Bonden bouwen piramide op vermolmde palen

Er is een tijd geweest dat topsport in het algemeen en die in de DDR in het bijzonder in Nederland werd verfoeid. Het kan verkeren. Nu ligt er een plan op tafel dat de ambitie van het roemruchte Oost-Duitse systeem evenaart. Althans waar het om het winnen van medailles gaat.

82 is een getal dat de Nederlandse sport nog lang zal achtervolgen. Dat is de keerzijde van de degelijke inventarisatie van kwaliteiten en gebreken van de Nederlandse topsport en de daaraan gekoppelde ambities die vorige week werden gepresenteerd. En waaraan (voorlopig) een prijskaartje hangt van viermaal het huidige budget.

82 is de som van de ideale olympische medaillescore die alle Nederlandse sportbonden samen in 2020 hopen te bereiken. Het is een ambitie die Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC-NSF, aangenaam verraste. Onbedoeld wordt de toptienambitie ermee overgeslagen, een totaal van 82 prijzen is meestal goed voor de topdrie in het olympische medailleklassement.

In alle toonaarden is op de analyse en het bijbehorende verzoek om forse overheidssteun gereageerd. Goed voor de maatschappij, doen! Of: topsport is een particuliere bezigheid, die betaalt zichzelf maar. Van prijzenswaardig, dapper en realistisch tot luchtfietserij.

Die laatste discipline staat niet op het olympische programma en kwam in het vocabulaire van de DDR dus niet voor. Oost-Duitsland won van 1968 tot en met 1988 tijdens slechts vijf zomerspelen 409 medailles, waarvan 153 gouden. Afgerond is dat gemiddeld 82. Daarmee staat de niet meer bestaande republiek nog stevig op de achtste plaats van het medailleklassement allertijden, acht plaatsen boven Nederland, dat van 1900 tot en met 2008 vrijwel altijd deelnam.

De DDR bestempelde topsport tot belangrijkste propaganda- en exportproduct dat 15 procent van de staatsbegroting opslokte. In korte tijd stond er een ongeëvenaard selectie- en opleidingssysteem vanaf de lagere school en opleidingsinternaten, geflankeerd door alle benodigde wetenschappelijke begeleiding. Een centraal geleid en voor sporters verplicht dopingprogramma was binnen deze ‘lichaamscultuur’ het doorslaggevende toefje op de taart.

Niets van dat alles wil of kan de Nederlandse sport aanwenden voor het slagen van haar droom, de gelijke van de DDR zijn. Om met geld te beginnen. Charles van Commenée, Hendriks’ voorganger, becijferde vlak voor de Spelen van Peking in deze krant dat minder dan één procent van het VWS-budget naar sport gaat. Met een paar procentjes meer zou Hendriks al dolblij zijn.

Op sportmedisch gebied loopt Nederland volgens Hendriks mijlenver achter op de concurrentie. Cees Vervoorn, directeur van ALO Amsterdam en duizendpoot in de sport, voelde zich weer eens genoodzaakt op te roepen tot de verplichte twee tot drie uur gymnastiek per week in lager en voortgezet onderwijs. Hij vindt dat samenwerking tussen onderwijs en sport de pijler onder de Nederlandse ambities moet zijn.

Al decennia woedt deze discussie. In de beslissende levensfase missen Nederlandse kinderen de kans hun natuurlijke bewegingen te ontwikkelen en dat doet zich juist in dit passieve computertijdperk voelen. Voeg daarbij de wetenschap dat wegens geldgebrek talentontwikkeling min of meer is afgeschaft en de conclusie dringt zich op dat gebouwd wordt aan een piramide op vermolmde palen.

Zonder ambitie geen succes in topsport, maar de Nederlandse bonden lijken zich in hun ambitie voorbij te hollen. Waarbij de gedroomde 82 medailles een nogal bizarre afspiegeling vormen van de praktijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden