Bomans onder politiebescherming

De algemene indruk bestaat dat er sinds een klein aantal jaren in Nederland een geprikkelde stemming is ontstaan en een neiging hatelijk te reageren waar verdraagzaamheid geboden zou zijn. De ruime tolerantie waarom ons land doorgaans werd benijd en geprezen is in de publieke sfeer moeilijk meer terug te vinden.

Misschien moeten we met dat oordeel toch wat voorzichtig zijn. In de achter ons liggende decennia is er zeker sprake geweest van een opvallende mate van verdraagzaamheid, maar over een langere historische periode gerekend blijken er van tijd tot tijd heftige tegenstellingen te zijn uitgevochten, vergezeld van buitengewoon krasse taal.

Neem als voorbeeld het bijzonder onderwijs waar een minderheid een paar jaar geleden in de VVD bezwaar tegen aantekende. Dat gebeurde onomwonden maar onvergelijkbaar milder dan bijvoorbeeld in de tweede helft van de negentiende eeuw. Toen werd door minister Kappeyne van de Coppello met zoveel woorden verwezen naar de Tachtigjarige Oorlog die vergeefs zou zijn geweest indien ’priesterheerschappij en kerkelijke onverdraagzaamheid’ de kans zouden krijgen de gewetensvrijheid van ons volk te smoren.

De gereformeerden, die zich als eersten aangesproken voelden, stelden daar tegenover dat de liberale strijd tegen de vrijheid van godsdienst juist als de tweede Tachtigjarige Oorlog viel te beschouwen, als een burgeroorlog, gericht op ’het uitroeien van de Gereformeerde religie’.

Na de Tweede Wereldoorlog waren het vooral de katholieken die vuur aantrokken en vuur uitbrachten. Een bezonnen man als prof. G. van der Leeuw ging zover zich naar aanleiding van het katholieke offensief in de politiek af te vragen of ’wij eigenlijk niet het ene totalitarisme verruild hebben voor het andere’. Van zijn kant liet de directeur van het katholieke instituut voor sociaal onderzoek, prof. G. H. L. Zeegers, weten dat alle ’neutraal’, dus niet levensbeschouwelijk gebonden onderzoek, de ’geestelijke kanker’ veroorzaakte en als ’satanswerk’ viel te beschouwen.

Spanning tussen de politieke partijen? In de jaren vijftig hadden PvdA en VVD moeite om in de zuidelijke provincies zalen te huren. Bij zijn verkiezingstournee in Limburg, in 1956, werd Willem Drees in Venlo en Roermond het spreken belemmerd en de geluidsinstallatie door jongelui vernield.

De wonderlijkste anekdotes betreffen echter een man van wie waarschijnlijk niemand die hem heeft gekend, ook maar vermoedt dat hij ooit is beschuldigd en zelfs fysiek is bedreigd: de schrijver Godfried Bomans. Ik ontleende de bijzonderheden aan een brochure van de Bomans-kenner Edward Krabbendam, ’Bomans als provo’ (2005) en een artikel van zijn hand in de zojuist verschenen aflevering van Godfried, het periodiek van het Godfried Bomans Genootschap.

Samen met Simon Carmiggelt behoorde Bomans tot de populairste schrijvers in de naoorlogse periode. Zijn boeken vlogen de winkel uit, zijn columns en zijn optreden voor radio en televisie werden geprezen en zelfs zijn komische strip ’Avonturen van Pa Pinkelman’ (en tante Pollewop) was een doorslaand succes.

Krabbendam laat echter zien dat hij van tijd tot tijd geen blad voor de mond nam en zich met scherpe standpunten in actuele discussies mengde. Krabbendam noemt hem zelfs ’De eerste provo van Nederland’. En precies dat werd van de au fond milde auteur niet geaccepteerd.

Heel onschuldig was een sprookjesachtig verhaaltje uit 1956 waarin hij een kluizenaar ten tonele voerde die ineens besloot zijn grot te verlaten om voor mooie maaltijden en een goede sigaar te kiezen. Het katholieke dagblad voor Noord-Brabant De Stem schreef naar aanleiding hiervan dat Bomans zich schuldig had gemaakt aan ’kwetsende provocatie’ omdat hij ’levensbeschouwelijke waarden (...) op wrange wijze’ had bespot. Het jaar daarna zou De Stem om een ander stuk van Bomans de aanval voortzetten.

Curieuzer was een rel uit 1966. Bomans had een pamflet van communistische jongeren in handen gekregen waarin zij opriepen tot brandstichting in Amerikaanse instellingen, waarbij ook De Telegraaf werd genoemd. Toen kort daarna linkse bouwvakkers de boel bij ’De Telegraaf’ kort en klein sloegen, beschuldigde Bomans niet deze mensen maar de ’raddraaiers’ die tot geweld hadden opgeroepen.

De reactie was verbluffend. Hij kreeg niet alleen veel openlijke kritiek van links maar ook een dertigtal onaangename brieven waaronder doodsbedreigingen. Een paar weken politiebescherming werd raadzaam geacht. Ook dook Bomans, de vrolijke schepper van Pa Pinkelman, een tijdje onder.

Ik geef toe, het is een voetnoot bij de geschiedenis van de roerige jaren zestig. Maar wel een veelzeggende. Want hoe gespannen de verhoudingen momenteel ook zijn, er is nu bepaald meer nodig om veiligheidsmensen toegevoegd te krijgen. Blijft het algemene beeld: van een diepgewortelde verdraagzaamheid kan in ons land maar beter niet worden gesproken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden