Bomen horen niet oud te worden langs de Missouri 'Deze zomer waren er overstromingen in Georgia en Texas. Dat is wat we nodig hebben' GEOGRAFIE

Een jaar geleden joeg de Maas Nederland even de stuipen op het lijf. Anderhalf jaar geleden joeg de Mississippi duizenden Amerikaanse burgers en boeren uit de bedding die ze als hun droge thuis waren gaan beschouwen. De overstromingen van 1993 zinderen nog steeds na. Onder de bestuurders, die nog druppelsgewijs de in de eerste paniek bestelde studies binnenkrijgen. En onder wetenschappers uit allerlei vakgebieden, die met het regenwater een onverwachte mogelijkheid tot experimenteren uit de hemel zagen vallen.

“Ik doe al heel lang onderzoek naar overstromingen”, zegt Graham Tobin, hoogleraar geografie aan de universiteit van Minnesota in Duluth en leider van het onderzoek Het modelleren van het gemeenschapstype in gevaarlijke omgevingen: overstromingsrampen. “In Engeland, waar ik vandaan kom, heb je ze niet zoveel, maar toch ging mijn promotie-onderzoek er wel over, in Schotland. Hier in de VS is dat al maar doorgegaan.

Van zijn onderzoek naar het welbevinden van bewoners van overstroomde gebieden in Iowa en Missouri is tot nu toe alleen de meest eenvoudige analyse gepubliceerd. Weinig verrassende resultaten als dat tien procent van de steekproef eind 1993 nog zeer angstig en gestresst was en 28 enigszins. Of dat problemen met geestelijke of lichamelijke gezondheid vóór de overstroming goede voorspellers zijn van verhoogde stress erna.

Maar er zijn ook genoeg uitslagen die aardige vragen opwerpen. Ouderen vertonen bijvoorbeeld niet bijzonder veel méér stress dan jongeren. Terwijl wie om wat voor reden dan ook zich slecht kan voortbewegen, achteraf nog doodzenuwachtig is van dat oprukkende water. Is het omdat ouderen dat vaker hebben meegemaakt? Mis, als je de groep van 'meer getroffenen' eruit haalt, zie je geen verschil.

Een andere vraag die in wetenschappelijke kring speelt is, of een oudere zich in roerige tijden gesteund voelt wanneer er veel ouderen in zijn omgeving zijn. Maar dat peer support effect heeft Tobin ook niet kunnen vaststellen.

Er is nog zoveel uit te zoeken. “We hebben onze vragen gesteld aan mensen uit een stad en uit een dorp: Des Moines in Iowa en Hartsburg, Missouri. In Des Moines was de drinkwatervoorziening overstroomd. Stel je voor: een stad van 250 000 inwoners waar negentien dagen geen water uit de kraan komt. En in Hartsburg was het helemaal erg: daar was de hele binnenstad overstroomd, de schade was zo enorm dat nu nog niet alles is hersteld.”

Dat is iets waar Tobin in wat grondiger papers op in wil gaan: het verschil tussen een gewone ramp en een echte: “Dat is belangrijk voor hulpverleners. Je moet bij zo'n gebeurtenis kiezen wie je het eerst helpt. En voor het latere welbevinden van de slachtoffers kan het nodig zijn dat je eerst naar diegenen toegaat voor wie er niet zomaar een ramp, maar een catastrofe aan de gang is, ook al lijkt hun belang op het eerste gezicht kleiner.”

Voor zijn onderzoek naar de gebeurtenissen in het Midden-Westen kon Tobin teruggrijpen op onderwerpen en vragenlijsten van eerdere overstromingen, want elk jaar is hij wel ergens te vinden waar een rivier buiten zijn oevers is getreden. Er is in de VS een hele infrastructuur voor rampenonderzoek, die gecoördineerd wordt vanuit Boulder, Colorado. Daar vinden regelmatig conferenties plaats waar onderzoekers uit verschillende vakgebieden verslag doen van de laatste aardbeving of vloedgolf.

Boulder, voluit het Natural hazards research and information center, is voor Tobin ook een belangrijke bron van 'snel geld': “Een aanvraag voor onderzoeksgeld indienen bij de National science foundation duurt veel te lang. In Boulder kun je quick response grants aanvragen. Je legt uit dat je overstromingsonderzoek wilt doen, wat je wilt doen en hoeveel het kost. Je krijgt je grant. Dan wacht je op een overstroming, je belt even, ze kijken of ze het op dat moment in kas hebben en je kunt op het vliegtuig stappen.”

Over het algemeen vond Tobin de stress onder de bevolking van de getroffen rivierstaten wel meevallen. “Maar er is wel een hoge graad van ontevredenheid over ze. Ze doen niet genoeg, ze doen het verkeerde, ze helpen de buren wel en mij niet. Dat is een gebruikelijke houding bij rampen. Maar er is wel aan tegemoet te komen. Het federale agentschap dat de hulp in dit soort gevallen coördineert, de FEMA, heeft een paar jaar geleden veel kritiek gehad op de manier waarop de verschillende groepen van de bevolking werden benaderd. Nu gingen ze naar Spaanstalige gemeenschappen met Spaanse boodschappen. Dat wordt gewaardeerd.”

Maar veel belangrijker dan wat de FEMA door onderzoeken als het zijne leert over het kleinschalige menselijk handelen na een overstroming, is volgens Tobin wat de VS leren over hun grootschalige handelen in de bedding van de Mississipi en de rivieren die haar voeden. “Door het steeds maar uitbreiden van de steden zijn we zo langzamerhand op de uiterwaarden komen te wonen. En nu merken we dat je daar natte voeten kunt krijgen.”

Terwijl in Nederland op een enkel dijkdoorbrekend project als Grensmaas of Blauwe kamer na vooral dijkverhoging op de agenda staat, is in de VS vorig jaar serieus besproken of al die doorgebroken dijken wel weer herbouwd moesten worden.

David Galat, hoogleraar aan de universiteit van National biological survey en de universiteit van Missouri, doet daar volop aan mee als wetenschappelijk adviseur van de Amerikaanse tegenhanger van de commissie Boertien.

“Ons rapport kwam erop neer dat je de dijken niet meer moet opbouwen waar ze stonden, omdat ze dan bij het volgende hoogwater weer breken en de regering weer moet betalen. Je zult ze verder van de rivier moeten zetten. In het Congres is daarna wetgeving ingebracht die dat bijna letterlijk overnam. Maar we hebben nu verkiezingen gehad, die grote veranderingen hebben gebracht. . .”

Ondertussen hebben de dijkenbouwers van de VS, het US Army Corps of Engineers, niet stilgezeten. Dijk na dijk is alweer verrezen, precies op de plaats waar hij stond. Logisch en niet echt teleurstellend, vindt Galat.

“Natuurlijk, niemand heeft op dat rapport gewacht, en er zijn vanzelfsprekend allerlei belangengroepen ter plaatse bezig die alleen maar hun dijken terugwillen. Dus zijn die er gekomen, naar ik heb begrepen alleen al in Missouri voor vijfentwintig miljoen dollar. Niet dat die de volgende keer wel blijven staan, hahaha!”

“Maar ondertussen gebeurt er van alles. Het Corps of Engineers is zijn bedrijfsfilosofie heus wel aan het heroverwegen, het kost gewoon een hoop tijd. En her en der in het land wordt echt wel geleerd van deze ervaring. Er zijn hele stadjes verhuisd. En als we het dreigen te vergeten, dan zijn er wel weer nieuwe overstromingen, zoals deze zomer in Georgia en Texas. Dat is wat we nodig hebben.”

Hoe het dan wel moet, daarvoor kijkt de Amerikaan - zowaar, hoor je hem denken - naar Europa. “Daar is het omgaan met de rivier al veel langer aan beperkingen onderworpen. De Rhone is voor de wereld een voorbeeld van het herstel van de uiterwaarden van een rivier, van het doorgaan met het gebruiken van die produktieve zone, voor landbouw met name, maar zonder te doen alsof we technologisch nu zover gevorderd zijn dat we ons van de rivier niets meer aan hoeven te trekken.”

Het failliet van die laatste gedachte onderzoekt hij als bioloog. De overstromingen hebben de kracht van de rivier getoond: er zijn enorme natuurgebieden weggevaagd, maar nog veel veel meer hectaren wetlands nieuw gemaakt en wel zo grondig, dat de ploeg zich daar voorlopig niet meer zal wagen.

“Normaal treedt een rivier heel vriendelijk buiten zijn oevers, maar als er een dijk doorbreekt, graaft het losbrekende water op die plek een geul van een meter of vijftien diep. En verderop, waar het uiteindelijk tot rust komt, laat het enorme hoeveelheden zand achter. Niet alleen uit dat gat, dat hebben we uitgerekend, maar ook uit de bedding. Er zijn gebieden waar nu een meter zand overheen ligt.”

Nieuwe zandbanken en nieuwe moerassen: nieuwe plaatsen waar dieren en planten terecht kunnen voor voedsel en voortplanting. Galat gaat over de vissen. Niets is beter om de structuur van een ecosysteem te doorgronden dan een ramp die het noodzaakt zich weer opnieuw op te bouwen: “Het is net zoiets als de St. Helens. Die vulkaan was een maanlandschap toen hij was uitgewoed. En nu: een schitterende plantengemeenschap.”

Zo'n grote overstroming herstelt het rivierlandschap weer in de staat die het behoort te hebben: die van een ecosysteem dat voortdurend in de jonge stadia van de biologische successie verkeert. Bomen horen niet oud te worden langs de Missouri.

En de dijken mogen er dan grotendeels weer staan, Galat pak je niet af dat de oude bomen voorlopig weer weg zijn. De volgende overstroming komt namelijk heus wel, en dan moet bovendien het nieuwe beleid er zijn, dat in ieder geval langs grote stukken van de rivier de natuur haar kans geeft, ook in het belang van de bebouwde stukken.

“Maar dat duurt een jaar of tien. Het kost nu eenmaal veel moeite, dat zal bij jullie ook wel zo zijn, mensen ervan te overtuigen dat een overstroming een goed ding is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden