Bondscoach Ronald Koeman triomfeert als de trainer van de prestatie en het resultaat

Coach Ronald Koeman (R) en Ryan Babel tijdens de wedstrijd tussen Nederland en Duitsland.Beeld AFP

Er groeit iets bij Oranje aan de hand van prestatie/resultaattrainer Ronald Koeman. Dat woord verloor zijn negatieve lading op de avond van de 3-0 zege op Duitsland.

Ja, de zege was historisch: 3-0, wat een cijfers. Vertekenende cijfers, dat wel, maar ze gaan toch maar mooi de boeken in, en met zulke cijfers had Oranje nooit eerder van Duitsland gewonnen. Maar zat het historische zaterdagavond 13 oktober 2018 niet meer nog in iets anders, iets diepers?

Bondscoach Ronald Koeman triomfeerde als de trainer van de prestatie, van het resultaat – de trainer die hij al zo’n twintig jaar is, na een speler – en wat voor één – van de prestatie, van het resultaat te zijn geweest. Prestatie, resultaat, lang hadden die woorden in Nederland een negatieve klank: te kil, te klinisch in een land dat zwoer bij zijn voetbalschoonheidsideaal. Lang, te lang, waren er bedenkingen bij Koeman. In 2014, hij stond te trappelen, mocht hij geen bondscoach worden.

Resultaat

Nu klautert Oranje aan zijn hand op. Wat doet hij? Hij zegt dat er gepresteerd moet worden, dat er resultaat moet worden gehaald. Hij predikt dat je je in wedstrijden vast moet bijten, ook en vooral als je minder bent, en dat er dan altijd weer een kans kan komen – hoeveel van die wedstrijden heeft hij al niet gespeeld? En zie: Nederland is grote delen van de wedstrijd minder dan Duitsland, maar het houdt stand, bepaald niet altijd even gemakkelijk, en uiteindelijk komen de counterkansen, komt de prestatie, het zelfs florissante resultaat.

Een blik vooruit. De geschiedschrijving van het Nederlandse voetbal zal melden dat op zaterdag 13 oktober 2018 het woord prestatie/resultaattrainer hier dan toch ook zijn negatieve lading verloor – dat zal het diepere historische van de avond zijn.

Hoor Koeman na de wedstrijd: zo reëel, zo helder, zo scherp. In het begin van de tweede helft – 1-0 voor Oranje, Duitsland moet komen en komt – is er niet ‘één gedachte’, oordeelt Koeman. Niet iedereen, bedoelt hij, beseft dat het alle hens aan dek is, dat er nu even alleen maar volop verdedigd moet worden. De Duitsers dreigen, invaller Sané krijgt een grote kans. "Een elftal moet aanvoelen wat kan en niet kan", kapittelt Koeman.

Ronald Koeman en Rafael van der VaartBeeld ANP Pro Shots

Natuurlijk is hij trots, en daar heeft hij genoeg reden toe. Er groeit iets. Van Dijk en De Ligt zijn centrumverdedigers met de lichaamsbouw die tegenwoordig is vereist. Frenkie de Jong kan, vóór hen, het spel vormen. Aanvaller Depay wordt beter, toch iets minder labiel. En toch zegt Koeman, na zo’n avond van jubel, wat hij zegt: dat er meer één gedachte moet zijn en dat zijn elftal nog niet aanvoelt wat kan en niet kan.

Hij is streng, maar rechtvaardig, had aanvoerder Van Dijk eerder in de week over Koeman gezegd. Of hij dit, klip en klaar, op een avond als deze al tegen zijn spelers had gezegd, was nu de vraag. Koeman grijnst, altijd weer die grijns. "Heel kort", zegt hij. "Ik vond het niet gepast, vond bijna dat ik het niet mocht zeggen. Maar het past bij de ontwikkeling, bij de groei van een elftal. We zullen het ze laten zien. Dan kunnen we mooie dingen laten zien, maar ook dingen die beter moeten, als je echt wilt wedijveren met de beste van Europa."

Gelijk

Hij gaat nog verder. Koeman wordt geconfronteerd met het commentaar van de Duitse verdediger Hummels, die had gezegd dat Duitsland beter was. Koeman zet zich niet af. Hij geeft de Duitser grotendeels gelijk: ze hebben goede kansen gehad – hij zal vooral denken aan die van Müller, los van Blind, bij 1-0 in de slotfase van de eerste helft. Maar het is wel 3-0, zegt hij steels.

Op het veld ging dat zo: Van Dijk kopte de bal in (1-0), nadat Babel hem al op de lat had gekopt, en in de slotminuten kon Oranje counteren, met treffers van Depay (2-0) en Wijnaldum (3-0). In de geest ging het zo: Oranje speelde naar de aard van zijn coach, zo goed en zo kwaad als dat ging dan, in dit stadium. Nog niet volledig naar zijn wens, en dat liet hij ook weten, maar de ploeg plooide zich naar de tegenstander, naar de wedstrijd, moest dat ook wel. Het begin was niet goed, een fase in de eerste helft na het eerste doelpunt wel, en in de tweede helft moest er verdedigd worden, waarvan met wat vertraging iedereen doordrongen was.

Onwrikbare visie

Lang, heel lang, is de vraag geweest wat de visie van Koeman is – of hij er één heeft. In Nederland moet een trainer een visie hebben, liefst een onwrikbare. Koeman heeft zijn hele voetballeven in lijn van de wedstrijd gedacht: je bent eens beter, je bent eens minder, de tegenstander doet ook mee. Natuurlijk speculeerde hij op verval, na het mislukte WK, bij Duitsland. Die ploeg mist bovenal offensieve verfijning, is sleets in andere linies. Het is mooi als die volgens de voetbalmode kan worden vastgezet, zoals in de goede fase voor rust lukte, en als het niet kan (het is nog steeds wel Duitsland), moet daarnaar worden gehandeld.

En dan zulke cijfers, die geven een boost. Er waren, ingezoomd, momenten om op te slaan: de tackle waarmee De Ligt een voorzet van Sané voorkwam, de nijvere De Roon die uiteindelijk Kroos van de bal liep, ja zelfs de vaak weke Blind die Draxler afblufte. Het deed denken aan de brutaliteit van het prille Ajax waarmee Koeman betere tegenstanders als Olympique Lyon en Valencia bedwong en in 2003 tot de kwartfinale van de Champions League reikte, zoals in zijn nog korte tijdvak al meer daaraan doet denken.

Het zal nog niet altijd goed kunnen gaan, het zal niet altijd zo kunnen meezitten. Maar een wending in voetbaldenken tekent zich af, voor de geschiedschrijving. Tegelijkertijd schrijnt de pijn, de pijn van het gevoel dat Koeman Nederland voor veel had kunnen behoeden, als hij in 2014 maar bondscoach had mogen worden. Te subjectief misschien, zoiets, voor de geschiedschrijving, maar het gevoel laat zich niet onderdrukken: het schrijnde al en het zal nog vaker schrijnen.

Degradatie dreigt voor Duitsland

Voor Duitsland, dat dinsdag in Parijs Frankrijk treft, dreigt na de 3-0 nederlaag tegen Oranje plots degradatie uit de hoogste divisie van de Nations League. In Amsterdam kwamen zaterdag beelden terug van het mislukte WK: de ineens lompe verdediger Boateng, te weinig vernuft op het middenveld, de dolende Müller, de draver Werner voorin met nota bene Uth, die in Nederland voor Heerenveen en Heracles uitkwam.

"In het eerste half uur hadden we de wedstrijd onder controle", zei bondscoach Löw. "Maar na het doelpunt zag je dat er door eerdere resultaten te weinig zelfbewustzijn is. We gaan voor een punt tegen Frankrijk en dan moeten we winnen van Nederland om degradatie te voorkomen."

Lees ook:

Koeman leert Oranje alle kansen uit te buiten

Oranje is weer op de goede weg, zeggen bondscoach Koeman en de spelers graag in koor. De herinneringen gaan terug naar vijftien jaar geleden, naar wat Koeman toen met Ajax deed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden