Bondscoach Wiel gelooft nog in basketbalploeg

HAARLEM - De dramatiek rond het Nederlandse basketbal is de bondscoach van het mannenteam niet ontgaan. Maar om nou te zeggen dat hij in North Carolina heeft zitten beven en jammeren is rijkelijk overdreven.

Randy Wiel deelt het ingenestelde pessimisme namelijk niet. Roept de een dat iets fouts moet worden afgebroken, voorziet de ander dat de dag nabij is waarop ze zelfs in Luxemburg beter dunken, Wiel ziet licht aan het eind van de tunnel. Ja heus. Light at the end of the tunnel.

De Nederlandse Amerikaan giechelt, als hij een verbaasde blik ontmoet. Hij heeft net spotternijen van een enkele international ( "Kijk, papa kan bij de ring" ) getolereerd en nu moet hij zich verantwoorden voor zijn vrolijke visie op de sombere sport. Terwijl hij de houten vloer aankijkt, komt een grote groep spelers de zaal in stappen voor weer een training, en dan weet hij het. "Het licht zijn deze jongens. Ze vormen een heel sterke eenheid. Als ze een paar jaar bij elkaar blijven, gaat het spel met sprongen vooruit. Ze willen graag, ze hebben spirit, ze zijn geen robotten en ze kunnen allemaal scoren. Dat is een luxe. Als de bond niet te vaak van coach wisselt, zal het team zich verrassend verbeteren. Er is alleen geduld geboden. Veranderingen en verbeteringen voer je niet even snel door, die bouw je op, anders raken de spelers de kluts kwijt."

Met zoveel woorden bevestigt Wiel meteen maar dat hij ervoor voelt zijn contract met de Nederlandse Basketbalbond (NBB) te verlengen tot een nader te bepalen jaar. Dit getuigt van moed, want vanaf zijn debuut (13 november 1991 Nederland-Belgie, het eerste kwalificatieduel voor het EK van 1993) is ergernis een ongewenste hobby geworden. Enkele eerder opgetekende frasen: "Een schotpercentage van 36? Een voordeel, slechter zul je het niet vaak doen." Hij zei het na de 65-59 overwinning op de Belgen in Den Helder. "Iedere dag is er wel wat. Ik word er goed ziek van." Zo luidde zijn commentaar tijdens de voorbereiding op het pre-Olympisch toernooi in Badajoz, Spanje. Gedurende het evenement dat voor Oranje, minus de late overwinningen op Engeland en Rusland, reddeloos verloren ging, merkte hij nog op: "Ik zie spelers de bal weggooien en 'sorry' zeggen. Ze gaan dan door alsof er niets aan de hand is. Dat komt in mijn manier van denken niet voor." En: "Het zijn geen atleten. Ze moeten werken. Werken en hun mond houden." Weer thuis in de Verenigde Staten heeft hij nagedacht of het zo verder kon. Een dag of drie trainen, een paar interlands coachen en ieder gaat weer zijn eigen weg. "Niet ideaal." Vier maanden heeft hij de zin van zijn freelance trainerschap tegen het licht gehouden. De voorbereiding van North Carolina startte begin november, de periode dat hij voor bondscoach moest spelen. Opvallend genoeg vond zijn werkgever dat Holland prioriteit genoot. "Okay" , sprak hij zichzelf toen toe. "Ik geef niet op." Opgefrist toog hij vervolgens naar Nederland voor de tweede kwalificatie-cyclus Belgie (Queregnon is vanavond het toneel van de 50e derby), Tsjechoslowakije (zaterdag in Amsterdam) en Turkije (woensdag in Den Bosch). Na een overwinning en twee nederlagen veronderstelt Wiel dat twee zeges toereikend zijn voor de eindronde in 1993, het zeventiende EK waar Oranje dan aan mee zal doen.

Turbulentie bleef hem tussen New York en Amsterdam bespaard, maar in de aankomsthal voorspelde de frons van de NBB-delegatie meteen weer Hollands snertweer. Wiels oogappel, de clubloze spelverdeler Raymond Bottse, bleek zich te hebben teruggetrokken. Had hij dat niet gedaan dan waren Cees van Rootselaar, Okke te Velde en Tico Cooper, drie basisspelers, in Den Helder gebleven. Ze waren woest geweest dat Bottse, de eigenzinnige, veel speelminuten kreeg en Van Rootselaar dikwijls op de bank zat, vandaar het ultimatum. Wiel vergelijkt hun daad luttele dagen later met een staatsgreep, een coup d'etat, maar heeft er vrede mee. De drie zijn niet weg te denken, dus wat zou hij op strepen gaan staan. "In Amerika kiest elke coach wat hij nodig heeft. Daar zijn zoveel goede spelers. Is er eentje die niet wil, een ander is nog beter. In Nederland is de groep waaruit je kan kiezen wat kleiner. Zes spelers zijn de top, tien anderen zijn goed. Dat is het, heel overzichtelijk. Er komt geen nieuwe bij. De komende jaren moet Nederland het met deze selectie doen. Ik hoor wel nieuwe namen, maar er zijn geen nieuwe toppers."

De 53-voudig Nederlands international beseft dat hij hiermee een oud, gevoelig liedje zingt en ziet af van verdere discussie in mineur. Als vertrouwensman en assistent van Dean Smith, de vermaarde coach van het even vermaarde universiteitsteam North Carolina, is hij Nederland te zeer ontgroeid om adviezen te verstrekken. Wiel heeft zijn oordelen, en of hij die heeft, maar zijn voorkeur gaat uit naar oppervlakkigheid.

Maar als hij tendensen even vluchtig koppelt aan oorzaken en wereldse gemeenplaatsen, raak je er al snel van overtuigd dat basketbal in Nederland leeft bij de gratie van oppervlakkigheid. Waarom was het peil in de tijd van Wiel en Leiden zoveel hoger? Omdat de inbreng van Nederlandse Amerikanen nu ontbreekt. Waarom is er zo weinig talent? Omdat er geen geld is voor goede jeugdprogramma's. Waarom gaat het alleen in Nederland zo slecht? Het gaat in veel landen minstens zo slecht. Het gaat overal slecht met basketbal waar kinderen natuurgetrouw tegen een bal schoppen als ze er een in hun handen krijgen. Bij weten van Wiel zijn ze hier nog constructief in vergelijking met bolwerken als Kroatie en Rusland en al die andere Europese subtoppers. "Geef het alleen een keer de tijd. Wacht een jaar of tien. Dan pas zie je of plannen succes hebben."

Wachten. Jan Chris Herweijer krijgt een rolberoerte als hij het hoort. De voorzitter van de Topsportliga, overigens zeer tegen de zin van de andere bestuursleden, maakt eind deze maand een halszaak van zijn notitie 'Bouwen aan een gefundeerde toekomst'. Daarin overweegt de advocaat zelfs spelregels te wijzigen om basketballers op te leiden tot spektakelmakers. Dat gaat Randy Wiel bepaald te ver. Dat in de NBA afwijkende reglementen gelden, het zij zo, maar daarom hoeven ze in die bordpapieren Nederlandse eredivisie het verdedigen nog niet achterwege te laten. "Ongepast" , vindt Wiel de gedachte. "Not done." In het ergste geval verlies je er zelfs aansluiting met Belgie, Tsjechoslowakije en Turkije door. "Amerika wint ook het volgende Olympische basketbaltoernooi. Het zal geen Dreamteam zijn, maar een ploeg met relatief onbekende NBAprofs. Ze zullen weer met grote cijfers winnen. Het verschil is zo groot. Natuurlijk zien de dunks van Jordan er mooi uit op Eurosport, heel mooi. Maar Nederland is een klein land, en qua basketbal heel beperkt. Er zijn hier geen atleten, spektakel zou tegen alles in gaan. Je moet internationaal aansluiting zien te houden. Daarom ga ik van de verdediging uit. Met balletjes schieten versla je geen goede teams, je hebt structuur nodig."

Protserig

Onderwijl pulkt Wiel aan een protserige ring, waarin staat gegraveerd dat North Carolina de final four heeft bereikt, de halve finales van de Amerikaanse college-competitie. Zo'n sieraad wekt respect. Een deel van Oranje mag hem afstandelijk vinden, zijn kennis van het spel kun je onmogelijk in twijfel trekken. Wanneer hij beweert dat balverlies een sportieve misdaad is, heeft het geen zin je te verschuilen achter het gezegde: moet kunnen. "Passen is een van de fundamentals. Kun je het niet, ga ijshockeyen. Het vele balverlies irriteert me. Je merkt aan alles dat coaches er niet constant op hameren. En je verslaat jezelf ermee. Het is vaak pure nonchalance. Als je in Amerika ballen weggooit, speel je niet. Een coach wil ook rustig op de bank zitten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden