerste Wereldoorlog communist geworden. Na de machtsovername door Hitler vluchtte het gezin naar de Sovjet-Unie. Daar verkeerde het in de hoogste kringen en bezocht Markus de beste scholen die Moskou te bieden had.

Wolf keek met genoegen terug op zijn Moskouse jeugd. Hij besefte pas later wat er om hem heen gebeurde. Dat vaders van vrienden in Stalins strafkampen verdwenen, drong destijds niet tot hem door. ’Stalin was voor ons onaantastbaar, wij vereerden hem als een halfgod.’

In het kielzog van de latere partijleider Walter Ulbricht arriveerde hij in 1945 in het door de Russen bezette Berlijn. Daar ging hij in de journalistiek. Hij maakte naam als verslaggever bij de Neurenbergse processen tegen de nazi-leiding. In 1951 kwam hij in het spionagewerk terecht. Al snel werd hij hoofd van het ’Instituut voor Economisch Onderzoek’, de toenmalige deknaam van de spionagedienst. ’De man zonder gezicht’ heette hij in de Bondsrepubliek. Lange tijd slaagde geen West-Duitse spion of journalist erin een foto van hem te bemachtigen.

Wolf is vaak gevraagd hoe hij de contacten van zijn dienst met Israel-vijandige organisaties als de PLO kon verenigen met zijn joodse achtergrond. ’Die contacten dienden het doel, namelijk het terrorisme weg te houden van de DDR,’ zei hij daarover in een interview met de Jüdische Rundschau.

In 1987 nam Wolf definitief afscheid van de dienst. Hij legde zich toe op het schrijven en waagde zich voorzichtig in de politiek. Hij schreef ’De troika’, een veel geroemd boek over zijn overleden broer, de bekende DDR-cineast Konrad Wolf, en diens twee Moskouse boezemvrienden. In dat boek uitte hij schoorvoetend kritiek op het DDR-regime. In 1989 sprak hij op een protestdemonstratie op het Berlijnse Alexanderplein. Hij oogstte bijval met zijn pleidooi voor de Russische hervormer Gorbatsjov, maar kreeg een fluitconcert toen hij zei dat ’de geheime dienst geen kop van jut’ mocht worden.

Wolf heeft de vierduizend spionnen die onder hem dienden altijd in bescherming genomen. De enige keer dat hij in de gevangenis heeft gezeten, was omdat hij weigerde justitie enkele namen van hen te noemen. Na een paar dagen was hij weer vrij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden