Bondgenoten als werkgever in de knoei

Het hoofdbestuur van FNV Bondgenoten stapt op. Het lukt maar niet de financiën op orde te krijgen. Een nieuwe ingreep is onafwendbaar. Alleen een nieuw bestuur moet de klus klaren.

AMSTERDAM,UTRECHT - Begin 1998 was het groot feest in de gelederen van de Dienstenbond FNV, de Industriebond-, de Vervoers- en de Voedingsbond FNV. De vier gingen na een slepend fusieproces op in Bondgenoten, in één klap veruit de grootste bond van Nederland. Vanaf de oprichting kwamen echter de financiële problemen. Nu, ruim vier jaar later, is het nog steeds niet gelukt een jaar af te sluiten zonder miljoentekorten. Bij vele ingrepen moesten de werknemers van de werknemersvereniging veren laten om nu te constateren dat het nog altijd niet voldoende is. Het bestuur, onder leiding van voorzitter Hans de Vries, trok afgelopen week zijn conclusie. Als triest hoogtepunt in de Bondgenotenmalaise gooit het nu de handdoek in de ring. De vraag is hoe het kan dat een organisatie, waarin jaren van ervaring in vakbondsmanagement op vrijwillige basis zijn samengegaan, het voor elkaar krijgt om zelfs na vier jaar nog steeds geen sluitende begroting te hebben. Bij de fusie had Bondgenoten ruim 230 miljoen euro in kas. De tekorten, opgeteld met verliezen op beleggingen, hebben die kas laten leegstromen tot zo'n 180 miljoen euro. Nog steeds ruim, ware het niet dat 170 miljoen euro de bodem is. Voor dat laatste bedrag zijn nieuwe kantoren aanbesteed. Dit jaar had het verlies maximaal 4,5 miljoen mogen zijn, maar duidelijk is dat de gestelde grens niet wordt gehaald.

Drie elementen hebben een belangrijke rol gespeeld op weg naar de huidige bestuurscrisis. Ten eerste is Bondgenoten vrolijk geldstrooiend van start gegaan. Maar goed, de snel rijzende problemen maakten dat daar spoedig een einde aankwam. Ten tweede boekten bezuinigingen te weinig succes doordat ze te behoudend waren en daardoor gemakkelijk teniet werden gedaan door nieuwe tegenslagen.

Ten slotte, het wellicht belangrijkste probleem: Bondgenoten kan maar moeilijk een balans vinden tussen het geven van een goed voorbeeld aan de werkgevers in Nederland en de eigen werkgeversrol. Neem het pensioenstelsel van de megabond met krap een half miljoen leden. In 2000 werd besloten tot een eigen pensioenfonds, kort voor de malaise op de beurs. Een bond die werkgevers en hun organisaties bij voortduring wijst op sociaal beleid kan natuurlijk zelf niet achterblijven. Het werd een wel zeer riant pensioenstelsel: premievrij, uittreden op je zestigste en 'natuurlijk' een pensioenuitkering gebaseerd op het eindloon.

Bij de onderhandelingen voor de de nieuwe cao voor het personeel van Bondgenoten, zit Bondgenoten-werkgever al sinds december zonder resultaat tegenover Bondgenoten-werknemers. Het bestuur wil een versobering van het pensioenstelsel en een zeker geen loonsverhoging. ,,Verhoging zal onvermijdelijk leiden tot tientallen ontslagen'', legt een woordvoerster de bestuurswens uit. De werknemersdelegatie is zich bewust van de noodzaak tot een nieuwe ronde van ingrepen, maar weigert hierover met het oude bestuur te onderhandelen. Dat heeft gefaald en moet dus aftreden. Die slag hebben de werknemers gewonnen.

Ook als het gaat om afvloeiing van personeel kan de bond zich op de borst slaan. De regelingen waarmee overtollige mensen konden vertrekken, zijn riant en uit vakbondsoogpunt een voorbeeld voor alle werkgevers. Maar voor de bond als werkgever zijn ze een 'financiële molensteen'.

Ook het personeelsbeleid voor de resterende 800 werknemers is voorbeeldig. De verlofvormen waar de bond bij werkgevers voor pleit, zijn in eigen huis 'natuurlijk' al lang ingevoerd. Helaas missen al die dure regelingen wel hun effect: het ziekteverzuim is hoog bij Bondgenoten, zo'n tien procent. En dat leidt tot hoge rekeningen voor uitzendkrachten die het verzuim moeten opvangen.

En dan is er nog het probleem van de FNV Ledenservice. Per lid legt Bondgenoten ruim zestig euro toe op de diensten die ze verleent. De contributieverhoging die vorig jaar werd bedacht, kon daar weinig aan helpen. Een hogere bijdrage vragen aan de leden van tien procent is netjes. Alleen is het geen bijdrage die wezenlijk iets doet aan het miljoenentekort.

In het najaar moeten de leden en het personeel van Bondgenoten een nieuw bestuur kiezen. Wil de nieuwe club de kas op orde brengen, zoals een deugdelijke werkgever betaamt, dan moet het voor even vergeten dat het om een vakbond gaat. Een ondankbare taak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden